De Maas moet je leren lezen

Maaswater is moeilijk voorspelbaar. Computers bij Rijkswaterstaat maken ingewikkelde rekensommen. De analyse blijft mensenwerk.

Een grillige regenrivier als de Maas in modellen vangen is dagelijks werk in het Watermanagementcentrum Nederland van Rijkswaterstaat in Lelystad. Jasper Stam studeerde hydrologie en informatica en lijkt er dus geknipt voor. Maar je moet een rivier ook leren lezen, zegt hij. Op de Waterkamer werken ze daarom met koppels, van wie één meestal een ervaren kracht is die het gedrag van de rivier kent. „En elk hoogwater levert weer nieuwe inzichten op.”

Stam kijkt ook naar de Rijn, die zich makkelijker laat voorspellen. „Het is een gemengde rivier. Smeltwater uit de Alpen speelt een belangrijke rol. Het duurt meerdere dagen voordat dat hier is.”

De Maas gunt omwonenden, deskundigen en autoriteiten veel minder tijd. „Water uit de Ardennen kan in zes, zeven uur in Zuid-Limburg zijn”, vertelt Stam. „Wij willen voorspellingen maken voor maximaal twee, drie dagen vooruit. Dat betekent dat je voor alles wat verder weg ligt dan die zes, zeven uur model op model gaat stapelen. Dat maakt de onzekerheidsmarge groter. Daarom komen we niet met exacte waarden, maar geven we trends aan: de Maas gaat stijgen, dalen of blijft gelijk.”

De computers in Lelystad krijgen enorm veel gegevens: de waterstanden van de Maas en allerlei riviertjes die er op uit komen bijvoorbeeld, neerslaggegevens, weersvoorspellingen. Stam: „Specifiek voor de Ardennen zijn de smalle dalen. Wat daar aan neerslag valt, is erg bepalend. Maar het effect laat zich lastig voorspellen. Een bui die twintig kilometer verder valt dan voorzien, kan neerkomen in het dal van de Ourthe in plaats van in het dal van de Lesse, of gewoon op het plateau.”

Bodemgesteldheid is ook een belangrijke factor. „Zit er nog vorst in de grond of laat de bodem juist veel vocht door? Is er door de tijd van het jaar al meer vegetatie om water vast te houden?”

Hoogwater in de Maas is vaak louter een zaak van overvloedige regenval. Soms komt daar smeltende sneeuw bij. Die speelt ditmaal een grote rol: er is veel sneeuw gevallen, en die smelt nu extreem snel.

Het centrum in Lelystad concentreert zich volledig op prognoses voor het meetpunt Sint Pieter. „Op basis van alle berekeningen maken we analyses. Dat blijft mensenwerk. Rijkswaterstaat Limburg vertaalt onze vooruitzichten voor het stroomgebied van de Maas in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Rijkswaterstaat Zuid-Holland doet dat voor de monding van de rivier, waar de getijdenwerking ook van invloed is.”

Sint Pieter, een wijk van Maastricht, is pas sinds kort ijkpunt. Lang was dat Borgharen, maar daar wordt de rivier nu aangepast om de kans op overstroming te verminderen. „Rijkswaterstaat Limburg signaleert die wijzigingen en voert de gegevens handmatig in voor hun voorspellingen.”

Stams werk beperkt zich niet tot piekmomenten zoals nu. Ook in de zomer, als soms slechts twintig kuub water per seconde langs Sint Pieter stroomt, verzamelt en analyseert hij met collega’s gegevens om de waterstanden van de Maas te voorspellen. „Dan maken we droogteberichten. Die zijn van belang voor de watervraag van elektriciteitsbedrijven, voor drinkwater, recreanten, landbouw.”

Met de Maas van nu heeft dat weinig te maken. „Eigenlijk is het dan een heel andere rivier.”