De schoenen in Vlaanderen zijn degelijker, minder opvallend

Elisabeth Van Wilderode (23), uit een dorp in het Vlaamse Pajottenland, leerde haar Franstalige landgenoten pas kennen toen ze twee jaar geleden in Italië was met een Erasmusbeurs. „Ik was toen met vier Waalse studenten een weekend in Toscane. Ik verschoot ervan hoeveel gelijkenissen er tussen ons zijn. We delen niet alleen de friet en het bier, we voelden elkaar ook heel goed aan.” In het Frans, dat wel.

Elisabeth Van Wilderode heeft nog nooit naar de Franstalige televisiezenders van de RTBF gekeken. Ze las alleen Franstalige kranten omdat het moest van school. „Er waren op de middelbare school wel uitwisselingen. Dan kon je een weekend naar Wallonië. Maar niemand deed dat, dus ik ook niet.”

Haar moeder werkt in een schoenenzaak. Leveranciers vertellen dat ze in Wallonië van andere modellen houden: frivoler, wilder. „Bij ons zijn ze degelijker, minder opvallend.” De broer van Elisabeth heeft een vriendin uit het dorp Sint-Pieters-Leeuw – in de Vlaamse rand rond Brussel waar de inwoners zich veel zorgen maken over de ‘verfransing’ van hun streek. „Zij zegt dat Franstaligen daar in restaurants in het Frans bediend willen worden.”

In een café in Brussel vertelt Koenraad Hofman (39), contrabassist en artistiek leider van het kamermuziekensemble Oxalys (hetzelfde kamermuziekensemble als de Franstalige Nathalie Lefèvre), over zijn moeder die eind jaren vijftig in Brussel kwam wonen. Dat was toen een Nederlandstalige stad. „Nu kunnen ze haar in de plaatselijke supermarkt niet meer verstaan.”

Koenraad Hofman snapt dat ze dat vervelend vindt. Hij zegt ook, net als veel Vlamingen, dat Franstaligen net zo veel moeite zouden moeten doen om tweetalig te zijn als de Vlamingen – die vaak Frans spreken. „Vlamingen hebben de neiging om zich qua taal aan te passen. En ze dragen de taalonderdrukking met zich mee uit de eerste honderd jaar van het koninkrijk België.”

Hij voelt zich Brusselaar, geen Vlaming, en als het land gesplitst zou worden, zou hij ongelukkig zijn als de hoofdstad in Vlaanderen kwam te liggen. Maar ook als Brussel bij Wallonië zou gaan horen. „Als ik móést kiezen, zou ik wel zeggen: Wallonië. Dit is toch een Franstalige stad.”

En zijn moeder? „Als ik tegen haar zou zeggen dat ik me geen Vlaming voel, zou ze zeggen: ‘Dan wilt ge zeker Waal worden.’ Zij zegt altijd: ‘Ik heb niks tegen de Waal, ik heb iets tegen de verfranste Vlaming.’”

Hofman vertelt hoe zijn ensemble wordt ontvangen als het in Wallonië speelt. „Dan halen de organisatoren ons in huis, ze bakken taarten.” In Vlaanderen worden ze meegenomen naar een restaurant of er is een traiteur.

Op de redactie van het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel legt hoofdredacteur Luc Devoldere uit dat hij géén aanhanger is van de filosofie die taal alleen ziet als instrument. Hij neigt tot de meer romantische visie dat taal een uitdrukking is van het denken. En dus: „Franstaligen denken anders dan Vlamingen.”

Hun taal, zegt Devoldere, hoort bij een wereldtaal die ooit een wereldmacht heeft opgeleverd – dat maakt je zelfverzekerder. Een Belgische aartsbisschop verzette zich aan het begin van de twintigste eeuw fel tegen de ‘vervlaamsing’ van de universiteit: als de Vlamingen niet in het Frans werden opgevoed, zouden ze de aansluiting met ‘de universaliteit’ missen. Devoldere: „Hij had het over le Flamand, niet over het Nederlands. Ik vind het niet toevallig dat veel Franstalige intellectuelen dat nog steeds zeggen. Dat zijn dus Belgen die niet eens weten dat onze taal het Nederlands is.”

Neerbuigend, ja. „Het herinnert ons aan de tijd dat het Nederlands nog ‘la langue des choses’ was, niet de taal van de cultuur.”

Ria Schepmans (52), gemeenteraadslid voor de Vlaamse sociaal-democraten in het dorp Geetbets, zegt dat ze tien of vijftien jaar geleden nog elke Franstalige minister bij naam kende. Nu niet meer. „In Nederlandstalige kranten staat steeds minder nieuws over Wallonië. We zijn mentaal uit elkaar aan het groeien. Ik ben absoluut tegen de splitsing van België, maar het lijkt een proces waarin we allemaal worden meegezogen.”

Koenraad Hofman is somber over België en schaamt zich voor de politiek. „Het is als de kleuterklas van mijn dochtertje: als jij dit krijgt, wil ik dat hebben. En waar houdt het op? Ik hoorde laatst op de radio een hoogleraar zeggen: straks zijn we gesplitst en dan is Limburg de armste provincie van Vlaanderen. Willen we daar dan nog wel voor betalen?”