Onder de Toonbank

Wetenschapsbijlage 24-12-10

In het relaas ‘Onder de Toonbank’ mis ik twee grote ontwikkelingen: 1 kindermisbruik en kinderporno van toen (1955, verschijning Lolita) valt op geen enkele manier te vergelijken met die anno 2010. Wat er zich de laatste 15 jaren heeft voorgedaan is zonder precedent. Wat er bijvoorbeeld op het door de heer Jan-Jaap Oerlemans van de Universiteit van Leiden aangehaalde Zweedse kinderpornomateriaal (gescand, dus fotootjes) te zien was, kan niet gelijk zijn aan het hemeltergende materiaal van nu. Waanzin (op filmpjes!) waarbij een geblinddoekt meisje van ongeveer 6 jaar oud, vanaf het plafond aan haar enkels bengelende, in haar bipsje werd genomen (de Volkskrant, om en nabij 2005). 2 Dat er de laatste veertig jaar géén aanwijzigingen zijn die wijzen op een toename van kindermisbruik, klopt niet. Hierbij refereer ik aan het rapport van 18 september 2009 van de Speciale Rapporteur inzake Kinderhandel, Kinderprostitutie en Kinderporno bij de Verenigde Naties mevrouw dr. Najat M’jid Maalla. Daarin kwamen de volgende gegevens naar voren: kinderporno was een rendabele industrie geworden (met een geschatte omzet tussen de 3 en 20 miljard dollar per jaar), tussen 2003 en 2007 verviervoudigde beeldmateriaal met ernstig cq geweldadig kindermisbruik, Amerikaanse pedofielen betrapt op het bezit van kinderporno scoorden akelige percentages daar waar jonge (tussen de 3 en 6 jaar, 39%) en zeer jonge kinderen (van baby’s tot 3 jaar, 19%) figureerden. Als klap op de vuurpijl wist de rapporteur te melden dat er op élk moment van de dag naar schatting driekwart miljoen lieden het net afschuimen op zoek naar dergelijk abject materiaal. Wat ik in dit, maar ook in andere in de Nederlandse pers verschijnende artikelen over dit onderwerp mis is het onderscheid tussen kindermisbruik bij kinderen als Lolita zelf en het personage verbeeld door Brooke Shields in The Blue Lagoon, jonge pubers, feitelijk, en kinderen die daar in de vérste verte nog niet aan toe zijn (zie ook de in het artikel genoemde Thea Pumbroek), met daarbij de toegenomen hardheid en sadisme van een fenomeen dat in de sixties een soort van speelsheid gehad moet hebben. En dat alles het liefst met een degelijke en kwantificeerbare onderbouwing.

Wouter Krijbolder

’s-Hertogenbosch