Oorlogsverklaring aan 'giftige' ideeën Westen

Het bewind in Iran maakt onderwijs tot instrument om de waarden van de islamitische revolutie te verspreiden. Maar: „Wetenschap kan niet zomaar worden aangepast.”

Het onderwijs in Iran staat in het algemeen op een hoog niveau, maar veel studenten, professoren en ouders vrezen dat het zwaar te lijden zal hebben onder de fundamentele veranderingen die de islamitische leiders willen doorvoeren met als doel de ‘perfecte’, islamitische mens te vormen.

„Dit soort cultureel constructiewerk gaat niet werken”, zegt Sadegh Zibakalam, een politicoloog verbonden aan de universiteit van Teheran. „De regering denkt dat ze kinderen kan onderwijzen om perfecte mensen te worden, maar ze vergeten dat er tientallen andere factoren zijn – ouders, vrienden, satelliet-tv en internet – die hun denken beïnvloeden.”

Details over de islamisering van het studiemateriaal die zal worden doorgevoerd, zijn er nog weinig. De scholen moeten worden omgevormd tot lokale culturele bases. Docenten dienen ‘instructeurs’ te worden die met hulp van geselecteerde geestelijken en leden van de radicale, paramilitaire baseej-organisatie ook levenslessen gaan geven. Momenteel worden meer dan 140 schoolboeken voor het middelbaar en lager onderwijs herschreven om te voldoen aan de nieuwe richtlijnen, zo laat het ministerie van onderwijs weten.

De hervormingen komen na ingrijpende wisselingen in het Iraanse leiderschap in de afgelopen jaren. Prominente hervormingsgezinde politici zijn opzijgeschoven, terwijl de macht van president Mahmoud Ahmadinejad en een groep radicale geestelijken en militaire commandanten zwaar is toegenomen.

Opperste leider ayatollah Ali Khamenei heeft studierichtingen als niet-islamitisch recht, sociologie en psychologie, met ongeveer twee miljoen studenten, omschreven als „fundamenteel giftige studies”. Ze zouden te veel zijn gebaseerd op westerse theorieën. „Het doceren aan onze jeugd wat westerlingen hebben gezegd of geschreven, leert de jongeren heilige islamitische dogma’s en waarden te wantrouwen”, zei hij in augustus. „Dit is onacceptabel.”

Critici herinneren aan de drie jaar van academische zuiveringen na de revolutie van 1979, die volgens velen heel schadelijk zijn geweest. Tijdens die ‘culturele revolutie’ werden leraren die tegen de revolutie waren massaal ontslagen, diverse boeken verboden en de universiteiten gesloten.

„Alles bleek voor niets, want uiteindelijk vinden de studenten hun informatie toch wel”, zegt politicoloog Zibakalam, die destijds enthousiast deelnam aan het zuiveren van de universiteiten. „De regering herhaalt nu wat wij toen al hebben geprobeerd.”

Het huidige bewind wil dat Iran een van de machtigste landen in de wereld wordt. Het Iraanse volk moet een rolmodel zijn en leven volgens de opvattingen van de regering over zaken als geloof, logica en gerechtigheid. Dergelijke ideeën staan haaks op de wensen van stedelijke Iraniërs, die met miljoenen protesteerden na Ahmadinejads betwiste verkiezingsoverwinning in 2009.

„In plaats van dat ze zich afvragen waarom hoogopgeleide mensen zich afkeren van de regering, eisen ze dat iedereen hen nabootst”, zegt Zibakalam over Ahmadinejad en zijn medestanders.

De hervormingen in het onderwijs zijn een antwoord op het steeds liberaler worden van de middenklasse. Die wordt al getroffen door een ingrijpende herstructurering van de economie. De prijzen van benzine, brood en andere dagelijkse benodigdheden zijn de afgelopen weken soms vertienvoudigd, terwijl de compensatie (contante betalingen van de regering van zestig euro per persoon) voor veel stadsbewoners te laag zijn. Verschillende politici waarschuwen voor mogelijke onrust over de nieuwe prijzen.

Het ministerie van Onderwijs heeft een ‘Programma voor fundamentele evolutie in onderwijs en training’ opgesteld. Dat voorziet onder andere in nieuwe lesprogramma’s om leerlingen tussen de 12 en 17 te „helpen een acceptabel niveau van politieke analyse te verkrijgen” en te voorkomen dat ze „verstrikt raken in complotten van de vijand, of satellietkanalen en internet”, zo staat in een intern document van het ministerie, volgens het persbureau ILNA.

Al sinds de revolutie proberen Iraanse leiders te controleren wat het volk leest, ziet en denkt. Maar sinds er tientallen Farsi-talige satellietkanalen uit het buitenland in Iran te ontvangen zijn, en de meeste mensen wel weten hoe ze door de staat geblokkeerd websites zoals Facebook kunnen bereiken, is het lastiger geworden om het menu van de Iraanse mediaconsumenten te bepalen.

Het denken wordt ook beïnvloed door de vele contacten die stedelijke Iraniërs met het buitenland hebben. Werden buitenlanders tien jaar geleden nog op iedere straathoek in Teheran aan gehouden door giechelende tieners, tegenwoordig kunnen zelfs de lagere middenklassen zich een reis naar de stranden van Turkije of Dubai veroorloven. In werkelijkheid staat een Iraniër in Teheran meer in contact met de buitenwereld dan ooit het geval was.

Het Iraanse politieke systeem, een mengsel van theocratie en directe verkiezingen, is gebaseerd op een ideologie waarin het verheffen van de armen door middel van islamitische dogma’s centraal staat. Heiligen en revolutionaire martelaren zijn de officiële rolmodellen. Ahmadinejad riep alle Iraniërs in een toespraak in oktober op zichzelf te modelleren naar de twaalfde shi’itische imam Mehdi, die in 869 verdween om op het juiste moment terug te komen als messias. „Om God te leren kennen, is het noodzakelijk een perfecte mens te zijn”, zei de president.

De onderwijshervormingen moeten studenten in deze richting duwen. „Er komt meer aandacht voor zedelijkheid. Dit moet groeien en zich ontwikkelen”, zei Ahmadinejads belangrijkste adviseur, Mojtaba Samareh Hashemi, in een interview in november. „We moeten ons concentreren op menselijke waarden, zoals goede omgangsvormen, eerlijkheid, zuiverheid en de waarheid.”

Scholieren en studenten zijn bezorgd. „Ik wil geen les krijgen van geestelijken, ik wil Frans leren”, zegt de 10-jarige Romina Tehrani, die op een privéschool zit. De nieuwe regels zullen gelden voor alle scholen.

„Deze studies zijn gevormd door denkers wereldwijd”, zegt Ali Asgar Harandi, een student filosofie aan de universiteit van Teheran, die normaal de regering steunt. „Wetenschap kan niet zomaar worden aangepast.”

Professor Zibakalam verwijst naar de revolutie, waar honderdduizenden studenten die jarenlang in de meest westerse studieprogramma’s waren onderwezen, desondanks de pro-westerse sjah ten val brachten. „Het is niet wat we de studenten leren, waardoor ze een bepaalde groep steunen”, zegt hij. „Hoe ze zich gedragen, hangt af van hoe ze worden behandeld door degenen die de macht hebben.”