'Ze dachten dat ik mijn hofhouding verstopte'

Wouter Bos is blij dat hij op het hoogtepunt is opgestapt. „Het was belangrijk dat ik met opgeheven hoofd wegging. Als de partij je uitkotst, is dat heel erg.” Nu heeft hij rust.

Over accountancy kan hij praten, over gezondheidszorg ook: partner Wouter Bos (47) van KPMG Nederland. Politiek, dat ligt moeilijker. Voordat je het weet, loop je opvolger Job Cohen voor de voeten.

Wouter Bos, ex-partijleider van de PvdA, ex-vicepremier, ex-minister van Financiën in kabinet-Balkenende IV, nam op 12 maart onverwachts afscheid van de politiek. Om tijd voor zijn gezin te maken, en daar houdt hij zich aan. Bel ik hem op vrijdag, ‘papadag’, dan klinkt op de achtergrond hartverscheurend gejengel. Dat moet Joppe zijn, de jongste van zijn drie kinderen.

Niet dat Bos bezoek aan huis wenst: net als vroeger schermt hij zijn privésfeer af. In het nieuwe kantoor van KPMG in Amstelveen ontvangt hij in een vergaderruimte. „Ik zit bij de raad van bestuur op de gang, ze zijn nogal beducht voor journalisten in een pand waar zich zoveel vertrouwelijke informatie over bedrijven bevindt”, excuseert Bos zich. Hij schenkt water in, doet zijn paarse stropdas af en vouwt hem netjes op. Een stropdas zit hem na al die jaren nog steeds niet lekker.

Zijn nieuwe kantoor heeft dezelfde neutrale plechtigheid als het Tweede Kamergebouw. Glimmend zandsteen in lauwe pastelkleuren, al is de trofeekunst in de lobby wat speelser. Na het wegen van „vijf of zes opties, ook uit het buitenland”, koos Bos voor KPMG. Daar is hij sinds oktober verantwoordelijk voor de adviespraktijk in de publieke sector en gezondheidszorg. Om opdrachten binnen te halen, en om zijn netwerk. „Maar als het louter om mijn iPhone-bestanden zou gaan, om deuren te openen die voor anderen gesloten blijven, dan had ik dit niet gedaan. Ik kan hier serieus meedenken over iets wat me boeit, de gezondheidszorg.”

Een vierdaagse werkweek op het snijvlak van bedrijfsleven en overheid: precies wat Bos zocht. Aan de goede kant van datzelfde snijvlak, met een salaris royaal boven de Balkenendenorm. Dat valt hem niet te verwijten: in 1998 gaf Bos een goede baan bij Shell op voor de politiek. Een buitenstaander in de PvdA was hij, onbekend bij gewesten en vakbonden. Maar in de ontreddering na de moord op Fortuyn moest hij de partij redden. Hij bracht de PvdA tot 2006 in de oppositie tot grote hoogte. Tot de daling inzette na een simpele, maar vileine steek onder de gordel van zijn opponent Jan Peter Balkenende: „Nee meneer Bos, u draait en spreekt niet de waarheid.”

Ver gekomen, net geen premier. Bos’ plotse vertrek op 12 maart had in veler ogen alle trekken van een meesterplan. Eerst viel het kabinet doordat de PvdA voet bij stuk hield inzake de terugtrekking van troepen uit Uruzgan in 2010. Toen de kiezers dat leken te waarderen en de PvdA het verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen beperkt hield, maakte de Amsterdamse burgemeester Job Cohen zijn opwachting. Een soepele machtswisseling waar Bos trots op is.

Maar gemakkelijk was het niet. Het besluit te stoppen nam hij in 2006: daarna dineerde Bos regelmatig met Cohen om te praten over de opvolging. „Maar voor mezelf hield ik altijd een muizengaatje open: ik kon niet weg als ik de partij in chaos dreigde achter te laten. Voor de goede orde: het werd pas definitief toen ik het aan Cohen meedeelde, op 28 februari. Best moeilijk, want we zaten net weer in de lift. De kranten schreven over het komende gevecht tussen Wilders en mij om het premierschap, de VVD was nog niet in beeld. Er stroomde weer energie door de partij: we doen mee voor de hoofdprijs. Al praat je drie jaar lang over je vertrek, het doorknippen van die laatste vezels is emotioneel lastig. Want je weet dat op het moment dat je het tegen Job zegt, tegen [partijvoorzitter] Lilianne [Ploumen], tegen je vrouw…”

Stopt gealarmeerd, lacht. „O jee. In omgekeerde volgorde dan hè. Enfin, je weet dan dat het echt definitief is.”

U interviewde in oktober Tony Blair voor ‘Pauw en Witteman’. Daarin zei u de politiek erg te missen.

„Ik ben er nu een maand of tien uit. Er waren best momenten dat ik dacht: hier wil ik graag eens wat over zeggen.” Quasidroevig: „En dan ga ik maar met de kinderen spelen.”

Bent u niet te bang uw opvolger voor de voeten te lopen?

„Ik ben ontzaglijk blij dat Ad Melkert en Wim Kok zich nooit bemoeid hebben met mijn leiderschap. Ik kon altijd bij hen terecht voor advies, maar ze hebben nooit commentaar gegeven op mijn koers, terwijl ik vaak impliciet oordelen gaf over hun leiderschap. Die discipline moet ik ook opbrengen.”

Hoe ging dat na het vertrek? De telefoontjes, sms’jes en e-mails drogen op, het wordt stil. Volgde u de actualiteit of juist niet?

Grijnzend: „Het blijft wennen dat niemand vraagt wat je ervan vindt. Bij wijze van therapie werd ik voetbalcommentator bij Voetbal International. Een leuk programma dat zichzelf niet al te serieus neemt. Over voetbal kan ik praten zonder dat mensen zich afvragen: ziet Job Cohen dat niet anders?

„Maar goed, ik had de mazzel dat ik kon aftrainen. Ik meldde op 12 maart dat ik stopte, maar trad af op 25 april. In die tussentijd hebben Job en ik alles samen gedaan.”

In Amerika kan een ex-politicus gerust ‘pundit’ worden, politiek commentator.

„Dat zou ik best willen, het is me ook aangeboden. Maar hoe onpartijdig ben je? Ik heb een opvolger die ik niet in de weg wil zitten en onderhoud relaties met allerlei cliënten als Wouter Bos de KPMG’er, niet als Wouter Bos de PvdA’er. Ik moet heel strikt zijn.”

Toch interviewde u Tony Blair wel.

„Dat staat verder weg. Dat interview ging goed, vaak kreeg ik Blair verder uit zijn comfortzone dan een gewone journalist. Omdat we elkaar kennen en een beetje in hetzelfde schuitje zitten. Blair is toch de man die me mede inspireerde om in de politiek te gaan, het was een gesprek van een teleurgestelde fan met zijn vroegere idool.”

Maar zo blijft u in beeld. Mist u de aandacht niet gewoon?

„Je moet eens weten wat ik allemaal afsla! Ik zei nee tegen een verzoek van Max om over mijn achtertuin te praten. Sterren dansen op het ijs liet ik na lang wikken en wegen schieten. Ik ga voor Vrij Nederland niet risotto koken in eigen keuken. Spuiten en slikken ging niet door, ik praat bij De wereld draait door niet over Wikileaks. Ik ben nog steeds een bekende Nederlander, maar je ziet me niet in dat BN’ers-circuit dat elkaar steeds tegenkomt. Maar als Buitenhof me eens uitnodigt om over zorg te praten, graag.”

Misschien heeft het ermee te maken dat u op een hoogtepunt stopte.

„In elk geval niet op mijn dieptepunt, maar mijn politieke hoogtepunten waren de verkiezingen van januari 2003 en maart 2006. Ik vroeg Blair of hij niet veel te lang was doorgegaan. Het lijkt me verschrikkelijk als je eerst zoveel goeds deed en herinnerd wordt om wat later misliep in Irak. Blair zei zoiets als: ‘I guess so.’ Maar je ziet zijn enorme drive: hij was liever nog veel langer doorgegaan. Kijk hoe hij schrijft over zijn leiderschap. Eerst had hij zo’n goede intuïtie voor wat de mensen wilden. Aan het eind is het: een leider moet doen wat hij zelf denkt dat belangrijk is. Is dat geen rationalisatie voor het feit dat je het contact met je achterban kwijt bent?”

U lijkt me ook niet helemaal klaar. Voorziet u ooit een comeback?

„Nooit nooit zeggen, maar daar denk ik absoluut niet aan. Ik verwacht dat er in de PvdA genoeg politiek talent opstaat. Straks zit men echt niet te wachten op wat opa Bos wil.”

Wat deed u meteen na uw vertrek?

„Proberen uit te rusten. Ik dronk ooit een kop koffie met Wim Kok in zijn laatste dagen in het Torentje. Hij vertelde me dat hij zo verschrikkelijk moe was. Dat komt omdat je jarenlang die moeheid niet toestaat. Door het hoge stressniveau kan je heel lang doorgaan. Maar is het deksel van de pan, dan komt het boven. Mijn vader werkte vroeger ook heel hard. Gingen wij op vakantie, dan moest hij op de ochtend dat we in de auto stapten naar Italië bij wijze van spreken nog even bij de chiropractor langs om zijn rug te kraken. Ik was na mijn vertrek niet zozeer ziek, wel moe, onuitstaanbaar en chagrijnig, hoorde ik uit doorgaans betrouwbare bron.”

Mist u de onvoorspelbaarheid van de politiek niet?

„De hectiek is weg en dat geeft rust. Maar ik word nu veel eerder moe van een uitschieter dan toen mijn leven uit louter uitschieters bestond. In termen van sensatie zal ik nooit meer zoiets meemaken als het crisismanagement van de afgelopen jaren.”

Maakte u het zichzelf niet moeilijk? U leek zich nauwelijks door poortwachters te omringen, bemoeide zich met van alles.

„Er was veel kritiek op Melkert omdat die een hofhouding zou hebben. Ik koos voor een open cultuur: heel veel mensen konden met mij praten. Maar omdat niemand een hofhouding zag, dacht iedereen dat ik er één verstopt had op een geheime locatie. Ten tweede worden mensen onzeker als je ze vraagt zich in te spannen en hun mening te geven zonder dat ze weten wat daarmee gebeurt. Ik kon veel meningen wegen, maar maakte het mensen wel moeilijk loyaliteit met mij op te bouwen.”

Blair miste zijn oude team, zei hij.

„Ik heb veel vrienden overgehouden aan de politiek. Het was belangrijk dat ik met opgeheven hoofd wegging. Als de partij je uitkotst, is dat heel erg.”

Hoe ervoer u de afgang van Balkenende?

„Hoeveel wij ook streden: dat had ik hem niet gegund. Dat hij tot het bittere eind moest blijven, hoewel dat niet helemaal zijn eigen keus was, en dan zo’n enorme nederlaag aan zijn broek krijgt. Ik sprak hem kort bij zijn afscheid in de Ridderzaal, wat hij op een heel knappe en onthechte manier deed.”

Nu zit er een kabinet met een wankele basis, maar het oogt enthousiast. Anders dan uw ploeg bij Balkenende IV.

„Kabinetten van CDA en PvdA hebben altijd het karakter van een verstandshuwelijk. Dat heeft zijn weerslag op het enthousiasme. Maar toen de ploeg er zat, hebben we de volle drie jaar een prima sfeer gehad. Jan Peter en ik waren het soms oneens, maar we gingen respectvol met elkaar om. Dat was ook wel nodig, want we hebben het land door de grootste economische crisis van deze generatie geloodst. Dan ga je niet even persoonlijke oorlogjes uitvechten.”

Toch klonk er iets van wrok door in uw evaluatie na de kabinetscrisis. Anders dan in 2002-2003 over Irak, en in de campagne van 2006, was het vaste CDA-verwijt – Bos liegt en draait – dit keer niet aangeslagen, zei u. Kwetste dat verwijt u?

„Wie het interessant vindt, raad ik aan het rapport van de commissie-Davids over Irak te lezen. Ook rond Nederlands politieke steun aan de invasie in Irak werden ontzaglijk veel praatjes over de PvdA de wereld in gestrooid. Dat ik eerst instemde en daarna weer niet. Het aardige is dat Davids al die praatjes serieus neemt en ze één voor één ontzenuwt. Dat vind ik een mooi hoofdstuk.”

Dat frame – Bos draait – had wel succes.

„Ik heb vier verkiezingen gewonnen en vier verloren, dat is geen slechte score. In 2003 heb ik de grootste winst ooit voor de PvdA geboekt, in 2006 de grootste zege bij de raadsverkiezingen. En in 2010 kon de PvdA weer de grootste worden. Ik heb het idee dat ik dat beeld van draaikont aardig te boven was.”

Maar zat het u dwars?

„Het hoort helaas bij campagnes dat men soms heel laag mikt. Ik klaag daar niet over, zelf ging ik daar niet altijd goed mee om. Mijn zorg is meer dat door dat beeld van draaien en liegen zaken bezoedeld raakten die een democratie nodig heeft.

„Politici moeten van mening kunnen veranderen en compromissen sluiten. Het was me eenmaal gegund live kwaad te worden op een journalist. Jeroen Pauw noemde de compromissen die we in het regeerakkoord sloten kiezersbedrog. Dat vind ik echt ernstig. Ook de journalistiek heeft de plicht de burger op te voeden. Een compromis is het vehikel om besluiten met breed draagvlak te nemen. Presenteer je dat als kiezersbedrog, dan ondergraaf je het vertrouwen in de parlementaire democratie.”

Dit kabinet lijkt anders geen moeite te hebben met compromissen.

„O nee? Ook Rutte en Verhagen moeten zich steeds verdedigen tegen: dit stond in uw programma, waarom dan niet in het regeerakkoord?”

De val van Balkenende IV luidde een grote uittocht in. Camiel Eurlings, Agnes Kant, uzelf. Ontbreekt het uw generatie aan politiek uithoudingsvermogen?

„Agnes is een geval apart. Met Camiel heb ik niet veel kunnen praten, maar ik neem aan dat het in de persoonlijke sfeer lag. Ik ging voor mijn kinderen zorgen, hij ging ze maken. Ik vind dat heel gezond. Want het is zwaar, die tassen dossiers mee naar huis. En dan ook nog lezen, zo calvinistisch was ik wel. Al probeerde ik de mobiele telefoon thuis op gezette tijden uit te zetten.”

Kan het, toppolitiek en een gezin?

„Jawel. Als stel kun je volstrekt legitiem een andere keus maken als je kinderen hebt. Een au pair nemen, één van de partners niet laten werken. Elkaar nauwelijks zien of afspreken en dat niet erg te vinden. Ik wilde die prijs niet meer betalen. Wat ik nu wel inzie, met grote tegenzin, is dat de politiek een dynamiek heeft die geschikter is voor oudere mensen. Ik denk dat politiek gebaat is bij verjonging, de samenleving moet weerspiegelen. Maar zie je de hoeveelheid ballen die Barbara en ik in de lucht moesten houden, dan is het logisch dat bij zoveel politieke collega’s de kinderen al uit huis waren.”

Politiek is voor grijze mannen.

„En voor vrijgezellen: kijk naar Mark Rutte. Maar bij mijn vertrek kreeg ik ontzettend leuke reacties van oud-politici. Willem Aantjes schreef een ontroerende brief. Van Kemenade, Jan Pronk. Juist bij die monomaan politieke generatie zat geen greintje veroordeling. Die maakten zelf ooit een andere keuze en hebben de prijs daarvoor betaald: je kinderen niet te zien opgroeien. De enige afkeurende reactie was van Cisca Dresselhuys. Die zei dat ze al veertig jaar door mannen is bedonderd, dus zou ik ook wel niet te vertrouwen zijn.”