Dioxinezaak in Duitsland verergert

De dioxineaffaire in Duitsland breidt zich steeds verder uit. Ongeveer vijfduizend boerenbedrijven in dertien deelstaten zijn inmiddels op last van de voedsel- en landbouwautoriteiten voorlopig gesloten.

In de producten afkomstig van deze boerderijen kan dioxine zitten. De giftige stof is door vet in veevoer geraakt en vervolgens in de voedselketen gekomen.

Tegen vetproducent Harles & Jentzsch in Sleeswijk-Holstein, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de verspreiding van het verontreinigde vet, is gisteren door een arts uit Münster aangifte gedaan wegens poging tot moord. De Hannoversche Allgemeine Zeitung bericht in haar online editie dat al in maart vorig jaar sterk verhoogde dioxinewaarden in producten van Harles & Jentzsch zijn geconstateerd.

De zaak met het verontreinigde vet kwam pas deze week naar buiten. De vetproducent zou vetstoffen die nadrukkelijk niet waren bestemd voor dierlijke of menselijke consumptie hebben vermengd met plantaardig vet. Hoe en waar precies de dioxine in het vet is geraakt, is vooralsnog onduidelijk.

Aan per ongeluk gemaakte fouten geloven de Duitse autoriteiten intussen niet meer. Er zijn aanwijzingen die duiden op een „hoge mate aan criminele energie”, aldus een woordvoerder van minister van Landbouw Ilse Aigner. „Velen moeten lijden onder de kwade wil van weinigen”, zo heette het gisteren op het ministerie, met een impliciete verwijzing naar Harles & Jentzsch.

Het departement gaat er op basis van de meest recente informatie van uit dat de vetmaker in Sleeswijk-Holstein geen vergunning heeft om vet aan de veevoerindustrie te leveren. Ook een partnerbedrijf van Harles & Jentzsch in Nedersaksen, de expediteur Lübbe in Bösel, zou illegaal en ongecontroleerd vet hebben gemengd en op zijn terrein hebben opgeslagen. „We vermoeden dat Harles & Jentzsch het expeditiebedrijf heeft gebruikt om zich aan controle door de autoriteiten te onttrekken”, aldus de woordvoerder.

Harles & Jentzsch had zijn vet betrokken van de Nederlandse vethandelaar Olivet in Poortugal, die het op zijn beurt kocht van de Duitse biodieselproducent Petrotec AG in Emden. Petrotec zegt dat het kan aantonen dat het om ‘technisch vet’ ging en niet om consumptievet. Uiteindelijk is meer dan drieduizend ton met dioxine vervuild vet terecht gekomen in naar schatting 150.000 ton veevoer.

In bijna alle Duitse deelstaten zijn vooral pluimvee- en varkensbedrijven gesloten. Het sterkst getroffen is Nedersaksen, waar meer dan 4.000 boerderijen voorlopig dicht zijn. De veehouders wier bedrijven ‘besmet’ zijn verklaard mogen geen eieren, vlees of melk verkopen. De schade loopt nu al in de tientallen miljoenen euro’s.