Medelijden, troost en seks

Door vrouwensmart vergaat mannen de zin in seks. Hester van Santen

Tranen in een bakje remmen de mannelijke lust. Want er zitten feromonen in tranen. Dat bleek donderdag uit een artikel in Science.Veel wetenschappers bogen zich al over de raadselachtige mensentranen, maar seksualiteit was in dat onderzoek nooit belangrijk. En een chemische functie van tranen is totaal over het hoofd gezien. “Ik heb twee dagen zitten shaken toen ik het stuk las”, zo vreemd vond de Tilburgse psychologiehoogleraar Ad Vingerhoets, die al twintig jaar onderzoek naar huilen doet, de relatie met seks. “Reuze interessant”, vindt ook primatoloog Frans de Waal die veel onderzoek doet naar empathie. “Ik heb mensentranen altijd als visuele signalen gezien.”

De ontdekking komt van Israëlische reukonderzoekers onder leiding van Noam Sobel, van het Weizmann Institute of Science. Ze verzamelden tranen van verdriet, geplengd door vrouwen die naar een zielige film keken. Vervolgens hielden ze die tranen onder de neus van mannen. Voor hen rook het traanvocht naar niets. Ze vonden het niet aantrekkelijk, niet herkenbaar – net zoutoplossing.

Maar intussen hadden die mannen wel minder zin in seks gekregen, bleek in een reeks experimenten die in totaal drie jaar in beslag nam.

Ze vonden vrouwengezichten minder seksueel aantrekkelijk. En van een verdrietige film, waarvan mannen normaal gesproken gewoon niet opgewonden raken, kregen ze nu zelfs minder zin dan voordat de video aanging. In hun speeksel daalde het testosteronniveau en de hersengebieden voor seksuele opwinding gingen in de ruststand.

“Het was volkomen toeval dat we dit seksuele effect vonden”, vertelt Noam Sobel. “Toen we begonnen, gebruikten we een algemene vragenlijst om emoties te meten. Daar zitten allerlei vragen in, onder andere: ‘in hoeverre voelt u zich seksueel opgewonden’? En juist dáár vonden we een verandering!”

VARKENSBOER

Zelden zijn er bij mensen zulke duidelijke effecten van een feromoon gezien: een hormoon dat het gedrag verandert van degene die het (onbewust) ruikt. Elke varkensboer weet dat berengeur stimulerend is voor zeugen, en ook knaagdieren raken via geuren bereid tot paren.

Maar wat er bekend is van feromonen bij mensen, is niet veel. Ja, er zijn vrouwen die tegelijk menstrueren als ze bij elkaar in huis wonen. En vrouwen die mannen mede kiezen op basis van ’s mans okselzweet. Dit Israëlische onderzoek is dus alleen al opmerkelijk omdat het de werking van feromonen bij mensen zo duidelijk aantoont. Dat de feromonen in vrouwentranen zitten, is nog verrassender. (Mannentranen werden niet onderzocht, bij gebrek aan mannen die bereid waren om in een lab te gaan zitten huilen bij een dvd’tje.)

Het onderzoek is degelijk uitgevoerd, met meer dan honderd proefpersonen en een goede controlesituatie. Daarbij kregen de mannen een gewone zoutoplossing onder hun neus die, voor de vergelijkbaarheid, óók over de wangen van vrouwen had gedruppeld. Onderzoekers noch proefmannen wisten wat ze onder hun neus hadden.

Dus: wat betekent dit? Dit zet het psychologisch onderzoek naar de functie van huilen op zijn kop. Huilonderzoekers – het zijn er niet veel en de meesten zijn psycholoog – richtten zich de afgelopen jaren vooral op de sociaal-psychologische functie van dat gedrag.

Het plengen van tranen uit emotie is uniek menselijk en moeilijk te duiden. Baby’s en jonge kinderen huilen bij stress en pijn – en ze krijsen erbij. Maar de tranen van volwassenen zijn anders. Die biggelen vaak stilletjes. Ze vloeien bij verdriet, maar ook bij grote blijdschap. Mensen huilen bij goede vrienden, maar ook alleen. Ze onderzochten gevoelens als empathie, troost, stress en opluchting bij huilers en hun omstanders. Het algemene beeld werd dat huilen een sociaal signaal is, dat door de reactie van omstanders meestal medeleven opwekt en agressie vermindert.

Dat tranen een chemische functie zouden hebben, is een idee dat juist naar de achtergrond was geraakt. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw zochten wetenschappers tevergeefs naar afvalstoffen of hormonen in tranen.

Het Israëlische onderzoek biedt nu een geheel nieuwe invalshoek. Wél een sociale functie van huilen dus, maar dan via een – vooralsnog onbekende – chemische verbinding. En bovendien: een seksueel effect.

OMHELZING

“In de westerse cultuur worden we meestal van zeer dichtbij aan tranen blootgesteld”, schrijft Sobel in Science. “We omhelzen een huilende geliefde, houden onze neus vlakbij betraande wangen en meestal ademen we diep in bij de omhelzing.” Hij denkt niet dat het effect van huilen alleen maar chemisch is, verduidelijkt Sobel aan de telefoon. “Gedrag blijft heel belangrijk. Geen enkel feromoon werkt alsof je op een knopje drukt.”

Het effect lijkt op iets wat onderzoekers van de Universiteit van Tokio de afgelopen jaren hebben beschreven. De Japanners ontdekten een seksferomoon in het oogvocht van mannetjesmuizen – niet in de muizenurine dus, waar zulke feromonen verwacht werden. Alleen mannetjes scheiden het eiwitje ESP1 uit via hun traanklier. Vrouwtjesmuizen die eraan worden blootgesteld, gaan vaker in de paarhouding staan. Hoogleraar Kazu Touhara vermoedt een connectie tussen traanferomonen in mensen en muizen, reageert hij desgevraagd: “Ik denk dat die chemische signalen in de evolutie behouden zijn gebleven.”

Sobel is het daarmee eens, zegt hij. “Ik denk niet dat alle zoogdieren dezelfde feromonen in hun traanvocht hebben. Maar ik denk wel dat er vergelijkbare effecten zijn.” Hij wijst ook nog op de naakte molrat, die in ondergrondse kolonies leeft. Mannetjes smeren zich in met een vocht uit de klier van Harder, die in de oogkas ligt (het vocht komt echter uit de neusgaten). Ze worden daardoor minder vaak aangevallen door soortgenoten. Dat stond al in 1997 in Animal Behaviour. Sobel: “En ik hoorde er pas laatst van. Ik wil maar zeggen: als we de literatuur beter hadden gelezen, zouden we wel aan een seksueel effect gedacht hebben.”

Maar dan nog zal het vakgebied zich in bochten moeten wringen om het menselijke huilen seksueel te verklaren. Verminderde lust was, verrassend genoeg, voor zover bekend de enige emotionele verandering bij de mannen in Sobels studie. Ze werden niet verdrietiger van een dosis tranen. Evenmin werden ze er extra meelevend van – terwijl een huilende medemens meestal wel gevoelens van medelijden en troost opwekt.

Ook de Israëliërs zelf zien de vragen die hun onderzoek oproept. Wat zijn die feromonen? Wat zit er in mannen- of kindertranen en in ‘uientranen’? En hebben die feromonen in vrouwentranen toch een aanvullende functie en niet alleen een seksuele? Over dat laatste speculeert Ad Vingerhoets alvast. “Ik zou zeggen dat het effect op seksualiteit een neveneffect is. Ik denk dat die tranen sociale binding en gehechtheid bevorderen. En als bijeffect wordt dan de lust even geremd.”

Sobel denkt ook aan een neveneffect. “Maar niet van empathie. Kijk, bij de mannen ging het testosteronniveau omlaag. Dat vermindert ook agressie. Mijn intuïtie is dat dát het belangrijkste effect is. Maar dat hebben we nog niet gemeten.”