Modeshows kiezen bijzondere locaties

Hans Ubbink gaf deze week een modeshow in Carré. Tot eind januari volgen nog zo’n dertig andere modepresentaties in Amsterdam. Opvallend veel daarvan zijn op bijzondere locaties: Rijksmuseum (Ilja Visser), Stadsschouwburg (Elle Style Awards), Felix Meritis (Sage & Ivy), Museum Van Loon (WinterSalon).

Het Westergasfabriekterrein, waar de Amsterdamse Modeweek vanaf 25 januari plaatsvindt, is blijkbaar voor veel confectiemerken geen optie meer – te gewoon. In Parijs wijken ontwerpers al langer uit naar locaties als het Grand Palais, Musée Rodin of het chique Hôtel de Crillon. Een modeshow is meer dan kleding, het is een belevenis.

Maar de doorgewinterde toeschouwer kijkt door de tralala heen en beoordeelt mode; het liefst grensverleggend en vernieuwend – de definitie van high fashion. Kloppen muziek, modellen, make-up, styling, licht, locatie, dan is er sprake van magie.

Magie is ook iets waar je op hoopte in Koninklijk Theater Carré, waar Hans Ubbink, bekend van de pakken met een twist waar mannelijk presenterend Hilversum zo dol op is, zich liet inspireren door variété. Het persbericht beloofde verwondering en verrukking tijdens de allereerste modeshow ooit in Carré (die eer gaat overigens naar Fong Leng in 1977). Ellen ten Damme opende Ubbinks modecircus. Met jankende uithalen vertolkte ze Naturträne van Nina Hagen, het laatste woord kwam er uit met een fikse fluim.

Mannen in theaterwaardige pakken met stippen en parkietprints volgden en refereerden met verlengde colberts en smalle pijpen aan de rockabilly. Had dat nog iets eigenzinnigs, Ubbinks vrouwenmode was visieloos – jasje, hemdje, broekje – kleding die iedereen al heeft en ridicuul wordt in een wereldtheater. Zo’n locatie vereist een collectie en show van hogere kwaliteit.

Ilja Visser moet volgende week heel verrassend uit de hoek komen als ze met haar confectie niet wil verliezen van het Rijksmuseum.

Georgette Koning