‘Vrijgekomen stoffen brand Moerdijk niet gevaarlijk’

Bij het blussen van de grote brand op het terrein van het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk zijn afgelopen woensdag geen kankerverwekkende stoffen vrijgekomen. Ook het zwaar vervuilde bluswater dat zich nu nog in sloten en aanleghavens rondom het terrein bevindt, vormt geen gevaar voor de volksgezondheid.

Dat zei milieuarts Henk Jans vandaag tijdens een drukbezochte bijeenkomst in het dorpshuis Ankerkuil in Moerdijk. NRC-redacteur Bart Funnekotter was aanwezig om voor nrc.nl verslag te doen.

Ongeloof bij geëmotioneerde bewoners
Honderden inwoners van Moerdijk waren bijeen om zich door de autoriteiten te laten voorlichten over de brand en de nasleep ervan. De chemicaliën die in het water zitten zijn voor 95% niet kankerverwekkend, aldus Jans. En uit metingen blijkt dat de gevaarlijke stoffen die in het water zitten momenteel niet door verdamping vrijkomen.

Een aantal bewoners, soms hevig geëmotioneerd, kon dit goede nieuws niet geloven. Werd er niks achtergehouden, werd er wel op de juiste stoffen gecontroleerd? Jans verzekerde de aanwezigen dat zij veilig konden ademhalen in Moerdijk:

“Door de hoge temperatuur van de brand zijn veel van de gevaarlijke stoffen afgebroken en zijn er minder schadelijke restproducten als chloor overgebleven.”

Deze restproducten zorgen voor gezondheidsklachten bij 14 hulpverleners, die zich daags na de brand bij huisarts of ziekenhuis meldden. Zij zijn onderzocht en weer naar huis gezonden. Burgemeester Peter van der Velden van Breda vertelde de aanwezigen dat hij het ministerie van Volksgezondheid eerder vandaag gevraagd heeft of het nuttig en nodig is een groot gezondheidsonderzoek in de omgeving van Moerdijk te houden. Hij hoopte de inwoners van het dorp zo snel mogelijk te kunnen informeren over het antwoord van het ministerie.

Kritiek op late sirene
Enkele aanwezigen hadden veel kritiek op het feit dat op de dag van de brand pas rond elf uur ’s avonds de sirene ging, die mensen waarschuwde hun huis in te gaan. Burgmeester Denie van Moerdijk verdedigde zijn besluit daar zo lang mee te wachten:

“Aanvankelijk, toen de brand zo heet was en de wind weg stond van Moerdijk, was het niet nodig mensen naar binnen te sturen. Pas toen we een schuimdeken wilden neerleggen, zou er mogelijk gevaar voor de omwonenden kunnen zijn geweest, omdat op dat moment de temperatuur van het vuur zou dalen, waardoor chemicaliën mogelijk niet meer kapot zouden branden. Dat was het moment om de sirenes te laten klinken.”