Short als mascotte

Eerst even kijken op de nieuwe ratinglijst, die op 1 januari is uitgekomen. De bovenste drie, Carlsen, Anand en Aronian, staan heel dicht bij elkaar en dan is er een kloofje van 21 punten met nummer vier, oud-wereldkampioen Kramnik. Alle vier komen ze volgende week naar Wijk aan Zee voor het toernooi dat dit jaar voor het eerst Tata Steel Tournament heet.

Wij Nederlanders letten scherp op Anish Giri. Op de algemene lijst staat hij nu 52ste, gelijk met Judit Polgar, en bij de junioren is hij gestegen naar de tweede plaats, achter Fabiano Caruana, die twee jaar ouder is dan hij. De stijging komt vooral doordat kanonnen als Carlsen, Karjakin, Nepomnjasjtsji en Vachier-Lagrave de junioren zijn ontstegen.

Schakers van boven de veertig zijn zeldzaam bij de top 100. De oudste is Nigel Short (45) die op de 89ste plaats staat. Zijn partijen zijn nog steeds een lust voor het oog, ook al verongelukt hij vaak dramatisch.

Tijdens het London Classic schreef de internetjournalist Mig over Short: „Zijn strategie om met wit iets slechter uit de opening te komen en zich daarna mat te laten zetten, heeft nog geen dividend opgeleverd.” En over zijn spel in het toernooi in Reggio Emilia, dat afgelopen donderdag werd gewonnen door Maxime Vachier-Lagrave en Vugar Gashimov, schreef de Duitse grootmeester Jan Gustafsson op zijn blog dat Short zijn Londense tactiek om in een zo zeldzaam mogelijke openingsvariant zo snel mogelijk een mataanval tegen zijn koning uit te lokken, trouw was gebleven.

Gustafsson voegde er aan toe dat hij een groot bewonderaar bleef van Nigels schaakinzicht en van zijn bekwaamheid als entertainer en als gelukaanbrenger.

Dat Short een goede mascotte is leerde Gustafsson in 2009, toen hij bij het Corustoernooi secondant was van Jan Smeets. Smeets verloor twee keer en besefte dat het beide keren was gebeurd op een dag dat hij Short niet bij het ontbijt had getroffen.

Vanaf dat moment was het een van de taken van Gustafsson om Short om tien uur te wekken, zodat die hun bij het ontbijt de finesses bij kon brengen van de Engelse taal en van het leggen van contacten met vrouwelijke schakers. Daarna verloor Smeets niet meer.

Hier is een partij uit Reggio Emilia die aanvankelijk geheel overeenkomt met de beschrijving van Mig en Gustafsson, maar deze keer was het lot Short genadig.

Nigel Short-Alexander Morozevitsj, Reggio Emilia 2011

1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 Pf6 4. e5 Pfd7 5. f4 c5 6. dxc5 Zoals in bijna al zijn partijen ontwijkt Short de moderne openingstheorie met een ouderwetse zet. Het moderne 6. Pf3, om veld d4 stevig in handen te houden, is ongetwijfeld beter. 6...Pc6 7. a3 Lxc5 8. Dg4 0-0 9. Ld3 De7 De laatste keer dat deze stelling voorkwam was meer dan een eeuw geleden in Spielmann - Alapin, München 1909. 10. Ld2 f6 11. Dh4 h6 12. exf6 Pxf6 13. 0-0-0 Beter was 13. Pf3. 13...e5 14. fxe5 Pxe5 15. Pf3 Pxd3+ 16. cxd3 b5 Zwart zet de aanval in. Nu is 17. Pxb5 Tb8 niet goed voor wit, maar wat hij doet helpt ook niet. 17. The1 Db7 18. Le3 Lxe3+ 19. Txe3 a5 20. Tde1 b4 21. Te7 Db6 22. axb4 axb4 23. Pd1

Wit staat er verschrikkelijk voor. Morozevitsj kon het nu snel en mooi uitmaken met 23...Pe4 24. dxe4 Txf3, want na 25. gxf3 Ta1+ zou wit in een paar zetten mat gaan. 23...Lg4 Zwart mist de directe winst, maar blijft geweldig staan. 24. Kd2 De vlucht naar voren. 24...b3 25. Ke2 Ta4 26. Dg3 Ph5 27. De5 Tf5 28. Dc3 Lxf3+ 29. gxf3 d4 Hiermee geeft hij wit onnodig tegenspel. Na 29...Pf4+ 30. Kf1 (of 30. Kd2 Tg5) Dg6 zou zwart nog groot voordeel hebben. 30. Te8+ Ook 30. Dc8+ Tf8 31. Te8 was een behoorlijke verdediging. 30...Kh7 31. Dc8 Pf4+ 32. Kf1 Db5 33. Pf2 Het allermooiste is er af, maar na 33...Ta2 zou zwart nog steeds beter staan. 33...Pxd3 Dit is een grove fout. 34. Th8+ Kg6 35. De6+ Kh5 36. Tb8 Dat had Morozevitsj niet gezien. Hij verliest nu een stuk. 36...De5 37. Txe5 Ta1+ 38. Te1 Txe1+ 39. Dxe1 Pxe1 40. Kxe1 Txf3 41. Td8 Te3+ Met 41...Tf4 kon zwart nog even spartelen, maar hij geeft er de brui aan. 42. Kf1 Tc3 43. bxc3 dxc3 44. Pd3 Zwart gaf op.