Kennis uit de muur

Geef kansarme kinderen uit Indiase sloppenwijken toegang tot een computer en ze leren zichzelf internetten. En passant leren ze Engels en de belangrijkste principes van moleculaire biologie. Margriet van der Heijden

Bij vlagen klonk het als een verlaat, maar heerlijk kerstverhaal – de lezing van Sugata Mitra, afgelopen donderdag aan de Technische Universiteit Delft. Mitra is hoogleraar Educational Technology aan de universiteit van Newcastle in Engeland en hij reist de wereld rond. Maar toen zijn ‘verhaal’ begon, in 1999, werkte hij nog gewoon in New Delhi. Bij NIIT, een groot internationaal bedrijf dat software levert en trainingen verzorgt voor bedrijven en onderwijsinstellingen over de hele wereld.

Mitra, een gepromoveerd theoretisch natuurkundige, was er “gelukkig”, vertelde hij. Alleen als hij naar buiten keek, dan “voelde het vreemd”. Want buiten de muren van het bedrijf zwierven de kinderen door de sloppenwijken. “Ik dacht: waarom zouden daar geen toekomstige computerspecialisten tussenzitten? En: hoe kan ik die dan bereiken?”

Mitra maakte, letterlijk, een gat in de muur. Hij zette er een krachtige pc in met een snelle internetverbinding, hij zette er een touchpad naast en plaatste er een luifel boven. Tegen de zon, maar ook zo laag dat volwassenen er niet onder pasten: deze computer was voor de kinderen. En Mitra wachtte af.

Zijn collega’s wisten wel wat er zou gebeuren, vertelde hij donderdag. “De kinderen halen de computer uit de muur, slopen hem en verkopen de onderdelen, voorspelden ze.” Niet dus. De volgende morgen stond een heel groepje te ‘browsen’ – internetpagina’s door te bladeren.

Mitra: “Browsen, dacht ik, is er iemand voorbij gekomen die ze dat heeft geleerd?” Ook al niet dus. Want vervolgprojecten op verschillende plekken in India – inmiddels met steun van de Wereldbank en de Indiase overheid – lieten telkens weer zien: geef kinderen een computer waarachter ze in groepjes kunnen werken en ze leren zichzelf van alles.

DOWNLOADEN

“Na negen maanden kunnen ze mailen, chatten, informatie opzoeken met Google en Wikipedia en bestanden downloaden. Zeg maar alles wat een een beetje ontwikkelde computergebruiker in een welvarende omgeving ook kan.”

Voor dat werk en omdat hij technologie op een maatschappelijk nuttige manier inzet, kreeg Mitra vrijdag in Delft een eredoctoraat.

Dat het project zo’n vlucht heeft genomen, is voor een groot deel te danken aan de kinderen die hem van de ene verbazing in de andere lieten rollen, zo maakte Mitra donderdag duidelijk. Zijn tweede ‘gat in de muur’ maakte hij in een afgelegen dorpje waar de mensen zo laag opgeleid waren dat de kans op een ‘onderwijzende passant’ nihil was. Maar toen Mitra er na een paar maanden terugkeerde was het eerste wat de kinderen zeiden: we willen graag een snellere processor. En een muis.

De kinderen hadden zich die begrippen eigen gemaakt door met de computer te werken, zet Mitra. Ze hadden zelfs allerlei Engelstalige computerbegrippen – stop, password, send – opgenomen in hun dagelijkse taal, ook al spraken ze die woorden helemaal verkeerd uit.

Natuurlijk zijn er tegen Mitra’s ideeën tegenwerpingen te maken. Waarom die computer zo verheerlijken, vragen sceptici zich af. Als je een goede docent hebt, voegen computers toch maar weinig toe?

Maar door zulke kritiek liet Mitra zich niet uit het veld slaan. In een onderzoek met twee oud-collega’s van het NIIT liet hij zien dat leerprestaties samenhangen met afstand. Letterlijk, want leerlingen presteerden slechter naarmate hun scholen verder van New Delhi lagen. Zelfs al waren de klassen even groot, de lesmaterialen hetzelfde en de budgetten gelijk (Australian Journal of Educational Technology, 22 februari, 2008).

Mitra: “Dat heeft maar één reden: leraren die in afgelegen gebieden werken, willen er allemaal weg. En dat geldt net zo voor de sloppenwijken die weliswaar midden in de stad liggen, maar tegelijk op enorme sociale en economische afstand. Daar blijven de slechte docenten over, en juist daar kun je met de computer een groot verschil maken.”

CALLCENTER

Maar, zeggen sceptici dan, wat hebben kinderen in afgelegen dorpjes en sloppenwijken eraan dat ze met een computer kunnen werken? Veel, denkt Mitra, die graag vertelt dat hij laatst één van de kinderen van het eerste uur tegenkwam, uit de sloppenwijk in Delhi. “Ze werkt nu in een callcenter. Dat klinkt misschien niet als een geweldige carrière, maar voor een meisje dat anders op zijn best op een riksja had rondgefietst is het een droombaan.”

Er is nog iets, zegt hij: internet is een bron van kennis waar kinderen, als je het goed organiseert, bijna net zoveel van kunnen leren als van een goede docent. En sinds hij hoogleraar is in Newcastle probeert hij die claim ook wetenschappelijk te onderbouwen. Zo deed hij een proef in het verarmde dorpje Kalikuppam aan de kust van India. Hij gaf een groep twaalfjarige Tamilkinderen daar een Hole-in-theWall-computer en een opdracht, die bijna krankzinnig leek: maak jezelf de principes van de moleculaire biologie eigen. Dus: wat is DNA, RNA, wat zijn genen en wat is biotechnologie? De Tamilsprekende kinderen kregen de adressen van goed gekozen, maar wel Engelstalige websites en een paar maanden de tijd. Een 22-jarig meisje uit het dorp werd ingeschakeld om ze aan te moedigen.

Het resultaat was verbazingwekkend: de Tamilkinderen haalden op een standaard biologietoets even hoge cijfers als kinderen die op een eliteschool waren onderwezen over het onderwerp (British Journal of Educational Technology, september 2010).

En dat verleidde Mitra ertoe om een heel nieuw idee over leren te formuleren, met handig gekozen termen uit zijn oude vak natuurkunde. “Onderwijs is een zelforganiserend systeem waarin leren een emergent fenomeen is”, zegt hij. Ofwel: een fenomeen dat je van te voren niet voorspeld zou hebben, maar dat als vanzelf optreedt wanneer het systeem zichzelf georganiseerd heeft.

Je kunt ook zeggen: kinderen tussen de 8 en 12 zijn nieuwsgierig en leergierig en kunnen, als je ze het vertrouwen geeft en een goede omgeving biedt, heel veel zelf organiseren.

Met dat concept reist Mitra nu de wereld over. In scholen van Australië tot Italië stuurt hij docenten de klas uit, laat de kinderen groepjes van vier vormen, en zet ze aan het werk met goed gekozen vragen. Gewoon in het Engels, ook in Italië, “want met Google Translate komen ze daar wel uit”.

En gaan die kinderen dan geen pornosites bezoeken? Volgens Mitra niet. “Werken in groepjes en met grote beeldschermen, in combinatie met een open omgeving waar voorbijgangers langskomen of docenten staan, werkt beter dan al die zogenaamde internetfilters.”

OVERDREVEN

En leren die kinderen zichzelf dan geen verkeerde dingen aan omdat ze foutieve informatie vinden op internet? Ook dat valt reuze mee, zegt Mitra. Ten eerste omdat de fouten in websites als Wikipedia volgens hem enorm overdreven worden. Maar ook omdat de kinderen in groepjes werken en elkaar corrigeren en bekritiseren. “Je ziet dat ze informatie pas aannemen als ze het op drie sites terugvinden. Eigenlijk werken ze zo al heel wetenschappelijk.”

En daarin zit de winst van zijn in de loop van deze jaren ontwikkelde methode, denkt hij. Óók voor scholen in niet-afgelegen gebieden en met goede docenten: Dat je kinderen al vragend kritisch leert nadenken, en dat je ze niet langer onderwijst vanuit een doctrine.

En vooruit, nog één voorbeeld dan. Over de theologiedocent die Mitra plagend kwam vertellen dat hij nog eens ontslagen zou worden als hij zo doorging. Een leerling had in haar les het scheppingsverhaal in twijfel getrokken omdat “uit chaos soms ook spontaan stabiele en geordende systemen kunnen ontstaan”. Die boodschap was uit het werk aan ‘Mitra-vragen’ (over fractals) blijven hangen. En Mitra lacht: “Zo kritisch denken, dat is toch mooi?”