Gewelddadiger dan demonisering van Fortuyn

Opinie

Radicaal-rechtse retoriek in de VS appelleert aan een vuurwapenlibido. In Nederland heerst de taalagressie rond Wilders, vindt Jan Kuitenbrouwer.

De Amerikaanse commentator Glenn Beck, idool van Tea Party-aanhangers, white supremacists, born again christians en wat zich verder nog ophoudt in de meest oostelijke vijf graden van het Amerikaanse politieke spectrum, is tegen verplichte griepvaccinaties. Als de autoriteiten aan zijn deur kwamen omdat hij weigert zijn kinderen zo’n inenting te geven, zei hij onlangs op de radio, zou hij hen „kennis laten maken met meneer Smith en meneer Wesson”.

Het is maar een van de vele voorbeelden van Becks bloeddorstige taalgebruik. Hij noemt Obama gewoonlijk een „nazi” of vergelijkt hem met Al Capone. „If you’re going to get into a fight with these guys, you would better be able to battle all the way to the end.”

Beck zinspeelt voortdurend op het moment dat zijn „strijd”, zijn „veldslag”, zijn „oorlog” niet langer alleen met woorden gevoerd zal worden. „It’s going to get tougher for us now… Are you willing to sacrifice – not your life – I mean, maybe it comes down to that.”

Hij is niet de enige deelnemer aan het ‘politieke debat’ in de Verenigde Staten die, al dan niet omfloerst, oproept tot geweld. Sarah Palin, die haar vertrouwdheid met vuurwapens graag etaleert, geeft op onder meer Facebook een inmiddels verwijderde hitlist van politieke tegenstanders die zij wil „uitschakelen” en de staten die zij wil veroveren, gemarkeerd met een vizierkruis. „We’ll aim for these races and many others. This is just the first salvo in a fight...” Toen die webpagina klaar was, twitterde Palin: ‘Commonsense Conservatives & lovers of America: Don’t Retreat, Instead – RELOAD! Pls see my Facebook page.’

Afgelopen juli beraamde een zwaarbewapende man genaamd Byron Williams een aanslag op de Tides Foundation, een progressieve denktank in San Francisco. Twee alerte politieagenten wisten hem nog net tegen te houden. Ze raakten gewond. In interviews liet Williams weten te zijn geïnspireerd door Glenn Beck.

Dat het mogelijk is met behulp van propaganda gewone mensen in moordenaars te veranderen, bleek nog niet zo lang geleden in Rwanda, waar het Hutu-radiostation RTLM een grondig gedocumenteerde sleutelrol speelde bij de genocide van 1994.

Het mag bizar en uitzinnig lijken om Obama een „nazi” te noemen, maar dan alleen vanwege de onwennige links-rechts-omkering. In Nederland is het de normaalste zaak om mensen met iets te rechtse ideeën in verband te brengen met het Derde Rijk. Pim Fortuyns woede daarover was het begin van de discussie over demonisering. Toen de anti-Fortuyn-retoriek gevolgd werd door een taart en de taart door een kogel, haalde links geschrokken de bezem door zijn vocabulaire. Volkert van der G. was weliswaar niet direct opgeroepen tot geweld, maar wel zou er sprake zijn geweest van ‘een klimaat waarin’. Ook al is het taboe op de gaskamerinsinuatie inmiddels weer minder, tegen Wilders wordt het nog geregeld in stelling gebracht. Hoe kwaadaardig en gemakzuchtig ook, dat is nog geen oproep tot geweld, zoals de tweet van rapper Mohamed Ghabri, die vorig jaar een beloning uitloofde voor wie Wilders „de keel afsnijdt”. Ghabri werd aangeklaagd, hoewel Wilders zelf toch ooit voorstelde om allochtone straatjeugd „door de knieën te schieten”. Wilders is sowieso dol op krijgsretoriek, net als zijn Amerikaanse geestverwanten. Die allochtone jongeren zijn „straatterroristen”, „de islam is het Paard van Troje.” „Maar wij capituleren nooit!”

Of de aanslag afgelopen zaterdag in Tucson, Arizona, op het Democratische Congreslid Gabrielle Giffords en een aantal van haar kiezers, politiek gemotiveerd was, zal moeten blijken. Maar dat er in de VS onmiddellijk een debat over de gevaren van haattaal en geweldsretoriek losbarstte, is niet voor niets. Het lijkt erop dat radicaal-rechts bewust de grens opzoekt, om te appelleren aan het overontwikkelde vuurwapenlibido, dat nu eenmaal vastligt in het DNA van Amerika.

Ook de media spelen een rol, vooral internet. Dat kent geen captive audience. Elke lezer moet elke dag weer opnieuw worden gelokt. Wie in dat oneindige universum opgemerkt wil worden, moet aankomen met grof geschut. De taal van de straat gaat ten onder in het tumult, maar het volmantelvocabulaire van cyberspace komt in het echte leven keihard aan.

„Why is Julian Assange still alive?”, tikt een van de 78 miljoen bloggers als hij even niets beters weet. Een uur later staat het op ‘echte’ nieuwssites, een halve dag later in de krant en ’s avonds is het de kijkersvraag bij Fox. En: ís het wel een vraag?

Jan Kuitenbrouwer is journalist. Hij schreef De woorden van Wilders en hoe ze werken (2010).