..Nederlandse agenten

Ook Nederland moet zich rekenschap geven van de conclusie dat de overdracht van formele en feitelijke soevereiniteit aan Afghanistan dwingt tot enige vorm van betrokkenheid.

Het feit dat Kamp Holland in Uruzgan nu is ontruimd, is niet het einde van het verhaal. Temeer niet omdat Nederland zich, meer dan de meeste andere bondgenoten, heeft verbonden aan het gemengde strategische concept van de drie d’s: ‘diplomacy, development en defence’. Zeker de tweede ‘d’ veronderstelt dat de Afghanen worden getraind om zichzelf te bedruipen. Bijvoorbeeld door de politiemannen uit Nederland.

Het kabinet heeft gisteren gehoor gegeven aan het verzoek van de NAVO om zulke trainers te sturen, beschermd door militairen die geen enkele offensieve taak mogen uitvoeren.

Die politiemissie naar Afghanistan heeft onlogische kanten. Met zijn militairen heeft Nederland afgelopen vier jaar relatief succesvol geopereerd. De combinatie van vechten en bouwen is her en der op waarde geschat, ook in bijvoorbeeld Tarin Kowt waar het leven nu wat veiliger is dan vijf jaar geleden.

Dat kan niet worden gezegd van elke gebied waar buitenlandse troepen zijn gestationeerd. Integendeel. Was het noorden lang redelijk rustig, nu heeft ook daar de rebellie voet aan de grond gekregen. Precies daar – in Mazar-e-Sharif, Kabul en Kunduz, waar Duitse troepen de interventiemacht vormen – gaan drie jaar lang zo’n 545 Nederlandse opleiders en bewakers de training van Afghaanse politieagenten en het justitiële apparaat ter hand nemen.

Die taak en die plek roepen vragen op. Is het niet het paard achter de wagen spannen om 225 trainers uit te zenden als die moeten worden beschermd door 125 militairen en 4 F-16’s plus 120 mensen grondpersoneel? En is het wel zinvol om agenten te trainen in een land waar de politie in onze civiele zin van het woord niet bestaat, maar bij het bewaken van de publieke ruimte en innen van tol dienstbaar is aan clans en krijgsheren?

Die vragen zijn echter ondergeschikt. In retrospectief speelt het onvermogen van het vorige kabinet om het debat over een ander soort missie te ontdoen van zijn partijpolitieke angels regering en parlement nog steeds parten. Door de voldongen feiten is nu alleen nog dit opgetuigde trainingsprogramma aan de orde. Het is niet anders. Ook de PvdA zou dat moeten beseffen.

Nederland heeft belang bij een zo stabiel mogelijk Afghanistan. Een politiemissie kan daaraan een kleine bijdrage leveren. Maar eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat die niet zozeer politiële, maar vooral politieke betekenis heeft: namelijk dat Nederland toch mee blijft doen met de bondgenoten.