Journalist moet uitspraken rechters uiteraard erkennen

In het commentaar van 3 januari werd de Nederlandse Vereniging van Journalisten, NVJ, ten onrechte afgeschilderd als een club die van mening is dat journalisten uitspraken van de rechter niet zouden hoeven erkennen.

Het klopt dat wij als NVJ de belangen verdedigen van een eigenzinnige en soms ronduit brutale beroepsgroep. Dat betekent dat journalisten soms, om hun vak goed uit te kunnen oefenen, de grenzen van de wet opzoeken en dat wij ons verzetten tegen elke vorm van onnodige inperking van journalistieke vrijheid.

De conclusie echter dat wij in de aangehaalde kwestie van Peter R. de Vries zouden hebben gesteld dat een rechterlijk vonnis genegeerd kan worden, is op basis van de door mij destijds gegeven commentaren een wel erg vlotte conclusie.

Ik heb destijds geconcludeerd dat de rechter in haar uitspraak in voorlopige voorziening door de vaststelling van een relatief lage dwangsom, ruimte had gelaten aan De Vries om een zakelijke afweging te maken en alsnog over te gaan tot uitzending van de bewuste beelden.

Voorts heb ik gesteld dat ik me kon voorstellen dat er in zeer bijzondere gevallen met een groot maatschappelijk belang ruimte kan zijn om een rechterlijk vonnis te negeren, net zo goed als dat in zeer uitzonderlijke gevallen te billijken is bij het begaan van een strafovertreding. Nota bene heb ik er in NRC Handelsblad van 13 april 2010 het volgende over gezegd, in antwoord op de vraag of een bekend misdaadjournalist als De Vries een voorbeeldfunctie heeft: „‘Het gevaar bestaat dat zijn houding een verloedering van de journalistiek inluidt en dat ook andere journalisten eigen rechter gaan spelen.’ Daarom vindt Bruning het van belang de argumenten te kennen waardoor De Vries voor uitzenden koos in plaats van in hoger beroep gaan. ‘Hij zal moeten aantonen dat het maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de uitspraak van de rechter.’” Dit lijkt me een relevante nuancering op uw conclusies.

Thomas Bruning

Algemeen secretaris NVJ