'Duurzame inkoop overheid kost veel en levert niets op'

Het ‘duurzame’ inkoopbeleid van de overheid levert geen bijdrage aan het milieu, maar kost wel honderden miljoenen euro’s aan administratie- en uitvoeringskosten. Bovendien remt het innovatie en leidt het tot oneerlijke concurrentie.

Dat schrijft het onafhankelijke adviescollege administratieve lasten Actal in een advies aan staatssecretaris Joop Atsma (Milieu, CDA) dat vandaag zou verschijnen. Volgens Actal moet de overheid het beleid „fundamenteel herzien”.

Sinds enkele jaren is duurzaamheid een belangrijk criterium bij de inkoop van producten en diensten, zoals het beheer van gebouwen, kantoorinrichting, catering en transport. Maar het duurzaamheidsbeleid, zo blijkt uit onderzoek dat KPMG in opdracht van Actal verrichtte, draagt niet of nauwelijks bij tot de milieudoelstellingen en leidt tot een papieren rompslomp.

De overheid maakt ‘criteriadocumenten’ waarin precies beschreven staat welke materialen en technieken leveranciers moeten gebruiken. Die verplichting maakt het voor ondernemers onmogelijk om alternatieven te bieden die wellicht duurzamer zijn. Zo moeten cateraars 40 procent biologische producten aanbieden. Producten uit kassen die meer energie produceren dan consumeren mogen niet worden meegeteld, al zijn ze wél duurzaam.

Omdat criteriadocumenten door de technologische ontwikkelingen op milieugebied snel achterhaald zijn, worden ze vaak veranderd. Dat leidt bij ondernemers tot onduidelijkheid. Ook is soms niet helder op grond van welke principes de overheid de documenten opstelt.

Vaak dubbelen de duurzaamheidscriteria met bestaande wet- of regelgeving. Desondanks moeten leveranciers in uitgebreide, soms dure rapportages bewijzen dat ze aan de criteria voldoen. Dat levert volgens ondernemers overbodige administratieve lasten op. Volgens KPMG gaat het om 300 tot 500 miljoen euro extra per jaar. „Duurzaamheid is een belangrijk streven van het kabinet”, zegt Actal-voorzitter Steven van Eijck, „maar dit beleid faalt”.