Meer dan een slijpsteen voor de geest

Ik weet natuurlijk dat het 8 januari is en dat de kerstbomen, en het vuurwerk voorbij zijn. De dagen van inkeer, bezinning en goede voornemens liggen achter ons en we zijn weer aan het werk. Er komen nog een paar nieuwjaarsrecepties, en dan zitten we definitief in de sfeer van langere dagen, meer werk, meer spanning en voorlopig geen feestdagen.

Maar ik zit nog even in de sfeer van midwinter. Misschien komt het doordat ik voor het eerst een column heb overgeslagen in het ritme van elke twee weken een. ‘Mijn’ vorige zaterdag was eerste kerstdag, en dat betekende geen krant en geen stukje. Ik ben nog niet helemaal aan 2011 toe.

Ik had gezorgd voor de gebruikelijke boeken onder de kerstboom, waarbij ik mezelf had getrakteerd op Freedom van Jonathan Franzen. Dat is een paar maanden geleden verschenen en ook al in het Nederlands vertaald. De boekbesprekingen vonden het vooral een sociologische kritiek op de morele stuurloosheid van de Verenigde Staten in de Bush-jaren. Maar het is veel meer dan dat. Het is een verhaal over herkenbare, normale mensen die met al hun hebbelijkheden proberen een koers te vinden in een turbulente wereld waar op allerlei manieren aan ze wordt gerukt, getrokken en geduwd. Het is een verhaal, maar tegelijk ook een perspectief op wat het betekent vrij te zijn. Het is filosofie zonder abstractie.

Terwijl ik ermee bezig was, reageerde er toevallig iemand op mijn vorige stukje. Dat ging over de teloorgang van de Academia Vitae als plek waar mensen die midden in de praktijk staan zich konden oefenen in oordeelsvermogen en overtuigingskracht. „Ik ben nu een paar jaar afgestudeerd en kom niet meer toe aan brede, algemene vorming”, schreef deze lezer. „Heb je leessuggesties voor me?”

Ik heb hem romans aangeraden, geen filosofieboeken. Romans van het monumentale soort, die de mensheid in al zijn geschakeerdheid ten tonele voeren. Boeken als Oorlog en Vrede van Tolstoj, of Honderd jaar Eenzaamheid van Marquez, of Leven en Lot van Vasili Grossman. Toevallig allemaal werken waarvan de titel al een thema aangeeft, als een lens om door te kijken. Zo is het ook met Freedom. Want hoe is het met de vrijheid van Franzens romanfiguren, een vrijheid die vooral daarin bestaat dat niets moet en alles kan? Het enige dat hun resteert is de drijfkracht van het ‘ik wil’, maar dat is een onbetrouwbaar kompas. Achter het masker van ‘ik wil’ gaan altijd verborgen krachten schuil, want hoe komt iemand aan wat hij wil? Franzen voert een groot aantal invloeden op, niet in abstractie maar in hun uitwerking. Gezinsrivaliteit, wraakzucht, woede, ambitie, gekrenktheid, drugs, en ga zo maar door. En natuurlijk de machtigste van allemaal, seks.

De Nederlandse titel van Franzens boek is Vrijheid. Drijfveren had ook de lading gedekt, dat was ook een boeiende lens geweest om naar zijn romanfiguren te kijken. Het verraderlijke van die drijfveren is dat we ze ervaren als iets in ons, alsof ze wezenlijk ‘wij’ zijn. Als dat zo is, dan kunnen we ook niet van ze af. Oudere culturen zagen ze vaak als iets dat we weliswaar van binnen ervaren maar dat toch van buiten komt. Die hadden het dan over demonen of boze geesten die bezit namen van een mens. Zo iemand noemden ze dan een bezetene – het extreme tegengestelde van de vrije mens. Die was zichzelf niet, die was bezit ergens van, als een slaaf. Wij kennen bezetenheid niet meer als gedragverklarend begrip; merkwaardig genoeg verslaving nog wel.

De meest vrije man in Freedom is de werkloze, dakloze zwerver Mitch. Er is niemand die iets van hem verwacht, en niemand van wie hij iets te verwachten heeft. Maar intussen is hij verslaafd aan de alcohol. Hij is de belichaming van Franzens stelling „het enige dat niemand van je kan afnemen is de vrijheid je leven te verkloten zo je wilt”. Daar heb je die wil weer. Bij Mitch zit hij in de fles, bij anderen in hun kop, weer anderen hebben hem in hun broek zitten.

Met dit perspectief op vrijheid, opgedaan in de meditatieve donkere dagen, sta ik op de drempel van de wereld met het maandagochtendlicht van 2011. Die is nog veel boeiender dan het beste verhaal, want ik zit er zelf in. Mijn onuitgesproken uitgangspunt is altijd dat ik bezig ben de wereld van feiten en dingen te vormen en naar mijn hand te zetten. Bij een romanfiguur kan ik zien hoe het ook de andere kant uit werkt, hoe een personage wordt gevormd en vervormd door zijn keuzes, verstandig of dom, en zijn ervaringen. Maar hoe zit dat met mij?

‘Slijpsteen voor de geest’ liet deze krant zich tot voor kort noemen. De veel grotere en machtiger slijpsteen is de ervaringswereld zelf, die de persoonlijkheid vormt en slijpt, er soms stukken van af slaat en verbrijzelt, maar soms ook verbazend gave vormen en zelfs schoonheid oplevert. Dat zie je bij sommige ouderen die een soort innerlijke levensglans, een patina over zich hebben.

Als ik mezelf als romanpersonage kan zien, niet alleen als subject maar ook op afstand, krijg ik oog voor het hakken, het slijpen en vervormen dat ik onderga in de werkelijkheid, de wereld van werk. In die werk-plaats krijgen niet alleen de feiten en de dingen vorm; ook ik word er gevormd, door slijpstenen, beitels en schuurpapier. Welke drijfveren sturen mij naar dat brekende geweld, en ben ik zo een beetje bezig te ‘worden wie ik ben’, om een begrip van Nietzsche te gebruiken? Of raak ik meer beschadigd dan gevormd, en ben ik beter af door een andere afdeling van de werkplaats op te zoeken?

Geen vragen om elke dag mee bezig te zijn. Maar wie ze nooit stelt, loopt ernstige kans op beschadiging.