Geert Wilders en Filip Dewinter zijn de verkeerde vrienden voor de Joden

De nieuw-rechtse fantasie dat de islam nu een even grote bedreiging voor het Westen vormt als nazi-Duitsland in 1938, is niet alleen onzinnig, maar zelfs gevaarlijke onzin.

Professor aan Bard College, New York. Zijn laatste boek is ‘Grenzen aan de vrijheid’.

Israël trekt tegenwoordig merkwaardige bezoekers. Geert Wilders, bijvoorbeeld, is een geziene gast bij lieden die graag willen horen dat Israël op de bres staat voor de westerse beschaving in een oorlog met de islam. Enkele weken geleden mocht Israël zich verheugen op de komst van een delegatie van uiterst rechtse politici uit Europa, op reis langs Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. „Samaria en Judea” waren volgens hen „Joods land”. Dat zou ook voor altijd zo blijven. Dit was hun ultra-orthodoxe gastheren en gastvrouwen natuurlijk uit het hart gegrepen.

Dit gezelschap vertegenwoordigt veelal partijen die in het verleden niet overliepen van vriendschappelijke gevoelens voor het Joodse volk. Heinz-Christian Strache is leider van de Oostenrijkse Partij voor de Vrijheid (FPÖ), die onder haar voormalige leider, Jörg Haider, zijn uiterste best deed om ex-nazi’s naar de mond te praten. ‘Meer macht voor ons Weense bloed’, ‘Heimat im Herzen’, en zo meer. Zijn Vlaamse collega, Filip Dewinter, leidt een partij met bruine antecedenten die zelfs voor Wilders te gortig is.

Weinig Europese politici – ook niet in deze dubieuze kringen – halen het meer in hun hoofd om openlijk antisemitisch te zijn. Wilders is zelfs op een opzichtige manier filosemitisch. De neorechtse lijn is dat wij in het Westen pal moeten staan voor ‘judeo-christelijke’ waarden, tegen het ‘islamofascisme’.

Het is mos onder linkse critici van de Israëlische regering om ons voor te houden dat antizionisme iets heel anders is dan antisemitisme. Dat is ook vaak zo. Maar het is even goed een feit dat vriendschap voor Israël niet altijd gelijk staat met warme sentimenten voor Joden. President Nixon, om een bekend voorbeeld te noemen, zei over Joden dat je „die schoften niet kunt vertrouwen”, maar hij was tevens een groot bewonderaar van Israël. De laatste tweeduizend jaren hebben ook voldoende aangetoond dat antisemitisme zich heel goed kan vinden in de verering van de bekendste Jood uit de geschiedenis, Jezus van Nazareth. In de Verenigde Staten zijn de meeste verstokte aanhangers van Israël vaak born again christenen, die er heilig van overtuigd zijn dat Joden die zich ten slotte niet bekeren tot het ware geloof, onherroepelijk naar de verdoemenis gaan.

Verkeerde vrienden komen wel eens van pas. Toen Theodor Herzl aan het einde van de 19de eeuw door Europa reisde om aanhangers te winnen voor een Joodse staat, stuitte hij vaak op weerstand bij welgestelde Joden, die hem beschouwden als een lastpost. Hij had meer succes bij gelovige protestanten. Daar heerste het idee dat Joden behoorden terug te keren naar het heilige land. Zij hoorden daar thuis, en niet in Europa.

Herzl heeft de stichting van het moderne Israël natuurlijk niet meer meegemaakt. Maar toen zijn ideaal eenmaal was bereikt, kwamen de meest fervente Europese bewonderaars van de nieuwe Joodse staat vaak juist uit de linkse hoek. Het gemeenschappelijke leven in de kibboetsim sprak hen aan. Israël, geleid door wijze mannen zoals David Ben-Gurion, gold als een mooi socialistisch experiment. Schuldgevoelens over het recente verleden speelden hierbij natuurlijk ook een rol, met name in Nederland.

Deze warme sympathie begon pas te kenteren na de oorlog van 1967, en vooral na de Yom Kippur-oorlog in 1973, toen het duidelijk werd dat Israël niet van plan was de bezette gebieden aan de Palestijnen terug te geven (overigens tegen het advies van Ben-Gurion in, die een permanente bezetting zag als een ramp voor zijn land). Nog later, toen Israël de bezette gebieden in stukjes sneed door een netwerk van Joodse nederzettingen, sloeg de oorspronkelijke bewondering voor Israël zelfs om in een soms fanatieke vijandigheid. Ook dit had te maken met schuld; uiteindelijk was het mogelijk om Joden te zien, niet als slachtoffers, maar als boosdoeners, en dat was voor velen een hele opluchting.

Aan de rechtervleugel van de Europese politiek is de tendens precies andersom. Wat Gretta Duisenberg, Dries van Agt, en het Palestina Komitee het meest tegen Israël inneemt, vinden de nieuwrechtse vrienden van Israël nu juist prachtig: militaire krachtpatserij, etnisch chauvinisme, en de dagelijkse vernedering van Arabieren, dat zijn precies dingen die Heinz-Christian Strache en zijn gelijkgestemde vrienden aanspreken. Voor politici, die zich voor hun eigen land een meer militante vorm van nationalisme wensen, en die bovendien islam zien als de grootste bedreiging voor het Westen, is Israël een soort modelnatie geworden – een Blut und Boden-model dat in Europa zelf, door echo’s uit het fascistische verleden, in diskrediet is geraakt.

Voor sommige tegenstanders van het zionisme is dit een bevestiging van wat zij toch al dachten: door hun wandaden in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever zijn de Israëliërs eigenlijk net nazi’s. Dit is even beledigend als onjuist. In tegenstelling tot wat de Portugese romancier, José Saramago, beweerde, is Jenin op geen enkele manier te vergelijken met Auschwitz. Maar de visie van Israëls nieuwrechtse vrienden dat het ‘Joodse land’ de islam bestrijdt op alle fronten om de westerse beschaving te redden, is daarom niet minder misplaatst.

Het idee dat de islam als zodanig een vorm van fascisme zou zijn, en een even grote bedreiging voor het Westen als nazi-Duitsland in 1938, is niet alleen onzinnig, maar gevaarlijke onzin. Als we dit namelijk aannemen, dan zijn welhaast alle middelen om de islam te bestrijden gerechtvaardigd. Dan zou je inderdaad Israël kunnen zien als een frontlinie tegen het absolute kwaad. Auschwitz is dan niet het Israëlische leger in Jenin; Auschwitz is het eindstation van de islam. Ultranationalisten in de Israëlische regering zien de wereld inderdaad min of meer zo, en dit beeld wordt gretig overgenomen door hun foute vrienden in Europa.

Dit is gevaarlijk, in de eerste plaats omdat het een vreedzame oplossing van het conflict met de Palestijnen onmogelijk maakt. Hoe langer Israël doorgaat de Palestijnen te vernederen, en van hun eigen land te jagen, hoe dieper de haat, en hoe moeilijker het wordt een compromis te sluiten. En zonder compromis is een duurzame vrede niet denkbaar.

Maar er zijn nog meer consequenties aan de nieuwrechtse fantasie verbonden. Valse vergelijkingen trivialiseren de geschiedenis. Als de Palestijnen – of ‘de moslims’, of de Israëliërs – even erg zijn als de nazi’s, dan valt de gruwelijkheid van wat de nazi’s werkelijk hebben aangericht eigenlijk nog wel mee. Het misbruik van de historie om de misdaden van nu te rechtvaardigen verliest ook vaak aan overtuigingskracht. Zodra mensen niet meer geloven dat Israël op de bres staat voor de westerse beschaving, dan zullen we zien hoe snel de Israëliërs, en met hen alle Joden, de schuld krijgen voor alle ellende in het Midden-Oosten. Met vrienden als Strache, Wilders, en Dewinter hebben de Joden geen vijanden meer nodig.