Emotie is besmettelijker dan ooit

Uitvaarten van bekende mensen zijn vaak publieke en emotionele manifestaties. In de Nederlandse archipel van subculturen is steeds meer behoefte aan het samen delen van emoties.

De publieke emotie bij begrafenissen van bekende figuren lijkt steeds groter te worden. Het begon met de dood van prinses Diana (in 1997). In Nederland zijn de ijkpunten de dood van Pim Fortuyn (2002) en de enorme belangstelling van de begrafenis van André Hazes (in 2004) met de emotionele massabijeenkomst in de Amsterdam Arena als hoogtepunt. Zelfs de begrafenis van Jos Brink in 2007 werd live op televisie uitgezonden. De emoties en herdenkingen rond de dood van Feyenoorder Coen Moulijn staan inmiddels in een lange traditie.

„Het is in de jaren negentig begonnen”, zegt Joep de Hart. Hij is cultuur- en godsdienstsocioloog bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Misschien was de plotselinge publieke rouw in Zweden na de moord op oud-premier Olaf Palme in 1987 een van de eerste tekenen. „Natuurlijk is het altijd gebruikelijk geweest dat een maatschappij een gezamenlijkheidsgevoel benadrukt bij plotselinge onderbrekingen van de routines”, aldus De Hart, die in 2005 een boek schreef over het fenomeen (Voorbeelden en nabeelden).

Hij ziet een aantal factoren voor de toename van de emoties en de omvang van de manifestaties. „Nederland is een archipel van subculturen, het is niet meer één groot land. Dat maakt het belangrijker dat gebeurtenissen waarin die eenheid en saamhorigheid wél benadrukt worden, groter en openlijker gevierd worden. Je ziet duidelijk dat nu bij Coen Moulijn het verbrokkelde Rotterdamgevoel weer wordt bij elkaar geraapt.”

En de emoties zijn extremer. „Want er zijn geen vaste rituelen meer. Ook niet in de persoonlijke rituelen bij trouwen en begraven. Dat moeten mensen zo’n beetje zelf bedenken. En dan nemen ze het van elkaar over. Daardoor zie je nu bijvoorbeeld veel kleine bermmonumentjes als iemand verongelukt is. Mensen zien dat, en gaan dat zelf ook doen. Voor de jaren negentig bestond dat nauwelijks.”

En bij publieke gebeurtenissen is die emotionele besmettelijkheid nog veel groter. „Mensen hebben bij prinses Diana gezien dat je een waxinelichtje neer kan zetten. Dat gaan ze dan zelf ook doen. Zo hoort het kennelijk! Mensen zien op SBS6 hoe emoties kunnen worden geuit, dat is enorm besmettelijk.”

De Hart vertelt hoe in 1977 een nationale ramp Nederland trof, met het vliegtuigongeluk op Tenerife, waarbij honderden Nederlanders omkwamen. Maar in de kranten en op televisie werd alles heel zakelijk beschreven. „Alleen de autoriteiten en deskundigen kwamen aan het woord. Dacht je dat er toen emotionele nabestaanden aan het woord kwamen?” De Stichting Nabestaanden Slachtoffers Tenerife is pas in 2002 opgericht.

Maar is het erg, al die emotie? „Nee hoor”, zegt Agneta Fischer. Zij is hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Het maakt de banden hechter. Oké, door de sociale media, waarin mensen elkaar veel beter bereiken dan vroeger, is het allemaal wat heftiger. Vroeger moest je een dure krantenadvertentie zetten om mensen samen te brengen, wie deed dat ooit? Maar samen delen van emotie is niet slecht. Pas als de sociale omgang alleen maar gebaseerd wordt op dat het vroeger zoveel beter was, gaat het mis. Maar verder is het tamelijk onschuldig. Er is behoefte aan samen dingen beleven, en de dood van een grootheid als Moulijn is dan een goede aanleiding.”