Desso ontdekt de kracht van de kringloop

Tapijtbedrijf Desso gooide drie jaar geleden het roer om. Met klanten praat Desso nog uitsluitend over duurzaamheid. Want daar ligt de toekomst, in en buiten Europa. „De kringloopgedachte spreekt Chinezen erg aan.”

Nederland, Waalwijk, 10-12-10 Stef Kranendijk CEO van Desso. © Foto Merlin Daleman

Op de ruime tafel van Stef Kranendijk, topman van tapijt- en kunstgrasfabriek Desso, liggen allemaal kleine stukjes tapijt en kunstgras. En, prominent, een stapeltje boeken. Cradle to cradle van Michael Braungart en William McDonough. „Mijn bijbel’’, zegt Stef Kranendijk. „I’m a preacher man.’’

Desso werd in 2007 door Kranendijk samen met participatiemaatschappij NPM Capital overgenomen van Armstrong World Industries. Dit Amerikaanse bedrijf moest Desso – in 1930 opgericht door de Belg Henri Desseaux – afstoten nadat het door een asbestaffaire in de VS in financiële problemen was geraakt. NPM, de participatiemaatschappij van de familie Fentener van Vlissingen, heeft een belang van 77 procent in Desso. De rest is in handen van de vier leden van het management. „Zelf in een bedrijf stappen is hartstikke leuk”, zegt Kranendijk, „dan ben je toch iets meer ondernemer dan wanneer je in dienst bent van een groot beursgenoteerd bedrijf.”

Na het zien van een VPRO-documentaire over het ‘cradle to cradle’-principe (van wieg tot wieg) gooide Kranendijk bij Desso het roer volledig om. Cradle to cradle, zo legt hij uit, is een manier van duurzaam produceren. In principe worden er producten ontworpen die bestaan uit zuivere en veilig herbruikbare materialen die gemakkelijk te scheiden zijn, zodat alle materialen weer kunnen worden hergebruikt voor gelijkwaardige nieuwe producten.

De eerste stap op weg naar „de bekering van Desso” was snel gezet. Kranendijk zocht contact met Braungart en McDonough, de bedenkers van het concept. Braungart kwam naar het hoofdkantoor in Waalwijk en tezamen concludeerden ze dat „Desso zichzelf opnieuw moest uitvinden”.

„Het hele productieproces, van ontwerpfase tot eindproduct, moest worden omgegooid”, zegt Kranendijk. „Je moet zorgen dat je alleen maar zuivere spullen gebruikt die honderd procent veilig recyclebaar zijn en betrekkelijk eenvoudig van elkaar te scheiden. Bovendien moet je een heel proces op poten zetten om alle gebruikte tapijten weer terug te halen.”

Toen Kranendijk het proces in 2007 begon, verwachtte hij de eerste ‘cradle to cradle’-tegels in 2012 op de markt te brengen, maar vorig jaar zijn de eerste al verkocht. „Als ik bij een klant kom, praat ik niet over tapijten, maar over duurzaamheid”, zegt hij. „Wat doet de klant aan duurzaamheid en in welke mate kunnen wij daar bij helpen?”

In de fabriek in Waalwijk staat een nieuwe machine die oude tapijten verwerkt tot grondstoffen voor nieuwe producten. Vanaf begin 2011 zal deze machine continu draaien met niet alleen oude gebruikte tapijten van Desso, maar ook van de concurrenten.

„Over een aantal jaren zijn we geen tapijtproducent meer”, voorspelt Kranendijk, „maar een fullservice tapijtbedrijf. We maken dan niet alleen tapijt, maar leasen onze tegels aan bedrijven, houden de vloeren schoon, nemen de spullen aan het eind van de cyclus in en maken er weer nieuwe tapijten van. En zo zal het ook gaan met onze kunstgrasmatten.”

In de toekomstvisie van het bedrijf staan fabrieken voor recycling gepland in Parijs en Londen – Groot-Brittannië is het land waar het meeste tapijt, per hoofd van de bevolking, wordt gelegd.

In 2007, toen Stef Kranendijk bij Desso begon, was het „een goed bedrijf met een uitstekend product en goede service, maar qua innovatie een beetje geeuw”. Het ‘cradle to cradle’-principe noopte het bedrijf tot technologische vernieuwingen.

Het niet-beursgenoteerde Desso is na de overname van de tapijtmerken Bonaparte en Parade de grootste fabrikant van tapijt voor de consumentenmarkt in Europa. De productie vindt plaats in Nederland en België. Jaarlijks wordt er zo’n 13 miljoen vierkante meter aan tapijttegels en kamerbreed tapijt gemaakt.

Het bedrijf is Europees marktleider in de productie van kunstgrasvelden. Deze divisie zorgt al voor bijna 20 procent van de omzet van 225 miljoen euro. Een van de meest succesvolle producten is Desso Grassmaster (natuurgras versterkt met kunstgras). Hierbij worden door een machine om de twee centimeter, twintig centimeter diep, in totaal ongeveer twintig miljoen vezels in een natuurgrasmat geïnjecteerd.

Arsenal, Real Madrid en AZ spelen op deze velden. „De wortels van natuurgras wentelen zich diep om het kunstgras heen, waardoor de velden vele malen sterker worden”, legt Kranendijk uit. „Bij slidings ondergaan ze minder schade. Bovendien herstelt de mat sneller. Het kunstgras steekt maar een klein stukje boven de grond uit. Dat zie je pas terug op een afgetrapt trainingsveld.”

Het systeem bestaat al achttien jaar en afgelopen zomer speelden de internationals van onder meer Italië en Argentinië tijdens het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika voor het eerst in de historie van het WK voetbal op kunstgras. Desso bewerkte de velden van de stadions in Nelspruit (Mbombela) en Polokwane (Peter Mokaba Stadion) met kunstsprieten.

Kranendijk ziet in kunstgras nog genoeg groeimogelijkheden. „Stedelijke agglomeraties kampen altijd met ruimtegebrek. Dan is het goed om over een veld te beschikken dat je onbeperkt per dag kunt bespelen. De onderhoudskosten zijn ook lager dan bij voorbeeld van natuurgras. Steeds meer kinderen groeien op met kunstgras en weten straks niet beter.”

Desso produceert tapijt en tapijttegels voor het hogere en middensegment. Tachtig procent wordt nu nog afgezet in Europa, maar de toekomstige groei zal komen uit Latijns-Amerika en China. Het bedrijf gaat een fabriek in Shanghai bouwen. Niet zozeer omdat de kosten daar lager zijn – „met onze moderne productiefaciliteiten zijn we op zich concurrerender met de productie in China” – maar vooral om dichter bij de nieuwe klanten te zitten.

De nieuwe fabrieken worden opgezet volgens het ‘cradle to cradle’-principe. „Het kringloopdenken spreekt Chinezen erg aan. President Hu Jintao heeft al een paar keer een lans gebroken voor de noodzaak van een circulaire economie”, zegt Kranendijk.

Die oproep houdt volgens Kranendijk verband met het grondstoffenprobleem in China. „Op dit moment zuigt China de hele wereld leeg. Neem papier. De papierprijs stijgt momenteel enorm omdat China alles opkoopt. Niet alleen ruwe grondstoffen, ook gebruikte producten en afval. Wij gaan daar niet goed mee om. In de Stille Oceaan is een gebied groter dan Europa waar geen leven meer is als gevolg van plastic afval. Dat is onacceptabel, daar moeten we iets aan doen.”

Uit ideologische overwegingen? Als student in Groningen sympathiseerde Kranendijk met de Vereniging Milieudefensie. „Ik ben niet een barricadenstrijder. Profit, people, planet zijn mijn drijfveren. Innoveren en je richten op duurzaamheid – je kunt er gewoon geld mee verdienen.”

De door ‘cradle to cradle’ uitgelokte innovaties hebben al geresulteerd in een ‘akoestisch’ tapijt (sterk geluiddempend) en een ultralicht tapijt dat onder meer in de KLM-vliegtuigen ligt. ‘Ik vlieg uitsluitend op mijn eigen tapijt’ is een uitspraak die Kranendijk in bedrijfspresentaties nooit overslaat.

De meest recente innovatie is het speciale ‘anti-fijnstof’ tapijt, dat met name geschikt is voor scholen en zorginstellingen. Uit een studie van de Deutscher Allergie- und Asthmabund in 2005 bleek dat de hoeveelheid (schadelijke) fijnstof in de lucht in een ruimte met een harde vloer twee tot drie keer zo hoog is als in een ruimte met tapijt.

Op basis hiervan heeft Kranendijk een tapijttegel laten ontwikkelen die aanzienlijk beter is in dit opzicht: de Desso Airmaster. Dit net gelanceerde product zorgt, volgens Desso, voor acht keer minder fijnstof in de lucht dan op een harde vloer en vier keer minder dan gewoon tapijt. Het product wordt al aanbevolen door de Duitse astmabond, de Nederlandse organisatie is nog niet zover.

In Nederland lijden ongeveer 500.000 mensen aan astma (chronische ontsteking van luchtwegen) en ongeveer evenveel mensen aan COPD (chronische bronchitis en longemfyseem). „Vroeger gold voor mensen met astma of COPB het devies te kiezen voor een harde vloer en niet voor vloerbedekking”, zegt Jelmer Krom van het Nederlandse Astmafonds. „Dat standpunt zijn we op basis van wetenschappelijk onderzoek opnieuw aan het bekijken.”