Orbán inschikkelijker na storm van kritiek

EU-voorzitter Hongarije belooft na een bezoek van de Europese Commissie zijn omstreden mediawet zo nodig te wijzigen.

A general view of the Dome Hall of the Hungarian Parliament from the upmost gallery as Hungary's Prime Minister Viktor Orban, center, speaks to an audience of EU State Ambassadors and Ministers and other guests during a state ceremony in Budapest, Hungary, Thursday, Jan. 6, 2011 after the EU flag has symbolically been passed over to him from his Belgian counterpart Yves Leterme (not seen). The action represents Hungary's takeover of the rotating EU Council presidency from Belgium, for the next six months. (AP Photo/MTI, Szilard Koszticsak) AP

Als de Hongaarse regering een nieuwe wet denkt nodig te hebben om de media onder controle te krijgen, dan heeft de Europese Unie José Manuel Barroso om die regering tot de orde te roepen.

Want zo ging het gisteren in Boedapest. Vriendelijk en beleefd als altijd, maar net iets minder vaak glimlachend, kwam de voorzitter van de Europese Commissie met een duidelijke boodschap op bezoek bij de Hongaarse premier Viktor Orbán.

Barroso wist, zei hij, hoe belangrijk Orbán het vindt om internationaal gerespecteerd te worden. Hij was er natuurlijk zelf van overtuigd dat Hongarije een democratie was. Maar: „Het is belangrijk dat de premier dat heel duidelijk maakt. In Hongarije en daarbuiten.”

Net nu Hongarije voor een half jaar voorzitter is geworden van de EU, krijgt het scherpe kritiek van andere Europese landen op een wet met regels voor journalistieke berichtgeving en een systeem van sancties. Vooral Duitsland en Frankrijk reageerden ongewoon hard: Hongarije moet de wet aanpassen, vinden ze.

De Europese Commissie onderzoekt nu of de wet in strijd is met Europese regels. Eerder deze week zei de Hongaarse premier nog dat zijn regering de wet alleen zou aanpassen als er ook van andere Europese landen veranderingen in de mediawet werden geëist, omdat Hongarije alle bepalingen in de wet zou hebben overgenomen uit wetten in andere EU-landen.

Maar na zijn gesprek met Commissievoorzitter Barroso noemde Orbán die voorwaarden niet meer. Hongarije, zei hij op een persconferentie samen met Barroso, zal de wet aanpassen als de Europese Commissie vindt dat dat moet. Punt. Al bleef hij ervan overtuigd dat dat niet nodig zou zijn. Orbán was fel over de buitenlandse kritiek op de wet: zijn land had „een salvo van aanvallen” te verduren gekregen. Maar nu er sinds een paar dagen een Engelse vertaling was van de wet, begon de „tweede fase”: iedereen kan nu lezen wat er echt in staat en wat niet.

Over die vertaling was de afgelopen dagen twijfel ontstaan. Er zouden alinea’s zijn weggelaten, bij voorbeeld de aankondiging dat de zogenoemde Media Autoriteit, die toeziet op de uitvoering van de wet, pas boetes zou gaan opleggen ná 1 juli – als het EU-voorzitterschap voorbij is. Barroso zei gisteren in Boedapest: „We hebben pas sinds gisteren een vertaling gekregen die we helemaal vertrouwen.”

Barroso had in zijn gesprek met Orbán nog eens gezegd dat persvrijheid in de Europese Unie een „heilig principe” was en pluralisme noemde hij „fundamenteel”. Hij was blij dat Orbán hem had beloofd dat de wet werd veranderd als dat nodig was. „Er zijn juridische principes die strikt nageleefd moeten worden. Maar er zijn ook politieke percepties en Hongarije heeft de steun van de EU-lidstaten nodig om van zijn EU-voorzitterschap een succes te maken.”

Dreigender kon Barroso niet zijn – nu is het wachten op de resultaten van het onderzoek dat de Commissie doet naar de wet. Barroso wilde nog niet zeggen wanneer die er zouden zijn: er moesten tweehonderd pagina’s heel precies worden bestudeerd.

De Hongaarse premier, die met zijn rechts-conservatieve partij Fidesz een tweederde meerderheid heeft in het parlement, noemde op de persconferentie met Barroso een paar doelen die Hongarije als EU-voorzitter zal nastreven: hij wil dat de toetredingsonderhandelingen met aanstaand EU-lid Kroatië de komende maanden worden afgesloten, hij wil Servië een „positief perspectief” geven op EU-lidmaatschap en hij wil dat het lukt om Roemenië en Bulgarije toe te laten tot de Schengenzone, waar geen grenscontroles meer zijn.

Vooral met dat Schengendoel liet Viktor Orbán zien dat hij zich niet wil laten intimideren door de machtige EU-landen Frankrijk en Duitsland, die eind december duidelijk hebben gemaakt dat ze nu nog tegen toetreding van Roemenië en Bulgarije zijn. Als EU-voorzitter spreekt Hongarije nu ook namens hen.