Eerste twijfel of Ben Ali overleeft

Afgelopen weekeinde zijn bij aanhoudende protesten in Tunesië zeker veertien doden gevallen. Er begint twijfel te ontstaan aan het overleven van het regime.

Arabische en westerse analisten beginnen zich af te vragen of de aanhoudende en in kracht toenemende sociaal-economische protesten in Tunesië het einde inluiden van het autoritaire regime van president Zine al-Abidine Ben Ali. En vervolgens van andere Arabische regimes. In het buurland Algerije hebben zich de afgelopen dagen ook al felle anti-regeringsbetogingen voorgedaan.

Dit weekeinde vielen bij onlusten in de Tunesische steden Thala, Kasserine en Regueb volgens de autoriteiten veertien doden; volgens niet-officiële bronnen veel meer doden in meer steden. De Britse Midden-Oostendeskundige Brian Whitaker acht het „helemaal geen onwaarschijnlijk scenario” dat de steun voor het regime geleidelijk wegvalt en uiteindelijk de positie van Ben Ali onhoudbaar wordt.

Het ongekende protest in Tunesië werd drie weken geleden in de stad Bouzid ontketend door de poging tot zelfmoord van Mohamed Bouazizi (26), een werkloze afgestudeerde aan een universiteit die zich in brand stak nadat de politie het fruit had afgepakt waarin hij zonder vergunning handelde. Duizenden jongeren gingen de straat op om te protesteren tegen de werkloosheid (14 procent) die vooral jongeren hard treft.

De onrust concentreerde zich eerst in steden in het economisch achtergestelde binnenland, maar hebben zich uitgebreid naar het veel welvarender toeristische kustgebied en de hoofdstad Tunis. Inmiddels hebben ook de eisen van de betogers zich uitgebreid: niet alleen maatregelen tegen de werkloosheid en tegen de omvangrijke corruptie aan de top, maar totale hervorming van het hele repressieve systeem van Ben Ali.

President Ben Ali (74) vierde 7 november nog onbezorgd de 23ste verjaardag van zijn regime met een lofzang op zijn eigen prestaties. Hij sprak van de politieke vrijheid die hij had verwezenlijkt en roemde de „voortdurende hervormingen” die onder andere de maatschappelijke rol van vrouwen en jongeren hadden versterkt.

Zijn regime werd verrast door de protesten van diezelfde jongeren en de snelle verspreiding daarvan. Ben Ali’s eerste reflex was een televisietoespraak waarin hij zei dat hij „de volle kracht van de wet” zou toepassen. En dat deed hij. Extra politie werd ingezet en de brandhaarden werden van de buitenwereld afgesloten. Kritische internetsites, waarmee het regime altijd al op voet van oorlog verkeert, werden zoveel mogelijk geblokkeerd.

Pas na enkele dagen wijzigde hij zijn regering en kondigde hij niet alleen werkgelegenheidsprogramma’s aan, maar ook investeringen in het gemarginaliseerde binnenland – 80 procent van de nationale productie heeft plaats in het kustgebied. En hij ging met een delegatie in het ziekenhuis op bezoek bij de van top tot teen ingezwachtelde Bouazizi. Bouazizi stierf enkele dagen later.

Maar noch Ben Ali’s toezeggingen noch het politiegeweld maken nog indruk. „Meneer de president, we zijn niet bang meer”, schreef blogger Anis. Hij had die zin opgemerkt op een protestbord tijdens een – vervolgens uit elkaar geslagen – protestbetoging van advocaten bij het gerechtshof in Tunis. Wat hem betreft vatte de leus perfect het gevoel samen van veel Tunesiërs. „De Tunesiërs die sinds decennia gewend zijn aan de stilte en de angst en nu hun lot in eigen hand nemen, beleven een historische periode.”

Of neem de open brief van de ondernemer Mohamed Ali Chebâane: „Uw jongeren zijn opgestaan en het zal moeilijk zijn hen tot zwijgen te brengen”.

Het leger is nu ingezet en schiet met scherp, journalisten en bloggers worden opgepakt of in elkaar geramd, de rapper Hamda Ben Omar ‘El General’ die rapt hoe de president verantwoordelijk is voor de slechte economische situatie van veel Tunesiërs, is verdwenen.

Vier weken geleden, zelfs nog na de eerste rellen in Bouzid, twijfelde in de buitenwereld niemand aan de positie van Ben Ali. Maar de ontwikkeling van het protest heeft daarin verandering gebracht.

De autoriteiten kunnen het protest nu wel in elkaar slaan, schrijft commentator Abdel Rahman al-Rashid in de Saoedische krant Asharq al-Awsat. Maar de betogers zullen steeds weer terugkomen zolang ze geen politieke rechten krijgen. „Want dat is het centrale probleem, niet de werkloosheid.”

Midden-Oostendeskundige Whitaker wijst er op zijn website al-bab.com op dat het Tunesische bewind kwetsbaarder is dan andere Arabische regimes omdat het haast uitsluitend vertrouwt op angst en onderdrukking als mechanismen om controle uit te oefenen. „Wanneer de angstbarrière is doorbroken – zoals lijkt te gebeuren – is er weinig meer over om Ben Ali te beschermen.”

En wanneer dat gebeurt, aldus Elliott Abrams van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations, en Tunesië zou een democratischer regime krijgen, dan „zullen Algerijnen en Egyptenaren en zelfs Libiërs zich afvragen waarom zij dat niet kunnen. Zoiets kan overslaan. In feite lijkt dat al te gebeuren.”