Never-nooit

De man die het café betreedt is, naar zijn kleding te beoordelen, werkzaam bij de gemeentereiniging. Hij bestelt pils en zegt tegen de kastelein: „Morgen dit pak inleveren en ’t zit erop. Eerst die rotzooi van Oud en Nieuw opgeruimd en vandaag de troep van de markt. Ik heb me de pokken gewerkt. Ik ben

De man die het café betreedt is, naar zijn kleding te beoordelen, werkzaam bij de gemeentereiniging.

Hij bestelt pils en zegt tegen de kastelein: „Morgen dit pak inleveren en ’t zit erop. Eerst die rotzooi van Oud en Nieuw opgeruimd en vandaag de troep van de markt. Ik heb me de pokken gewerkt. Ik ben er helemaal klaar mee. Veertig uur. En dat voor een lullig diefstalletje. Moest van m’n advocaat zeggen dat ik graag een taakstraf wilde. Nou, nevernooit meer. De volgende keer ga ik weer gewoon zitten.”

Hij neemt een forse slok van z’n pils en produceert, bij wijze van uitroepteken, een forse boer.

Marcel van der Horst