Museum als 'warm hart' voor de hoofdstad

Het Amsterdams Historisch Museum wordt vernieuwd om meer publiek te trekken. „Het museum is bedoeld voor zowel bewoners als toeristen”, zegt directeur Paul Spies.

De binnenplaats die zich vertakt tussen de strenge zeventiende-eeuwse gebouwen is langgerekt en op veel plekken smal. „Elk jaar komen daar een miljoen mensen langs”, zegt Paul Spies. „De meesten gaan richting Kalverstraat. Minder dan 200.000 mensen gaan naar het museum. Dat aantal moet de komende jaren veel groter worden.”

Daarom ondergaat het stadsmuseum van Amsterdam een gedaanteverwisseling, die 5,5 miljoen euro kost. Om te beginnen is alvast de naam Amsterdams Historisch Museum afgelopen week veranderd in Amsterdam Museum. „Want het museum is niet alleen bedoeld voor mensen die zijn geïnteresseerd in geschiedenis, maar voor iedereen die is geïnteresseerd in Amsterdam – zowel bewoners als toeristen”, zegt Spies, die hier twee jaar geleden directeur werd.

De gebouwen van het voormalige weeshuis in de binnenstad zijn nu nogal ontoegankelijk. „Het is een labyrint”, vindt Spies: „De bezoeker ziet prachtige objecten met lappen tekst erbij. Na een uur ben je klaar met de zaal van de zestiende eeuw, maar dan moet je nog de volgende eeuwen doen. En nergens kun je pauzeren, want het café zit aan de andere kant.”

De hedendaagse museumbezoeker wil echter snel een goede indruk krijgen van de rijkdom aan schilderijen, kaarten en objecten als helmen en gildepenningen. Daarom wordt het museum de komende jaren geleidelijk verbouwd, naar een ontwerp van architectenbureau Benthem Crouwel. „Het museum moet het warme hart van Amsterdam worden, een plek van verhalen die samen een netwerk van aderen in de stad vormen”, licht Spies toe.

De meest zichtbare ingreep is een nieuwe entree, die de huidige twee ingangen moet vervangen, in wat nu nog een blinde muur is naast de schuttersgalerij. Daarachter komt een vertrekhal voor de drie museumroutes: een familietour voor mensen met kinderen, een korte tour voor toeristen en een uitgebreide tour voor mensen die ‘verdieping’ willen.

De route voor kinderen in ‘de magische wereld van de gebouwen’ gaat in mei open. De ‘toeristische’ route wordt de komende maanden aangelegd, onder meer met de bouw van een extra loopbrug in de galerij met schutterstukken. Bezoekers gaan straks bij deze tour chronologisch langs de hoogtepunten van de Amsterdamse geschiedenis, zoals de eerste keer dat Amsterdam op schrift is genoemd (13de eeuw). Spies: „De tour toont het DNA van Amsterdam, dat bestaat uit vier kernwaarden: ondernemerschap, creativiteit, burgerschap en vrijdenken.”

Hoe die tour eruit gaat zien, licht Spies toe met een kroonjuweel van het museum, het schilderij van Cornelis Antonisz. met de plattegrond van Amsterdam in vogelvlucht uit 1538. „De plattegrond krijgt nog veel meer betekenis als je uitlegt hoe de stad er nu uitziet. Daarom worden naast het schilderij objecten als torens in close up op beeldschermen getoond. De bezoeker legt zijn gids met chip langs de lezer en op het scherm verschijnen pijlen met een uitleg in zijn eigen taal”, zegt Spies.

De bezoeker die Amsterdam grondiger wil verkennen, kan dat straks doen bij de lange tour. Die kan overigens pas gemaakt worden als het benodigde geld binnen is. „De herinrichting moet helemaal worden betaald door particuliere partijen”, zegt Spies, die daarvoor een wervingsfonds heeft opgezet. Vooral door donaties van de Bankgiroloterij is inmiddels de helft van het bedrag binnen, dus ruim 2,5 miljoen euro.

Om een idee te geven hoe de lange tour eruit kan gaan zien, vertelt Spies over de ‘chirurgijnen’. Deze bonte verzameling heelmeesters en kappers werd in de zeventiende eeuw veelvuldig geportretteerd door de grote schilders van die tijd. Toen de gildes ten onder gingen kwamen veel schilderijen in bezit van Amsterdam. Daardoor bezit het museum niet alleen veel schitterende portretten, maar ook anatomische lessen.

Die rijke collectie wordt straks de kern van een opstelling rond de chirurgijnen. Daarbij komen dan bijvoorbeeld enkele preparaten van Frederik Ruysch, wiens vermaarde collectie zich al heel lang bevindt in museum de Kunstkamera Sint-Petersburg. „Wij hebben twee mooie portretten van Ruysch. Eén daarvan gaan we waarschijnlijk ruilen – in een wederzijdse bruikleen – tegen een deel van de collectie preparaten.”

Deze opstelling vertelt het verhaal van de Amsterdamse Gouden Eeuw, waarin kunst en wetenschap bloeiden. Brengt het museum alleen hosannaverhalen? „Zeker niet”, zegt Spies. „We vertellen ook dat Amsterdam uit opportunisme als laatste Hollandse stad in opstand kwam tegen Spanje. En we gaan ook vraagtekens zetten bij het huidige klimaat, waarin het vrijdenken belemmerd dreigt te worden door gevoeligheden bij sommige Nederlanders.”