Sterren zeggen nóóit dat je een vrek bent

‘Iets waar je al een tijdje op wacht leidt vandaag tot een positieve uitkomst.’ Die dag zou ik horen of ik een nieuwe functie kreeg. Ik kreeg hem niet.

En ja, ik geef het toe. In de trein vis ik Metro en Spits op en lees mijn horoscoop.

Die tweeregelige tekstjes worden natuurlijk gedachteloos uit een of andere computer geplukt. Dat weet ik ook wel. Soms staat de raad die de ene dag aan Tweelingen werd toebedacht, een paar dagen later bij Ram. En dat Metro en Spits onder dezelfde sterrenhemel geregeld het tegenovergestelde beweren is ook erg verdacht.

Bovendien: ik ben gepromoveerd natuurkundige en dus wetenschappelijk geschoold. Ik heb geleerd over toeval en chaos. Ik vertrouw geen lieden die zich beroepen op oncontroleerbare ‘gaven’ en vage ‘tradities’. Ik weet zelfs dat Dante Alighieri 700 jaar geleden al schreef dat zieners met hun hoofd achterstevoren door de hel moesten lopen – achteruit dus.

Maar: het is zo fijn. Zo’n cryptisch boodschapje dat een saaie treinreis onderbreekt. Van iemand die het goed met je voor heeft. Want dat hebben de sterren.

Komen ze met een waarschuwing, dan volgt snel iets zoets. ‘Wees minder gauw aangebrand. Je vrienden zullen het waarderen.’ Kijk, veel vrienden, die heb je inderdaad!

Nóóit zullen de sterren zeggen dat je een vrek bent, een kreng, een leugenaar of een sadist. Slechte eigenschappen zijn gewoon uit de hand gelopen goede eigenschappen. Dus: je praat misschien veel te veel, maar dat komt óók doordat je zo communicatief bent. En ook prettig: tegenslag is zelden aan jezelf te danken. Het ligt aan de buitenwereld, of aan andere sterrenbeelden.

Nou ja, soms zijn ze zo algemeen dat zelfs de sterren vervelend worden. ‘Uw kinderen blijven een aandachtspunt’, staat er in de jaarhoroscoop van de Jan. Heus!? Zijn er dan mensen voor wie dat niet geldt? Die hun kinderen koeltjes van hun to do-lijstje schrappen?

Maar de echte vraag is natuurlijk: waarom lees ik ze? Ik weet toch dat er miljarden sterrenstelsels zijn. Dat onze zon toevallig in de buitengebieden van eentje daarvan rondzwerft. En dat de sterren die wij aan het firmament waarnemen, daar ook maar toevallig zijn beland. Ik geloof toch niet serieus dat de horoscoopsoftware op belangrijke momenten wél de juiste boodschap in nullen en enen verpakt – stom toevallig?

Gelukkig heb ik een excuus. Ik ken mezelf gewoon even slecht als naar het schijnt de meeste mensen. Het is niet zo makkelijk om, opgesloten in je eigen hoofd, een lijn te herkennen in een soort melkwegstelsel van gedachten en gevoelens. En gebrekkige zelfkennis maakt mensen nou eenmaal een prooi voor wazige mededelingen ‘van boven’.

De Amerikaanse psycholoog Bertram Forer liet dat zien in een klassiek geworden experiment. In 1948 nam hij een groep studenten een persoonlijkheidstest af. De ‘uitslag’ had hij bij elkaar geknipt uit krantenhoroscopen, maar dat had dus geen mens in de gaten. Verleid door de aandacht en door het gezag van de psychologische wetenschap, vonden de studenten dat hun diepste roerselen ten voeten uit waren beschreven.

Kennelijk vergaat het mij net zo. Want nee, ik zou nooit een horoscoop laten trekken. Of er geld voor neerleggen. Maar toch vind ik in de vaagste beschrijvingen aanknopingspunten. Het gaat gewoon vanzelf.

‘Die houding van je is een beetje te optimistisch geweest’, schreef de Metro-horoscoop twee weken nadat ik afgewezen was – voor die functie dan. Hallo! Wie was hier optimistisch? Ik, of de sterren met hun ‘positieve uitkomst’?

‘De inspanningen die je in het verleden geleverd hebt, blijken vandaag ineens hun vruchten af te werpen’, zei toen de Spits. En och, dacht ik, als dat vandaag niet zo is, dan toch vast wel later – hier kan ik mee vooruit.