Dr. Zeepaard test longen

de proefjesfabriek

Voor dit proefje moet je misschien wat spullen lenen. Maar: dan kun je wel testen hoeveel lucht er in je longen past.

Wat heb je nodig? Een bad (of grote teil), een doorzichtige jerrycan (5 liter), een maatbeker, watervaste viltstift, afplaktape (crêpetape) en een stuk tuinslang (60 centimeter) .

Wat moet je doen? -Vul het bad met koud water.

- Plak op de zijkant van de jerrycan een strook tape, van onder tot boven.

- Dompel de jerrycan in bad onder water en laat hem vollopen. Zet hem op zijn kop op de bodem van het bad.

- Wurm het ene uiteinde van de tuinslang een eindje in de opening van de jerrycan en zet het andere uiteinde aan je mond.

- Haal diep adem en blaas zo lang je kan in de slang. Zie je dat de lucht die je in de jerrycan blaast, water naar buiten perst?

- Uitgeblazen? Zet een streepje op de tape bij de hoogte van het overgebleven water in de jerrycan.

- Giet de jerrycan leeg en zet hem rechtop. Vul hem nu tot aan het streepje: gebruik daarvoor de maatbeker die je steeds vult met een liter water. Hou bij hoeveel liter er past tot aan het streepje. Zoveel liter lucht zat er dus (ongeveer) in je longen!

Hoe zit dat? Je luchtpijp eindigt in twee bronchiën die naar links en naar rechts steken en die in je longen uitlopen in steeds fijnere bronchiën. Dat zijn een soort holle pijpjes die zelf eindigen in luchtblaasjes. Bij elkaar zijn het wel ongeveer 15 miljoen buisjes en 300 tot 450 miljoen longblaasjes. Als een spons houden ze de ingeademde lucht vast en halen er intussen zuurstof uit.

Hoeveel lucht past erin? In volwassen longen vijf tot zes liter. In longen van kinderen van acht tot twaalf jaar ongeveer twee liter. Die adem je nooit allemaal uit – er blijft altijd wat lucht achter.