Een kleine Facebook-vriendenkring

In Indonesië is Facebook razend populair, zelfs bij mensen die nog nooit een computer hebben gebruikt.

Ik heb 414 Facebook-vrienden. Voor Nederlandse begrippen belachelijk veel en zelfs een beetje verdacht. Zou ze al die mensen écht kennen? Maar hier in Indonesië ben ik nog net geen sociale kneus. Een beetje Facebook-fanaat heeft er hier minstens vijfhonderd, en liefst duizend.

En inderdaad ken ik ze niet allemaal, mijn 414 ‘vrienden’ op het sociale netwerk. Er gaat geen week voorbij zonder vriendschapsverzoeken van onbekenden. Neem Ottis Simopiaref, die mij vorige week toevoegde als vriend. Wie is dat nou weer? Ik speurde zijn profiel af op aanknopingspunten. Hij is getrouwd, gelooft in ‘vrede voor allen’. En we hebben één gemeenschappelijke Facebookvriend. Maar dat is iemand die ik eigenlijk ook niet ken. Ik heb zijn verzoek maar genegeerd.

Eerst dacht ik dat het kwam omdat ik een buitenlander ben. Net zoals Indonesiërs het hier leuk vinden om met een buitenlander op de foto te gaan, dacht ik dat ze misschien ook buitenlandse Facebookvrienden sparen. Maar Indonesiërs hebben hetzelfde. Zo sprak ik met een Molukse vriendin over wat te doen met vriendschapsverzoeken van onbekenden. Ze had er helemaal genoeg van, en terloops zei ze dat ze onlangs duizend Facebookvrienden had verwijderd die ze niet kent. Duizend? Hoeveel ze er nog over heeft, weet ik niet, want ze heeft ook haar privacy-instellingen aangepast.

Indonesiërs hebben Facebook met ongekend enthousiasme omarmd. Van de 240 miljoen inwoners zitten er 32,1 miljoen op Facebook: meer dan twee keer zoveel als eind 2009. Indonesië heeft daarmee de meeste Facebook-leden na de Verenigde Staten, dat er 146 miljoen heeft. En dat terwijl in Indonesië lang niet iedereen toegang heeft tot internet; volgens een recent onderzoek van de Boston Consulting Group 12 procent van de bevolking. Dat zou dus nog minder zijn dan het aantal Facebook-gebruikers.

Het betekent dat Facebook niet alleen is weggelegd voor de jeugdige elite die in de Starbucksen van Jakarta met hun iPads zitten te spelen. Laatst vroeg mijn huishoudster mijn hulp bij het openen van een Facebook-account. Ze had geen idee hoe het werkte, had nog nooit een computer gebruikt. Maar ze had van een vriendin gehoord dat het leuk was en dat je ook op de mobiele telefoon kunt Facebooken.

Facebook is zo hét medium voor internetverkeer. Als ik een hoogleraar probeer te bereiken, stuur ik hem een bericht op Facebook. De kans is groot dat zijn e-mail toch niet werkt. Voor informatie over een nieuw restaurant ga ik naar de Facebook-fanpagina. Uitnodigingen voor tentoonstellingen worden verstuurd via Facebook of sms.

Veel van mijn Indonesische ‘vrienden’ zijn ook ongekend fanatiek op Facebook. Foto’s worden onmiddellijk op de pagina gezet met een ‘tag’ van alle mensen die er op staan. Of die er niet op staan, maar van wie ze willen dat die de foto bekijken. Vervolgens wordt er door vijftien mensen op gereageerd.

Hoe komt Facebook hier zo populair? Eigenlijk hoeft het niet te verbazen. Indonesiërs doen alles samen en maken makkelijk nieuwe contacten. Na één ontmoeting hoor je bij de vriendenkring, krijg je sms’jes met nieuwjaarswensen, willen mensen bij je langskomen of word je uitgenodigd voor het huwelijk van een nichtje. Bovendien kunnen al die contacten nog handig zijn, in een samenleving waar alles via-via wordt geregeld.

Enige inflatie van sociale titels hoort daarbij. Zo is een neef al snel een ‘broer’, iemand uit dezelfde kampong is een ‘familielid’ en iemand die je één keer hebt ontmoet is een ‘vriend’. En iemand die je nog nooit hebt ontmoet, maar die iemand kent die jij ook kent, en die je best ooit zou kunnen ontmoeten? Dat is een Facebook-vriend.