Weer zien en acupunctuur

Wetenschapsbijlage 18-12-10

Als lezer van de Wetenschapsbijlage werd ik onlangs verrast met twee onderwerpen binnen mijn onderzoeksinteresse: De retina-prothese als middel om gezichtsvermogen te herstellen bij patiënten met netvliesdegeneraties, en het gebruik van acupunctuur als behandelmethode voor anisometrope amblyopie (lui oog veroorzaakt door correctieverschil tussen de twee ogen). ‘Weer zien’ bevatte veel juiste en nuttige informatie, maar bij de scepsis van de heer Kamermans plaats ik toch graag een paar kanttekeningen. Ten eerste merkt hij op dat het verkleinen van elektroden beperkt wordt door de verhoogde weerstand en het gevaar van doorslag. Wanneer echter die kleinere elektroden veel dichter bij de doelcellen worden gebracht, dan kan de benodigde stroomsterkte omlaag, en zal de spanning niet verhoogd hoeven worden; zulke netvlies-binnendringende elektroden zijn momenteel op verscheidene laboratoria in ontwikkeling. De heer Kamermans ziet ook de realiteit van het gedegenereerde netvlies over het hoofd wanneer hij spreekt over de 7 lagen ganglioncellen die zich rondom het netvliescentrum (de fovea) opstapelen. Dit is wel het geval in een gezond netvlies, maar in het eindstadium van degeneratie blijven maar 1 of 2 lagen over. Die degeneratie verwoest ook het gangbare patroon van kanalen die ons kleur, detail, diepte, en beweging laten zien, en kunstmatig zien met een prothese zal dus fundamenteel anders blijven dan natuurlijk zien, ook met de beste prothesen. Ons brein is echter plastisch, en zo kunnen ontvangers van implantaten de gebrekkige informatie heel effectief leren gebruiken. Dat is precies wat wij bij patiënten met de Argus II en het besproken Multiphotodiode Array zien gebeuren. Revalidatie zal de biologie en technologie te hulp moeten komen.Ook het stukje over de acupunctuur verdient wel een kanttekening (‘Acupunctuur tegen lui oog werkt in slordig onderzoek’). De onderzoekers in Archives hebben inderdaad verzuimd aan te geven hoeveel verschil er was tussen de voorgeschreven studiebril en de “optimale” bril die de proefpersonen voordien gedragen hadden. Een deel van de verbetering zou teweeggebracht kunnen zijn door zo’n verschil, en Dr. Simonsz heeft gelijk dat de referenten om deze aanvullende informatie hadden moeten vragen. Ook zou het effect van afplakken groter geweest kunnen zijn als het oog in plaats van het brilleglas was afgeplakt. Maar het feit dat acupunctuur alleen een minstens zo groot effect had als afplakken alleen, en dat dit effect ruim groter was dan je zou verwachten als de studiebril weinig van de vorige verschilde, suggereert dat acupunctuur misschien toch effectief was. Aanvullende informatie van de auteurs kan daarover alsnog uitsluitsel geven.

Gislin Dagnelie

Johns Hopkins University

Baltimore, VS