Zijlstra moet stijfkoppig zijn en optreden tegen echte verspilling

Vijf manieren om flink te snijden in fusies, commissies en cultuur (maar niet in kunst)

Historicus, uitgever, boekhandelaar en redacteur van ‘Hollands Maandblad’.

Oud-directeur van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds Rudi Wester verwoordde in deze krant de verbijstering van de kunstsector over de lukrake bezuinigingen op cultuur door staatssecretaris Halbe Zijlstra (Opiniepagina, 29 december).

Toch slaat zij de plank mis wanneer zij – net als deze krant – de staatssecretaris ‘van steen’ noemt en vervuld van ‘rancune en stijfkoppigheid’. Evenzeer slaat zij de plank mis met haar verzuchting dat ‘alleen de Raad voor Cultuur ons nog kan redden van de redelozen’.

Wat het eerste betreft: uit alles blijkt dat de staatssecretaris niet van steen is, maar een mietje wiens knieën knikken zodra een connaisseur uit Venlo hem dreigend aankijkt. Stijfkoppig is hij ook al niet, want de maatregelen zijn dermate chaotisch dat er niet eens een begin van een stuk is om zijn voet bij te houden. Van rancune kan evenmin sprake zijn, want juist datgene wat het cultuurcircuit een slechte naam geeft – het mangrovewoud van adviesraden, kunstcommissies, subsidie-instellingen – laat hij grotendeels ongemoeid. En zelfs de volkomen commerciële musicalsector geeft hij meteen een half jaar respijt wat betreft de btw-verhoging bij het eerste de beste piepje. Afgezien van de budgettaire verschraling over de hele linie, durft hij alleen de btw-verhoging op individuele kunstwerken aan. Waarschijnlijk omdat deze maatregel – die natuurlijk veel minder opbrengt dan de beoogde 40 miljoen euro – nauwelijks aandacht in de pers heeft gekregen.

Kort gezegd: de oogst is een nauwelijks te handhaven fiscale slag in de lucht, die zowel bij falen als bij succes steeds minder in het laatje brengt. Deze maatregel treft niet het vermaledijde subsidiecircuit, maar juist het cultureel ondernemerschap. Het is duidelijk: deze politicus is helemaal niet van steen of stijfkoppig. Integendeel, hij bezuinigt zonder hersens, zonder ruggengraat en zonder ballen.

Wat het tweede punt van Wester betreft: het is hoogst twijfelachtig of de Raad voor Cultuur ons kan redden – bij mijn weten heeft dit orgaan nooit iemand gered behalve zichzelf. Anderzijds is het waar dat iemand deze staatsecretaris moet vertellen dat, wil hij de geschiedenis ingaan als een saneerder van de culturele sector, hij toch zal moeten leren om echt te bezuinigen. Nu graait hij als een bang jongetje wat losse centen weg bij culturele ondernemers, terwijl hij het laaghangend fruit op zijn eigen begroting niet durft te plukken.

Om de staatssecretaris te helpen, hier vijf manieren om daadwerkelijk te bezuinigen, de cultuursector zinvol te saneren en Nederland een beter land te maken.

Stop elke vergadering over, gedachte aan, bestuurlijke beslissing inzake en investering voor beoogde fusies van universiteiten en hogescholen. Zeker met het oog op de implementatie van de aanbevelingen van de commissie-Veerman over het hoger onderwijs (andere financieringswijze; veel minder studenten) dienen alle dossiers hierover in de ijskast te verdwijnen. Nu denken sommigen – zoals de huidige minister van Onderwijs Van Bijsterveldt – dat de sinds 2009 verplichte Fusietoets en de recent aangenomen Sturingswet Hoger Onderwijs deze fusies wettelijk onmogelijk maken. Het gekke is dat de vorige minister van Onderwijs, die de Fusietoets invoerde, juist een groot voorstander was van verdere integratie, en dat ook onderzoek van de Erasmus School of Economics heeft aangetoond dat de wetgeving het voor instellingen in het hoger onderwijs nog steeds zeer profijtelijk maakt te fuseren. Hier aan de handrem trekken, levert zonder een centje pijn zo al vele tientallen miljoenen op.

Stop de geldverslindende en op diverse plaatsen reeds danig uit de hand gelopen bouwprojecten van het hoger onderwijs die gerelateerd zijn aan de hierboven beschreven fusiedrang. Vreemd genoeg betoogde minister van Onderwijs Van Bijsterveldt afgelopen zomer op vragen van SP-Kamerlid Jasper van Dijk over de financiële chaos bij de ‘Amstelcampus’ van de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam dat ‘Den Haag’ niet meer over de huisvesting van onderwijsinstellingen gaat. Hogescholen en universiteiten zijn volgens haar zelf bevoegd te besluiten tot projectontwikkeling, „ook als het om dure gebouwen gaat”.

De Tweede Kamer liet zich met deze kluit in het riet sturen, want de politiek is wel degelijk bevoegd om in te grijpen, bijvoorbeeld bij dubieus gebruik van overheidsgeld of als de onderwijsverplichting in het nauw komt. Welnu, met het rapport van de commissie-Veerman in de hand (‘het gaat slecht’ met de universiteiten en hogescholen; het niveau is ‘te laag’, de studie-uitval is ‘onaanvaardbaar hoog’, het hoger onderwijs als geheel verdient niet meer dan ‘een 6,5’) kan Zijlstra ingrijpen zoals hij wil. Alleen al het screenen van alle bouwplannen zou hem honderden miljoenen euro’s opleveren, met als enige schade wat gefrustreerde bestuurders.

Nu we het toch over onderwijsbestuurders hebben: ooit hebben zijzelf verzonnen dat ze meer moeten verdienen dan een hoogleraar. Het zou van doortastendheid getuigen als deze staatssecretaris hun vertelt dat zulks een vergissing is. Dit levert op termijn slechts enkele miljoenen op, maar hij zou meteen kunnen verordonneren dat het hoger onderwijs niet meer dan zeg 25 procent van de fte’s aan bestuur en management mag besteden. Dat levert al veel meer op bij menige instelling, zoals bij de UvA met haar wildgroei aan bureaucratie. Tevens zou Zijlstra in één moeite door de financiering van de ROC’s eens onder de loep kunnen nemen. Ook hier verdwijnt gemeenschapsgeld in een zwarte brij van managementlagen en directeuren die niet zelden onderwijs ‘inkopen’ bij hun eigen bv’s.

Waarom wil deze staatssecretaris bezuinigen op de omroeporkesten, maar laat hij het hele schimmelige bouwwerk van zes (6!) publieke radiozenders en drie tv-zenders ongemoeid? Niemand, maar dan ook niemand zou een traan laten indien er morgen vijf (5) publieke radiozenders zouden zijn; de meeste ongetwijfeld even onvindbaar en even slecht beluisterd als thans, maar zulke bezuinigingen van niet weinig miljoenen zijn even gemakkelijk en pijnloos als neuspeuteren.

Blijft over al het andere laaghangend fruit: zoals die subsidie van 4 miljoen voor ‘Plasterk-journalisten’ (terecht door deze krant geweigerd). Als er ooit overheidsgeld misbruikt is door politici om in het gevlij te komen bij de journalistiek, is dit wel het pijnlijkste voorbeeld. En even gemakkelijk kan de staatssecretaris kijken hoe het zit met de inkomensgrenzen bij kunstsubsidies. Is het wel doelmatig om iemand met een inkomen van 50.000 euro een subsidie te geven van 40.000 euro om zijn dichtbundel af te maken? En is het wel prudent van het Fonds voor de Beeldende Kunst om 2,5 ton te geven aan de rijkste kunstenaar van Nederland (Marlene Dumas) voor een tentoonstelling?

Aldus valt met de voeten op het bureau een paar honderd miljoen aan verdampend overheidsgeld te vinden in de eigen begroting van OCW. Het enige wat de staatssecretaris dan nog nu nodig heeft, is hersens, een ruggengraat en ballen om slapend rijk te worden. Dan kunnen de kunstenaars gewoon als culturele ondernemers in een laag btw-tarief blijven werken en hoeft Halbe Zijlstra niet als een kleine krabbelaar de geschiedenisboeken in te gaan.