West-Friezen leiden strijd erfenis Kramer

De Nederlandse schaatsers Jan Blokhuijsen en Koen Verweij gaan na de eerste dag van de EK allround in het Italiaanse Collalbo aan de leiding in het algemeen klassement.

Wie zijn ogen dichtkneep en goed luisterde, leek de stem van Sven Kramer te horen. Onder een afdak naast de donkere ijsbaan van Collalbo maakte hij gisteravond na de vijf kilometer zijn benen los op de rollerbank, een zuurstofmasker aan de mond. „Of ik nerveus word dat ik eerste sta? Ik sta liever eerste dan vijfde. Ik ga lekker slapen, lekker relaxen. Waarom zou ik dit EK niet kunnen winnen? Ik weet dat ik het in me heb.”

Die bravoure, die zelfverzekerdheid. Kramer, die vier jaar geleden op hetzelfde buitenbaantje zijn imposante serie overwinningen in gang zette, had bij zijn afwezigheid geen betere ambassadeur naar Collalbo kunnen sturen dan zijn ploeggenoot bij TVM, Jan Blokhuijsen.

De 21-jarige West-Fries vormde gistermiddag in Zuid-Tirol het speerpunt van een Nederlandse verrassingsaanval op de buitenlandse favorieten die het hebben gemunt op Kramers troon. Op de eerste plaatsen in het klassement na twee afstanden stonden niet de Rus Ivan Skobrev, de Noor Håvard Bøkko of de Italiaan Enrico Fabris, de schaatsers die de afgelopen jaren waren veroordeeld tot de troostprijzen, maar Blokhuijsen en diens kompaan Koen Verweij (20), ook afkomstig uit West-Friesland.

Drie jaar geleden debuteerden de twee oud-skeeleraars nog samen op het NK allround, in Groningen, waar ze als tieners uit de ploeg van Jong Oranje korte metten maakten met oude helden als Rintje Ritsma, Bob de Jong en Carl Verheijen. „Dit is wel mooi om te zien’’, glunderde Verweij. „Jan en ik strijden al van jongsaf aan tegen elkaar.’’

Verweij, die afgelopen jaar na een moeizaam seizoen bij TVM overstapte naar Hofmeier, was niet verbaasd dat juist de Nederlanders verrasten op het eerste Kramer-loze allroundtoernooi sinds 2007. „Doordat Sven niet meedoet komt er meer ruimte voor de anderen. Dat zie je vooral in de TVM-ploeg. Het is heel goed voor de ontwikkeling van Jan Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel. Sven is altijd de beste. Daarom ben ik ook weggegaan bij TVM. Ik wilde mijn eigen plan trekken, me niet op de carrière van iemand anders richten. Dat komt nu wel uit.’’

De prestaties van de Nederlanders – ook Olde Heuvel is als nummer vijf nog in de race voor een podiumplaats – waren opvallend, maar de strijd om de titel is halverwege nog volledig open. Ook dat kwam al jaren niet meer voor. Fabris verloor veel tijd doordat hij kampte met ziekte en een rugblessure, Bøkko en Skobrev zijn als nummers drie en vier nog allerminst kansloos. Zeker omdat zij veel meer ervaring hebben op de afsluitende tien kilometer dan de jonge Nederlanders. Maar, typerend voor de instelling van de verrassende klassementsleider, Jan Blokhuijsen haalde zijn schouders op over die theoretische bespiegelingen. „Daar lig ik niet wakker van. Ik heb ook goede tien kilometers gereden. Als het erom gaat kan ik heel goed mee.’’

Ook al waren de verschillen in de top van het klassement klein, opvallend was het dat liefst drie Nederlanders op de vijf kilometer sneller waren dan Bøkko. De Noor reed jarenlang als vaste schaduw in het spoor van Kramer, maar moest nu Verweij, Blokhuijsen en Olde Heuvel voor zich dulden.

Gerard Kemkers, coach van Blokhuijsen en Olde Heuvel, was verbaasd over de manier waarop Bøkko en Skobrev gistermiddag reden. „Ik had gedacht dat de afwezigheid van Sven in het voordeel zou zijn voor jongens als Bøkko, Fabris en Skobrev. Maar die drie vind ik een beetje laf rijden. Er is niemand die opstaat en zegt: ik wil die kroon.’’

De TVM-coach vermoedt dat de druk van het plotseling kampioen kunnen worden daarbij een rol speelt. „Dat is heel anders dan voor een tweede plaats rijden, zoals zij jaren hebben gedaan. Daarom is het ook zo knap wat Sven heeft gedaan, vier jaar elk toernooi winnen. Maar als ik Bøkko zie rijden, met een laf binnenbochtje op de 500 meter, en gedoseerd schaatsend op de vijf kilometer, denk ik: ga er ’s een keer voor!’’

Maar de Noor, qua talent misschien wel de sterkste schaatser in Collalbo, mist precies de bravoure die Nederlandse schaatsers als Kramer, Blokhuijsen en Verweij doorgaans wel laten zien. Zelf zou Bøkko zich nooit opwerpen als kanshebber voor de titel, ook niet zonder Kramer. „Ik heb steeds gezegd dat het niet makkelijk zou worden’’, zei hij ook gisteren weer na zijn vijf kilometer. „Er zijn veel goede schaatsers hier. De Nederlanders verbazen mij met hun prestaties. Ik kan me niet herinneren dat drie Nederlanders op de vijf kilometer sneller waren dan ik. Maar het is goed voor het schaatsen.’’

De voorzichtige start van Bøkko kwam voort uit het rijden op hoogte in Collalbo, bijna 1.200 meter. „Je kunt hier keihard tegen de muur rijden. Maar ik had sneller moeten beginnen’’, verzuchtte de Noor.