Pers pakt nog een Hongaarse bonbon

Hongarije organiseert een reisje voor de Europese pers om nog maar eens de omstreden nieuwe mediawet toe te lichten. De premier zegt met een cynisch lachje: „Dit is één groot drama”.

In twee witte bussen worden we door Boedapest gereden – van het ene ministerie naar het andere, van lunch naar diner. ‘We’, dat zijn zo’n vijftig Brusselse journalisten. Elk half jaar maken we zo’n reis, want elk nieuw land dat tijdelijk EU-voorzitter wordt, nodigt ons uit. Nu is dat Hongarije en juist nu zit Hongarije Europees gezien in grote problemen, door een nieuwe wet die de persvrijheid zou bedreigen. Vooral de machtige EU-landen Frankrijk en Duitsland zijn er boos over en dat is hard aangekomen in Boedapest.

Het lijkt onze reis alleen maar comfortabeler te maken. Moesten we eerder nog zelf onze bagage van de band halen op het vliegveld? In Boedapest wordt dat voor ons gedaan. Zelf inchecken in het hotel? Welnee. De sleutels liggen klaar in envelopjes met onze naam erop.

„Neem wat van deze Hongaarse bonbons”, zegt een vrouw die ons met koffie staat op te wachten tegen de Brusselse correspondent van een grote, Britse krant. Graag, zegt hij, en hij graait in de schaal. „Ik neem er ook wat mee voor mijn vrouw.”

Zonder een spoor van irritatie of moedeloosheid antwoorden Hongaarse ministers al sinds woensdag op onze eindeloze rij vragen over de nieuwe mediawet. En vaak zijn het niet eens vragen. Een collega van een Italiaanse krant hield bijna een preek: de Hongaarse ministers zeggen steeds maar dat de wet is samengesteld uit paragrafen die ook in mediawetten in andere Europese landen staan. „Maar begrijpen jullie dan niet hoe het werkt? Als je uit alle landen juist die regels pakt die de vrijheid van journalisten beperken, dan beperk je journalisten dus heel erg.”

Onder de nieuwe wet kunnen media hoge boetes krijgen als de berichtgeving niet ‘evenwichtig’ is. De minister voor Communicatie had voorbeelden uit de journalistiek genoemd die volgens hem bewezen dat de wet nodig was: een krant had een foto gepubliceerd van een stervende voetballer . En hij noemde realityshows waar gewone Hongaren belachelijk waren gemaakt. Een Britse collega zei: „Is dat alles? Big Brother en zo’n foto?”

De minister van Communicatie knikte en zei maar weer eens hoe belangrijk het was om kijkers, luisteraars en lezers te beschermen. Een Franse correspondent vroeg waarom Hongarije eigenlijk een Communicatieminister nodig had. De minister lachte. Leuke vraag. Er kwam geen antwoord.

Hongaarse ambtenaren en diplomaten vertelden ons hoe hard ze hadden gewerkt aan de voorbereidingen voor het EU-voorzitterschap. En aan deze persreis. Maar een succes kon die nu nooit meer worden. Er waren er bij die zeiden dat ze hun politici al in december hadden gewaarschuwd: de eerste berichten over de nieuwe wet waren naar buiten gekomen en de Europese Commissie vroeg op 23 december om een vertaling ervan, om te kunnen bepalen of de wet in strijd was met Europese regels. Maar de verantwoordelijke politici waren „kerstcadeaus gaan kopen”.

Premier Viktor Orbán had rond de Kerstdagen nog wel op een persconferentie gezegd dat Hongarije zich van al die kritiek niks ging aantrekken. Maar die boodschap was, zeiden zijn medewerkers, voor het binnenland bestemd. In het buitenland, waar journalisten in die tijd niet veel ander nieuws hadden om over te schrijven, maakten zijn uitspraken alles alleen maar erger.

De meeste Scandinavische media, de International Herald Tribune en ook NRC Handelsblad, accepteren niet dat de kosten van zo’n reis worden betaald door het EU-land dat hen uitnodigt. Maar dat ze Hongarijes gast waren, was voor de anderen geen belemmering om toch steeds maar te zeggen wat Hongarije beter anders had kunnen doen. En er was geen Hongaarse politicus die er in al die dagen zo genoeg van kreeg dat hij vroeg: „Is het hotel verder wél in orde?”

Alleen de Hongaarse premier Viktor Orbán had gisteren even geen zin om aan één stuk door aardig te zijn tegen ons. Hij begreep wel waarom we zo geïnteresseerd waren in die wet, zei hij. Cynisch lachje. „Journalistiek is jullie natuurlijk zeer lief. Dit is één groot drama.”