De otter herovert terrein

Vier van de vijf jonge ottermannetjes eindigen als road pizza. Desondanks wint de otter langzaam terrein. Marion de Boo

Nederland, Weerribben, 01-04-2003 Waarschuwingsbord voor overstekende otters in de Weerribben in Overijssel, een gebied waarin geimporteerde europese otters zijn uitgezet. Foto: Hans van den Bogaard/Hollande Hooge Hans van den Bogaard/Hollandse>

Gisteren werd hij doodgereden op de Zomerdijk bij Meppel. Nu ligt hij bij Natuurmonumenten in de vriezer. In een vuilniszak, met daar omheen een witte plastic draagtas van de Overtoom. Zijn korte, brede kop is bebloed en verbrijzeld, het lange, gestroomlijnde lijf nog puntgaaf. Fraaie bruine pelsjas. Stevige pootjes met scherpe nagels en zwemvliezen tussen de tenen. Dikke, rolronde staart. “Dit was een volwassen mannetjesotter in de bloei van zijn leven”, zegt onderzoeker Freek Niewold spijtig. “Die rondzwervende mannetjes zijn haast altijd de klos in het verkeer, dat hou je bijna niet tegen.”

De otter (Lutra lutra) hoort tot de marterachtigen. Een groot, slank dier, van neuspunt tot staartpunt bijna anderhalve meter lang. Vroeger kwam hij in waterrijke gebieden algemeen voor. Na 1960 verdween hij door verlies en versnippering van zijn leefgebied, toenemende verkeersdrukte en watervervuiling. Vooral tijdens strenge winters is nog lang jacht op de otter gemaakt. Ook verdronken steeds meer otters in de moderne, sterke kunststof visfuiken, want als ze daarin verstrikt raakten konden ze zich geen weg meer naar buiten knagen. In 1988 verdronk de laatste Nederlandse otter in een visfuik.

Al snel ontstonden plannen voor herintroductie. In Nationaal Park Weerribben-Wieden, in de Kop van Overijssel, zijn in 2002 15 otters uitgezet. Tot 2008 volgden er nog 16, deels ook uitgezet in Zuidwest- Friesland. Zo maakt de otter zijn comeback.

In het kerngebied leven circa twintig volwassen vrouwtjesotters en een stuk of vijf volwassen mannetjes. Het water is schoon, er is volop vis. Otters krijgen jaarlijks één nestje met twee tot drie jongen. “Even een rekensommetje”, zegt Niewold. “Stel dat die twintig vrouwtjes jaarlijks samen veertig jongen krijgen. Daarvan sneuvelen er ongeveer twintig in het verkeer en nog eens vijf door andere oorzaken. Je hebt jaarlijks vijf tot tien jonge otters nodig om de bronpopulatie in het kerngebied op peil te houden. Dan resteert nog een ‘geboorteoverschot’ van vijf tot tien jonge otters per jaar – voldoende om de populatie met zo’n twintig procent per jaar te laten groeien. En dat meten wij ook ongeveer.”

SPOREN ZOEKEN

In zijn modderige Mazda 6 doorkruist Freek Niewold de moerassige Weerribben op zoek naar ottersporen. Bij elk sluisje en elk bruggetje houden we halt en bijna altijd is het raak. “Otters zijn echte brugpoepers”, verzekert Niewold, voorheen in dienst van Alterra-Wageningen UR en sinds drie jaar zelfstandig ecologisch adviseur. Hij raapt een zwartig prakje op, door een otter netjes op een paaltje aan de waterkant gedeponeerd. Er steken graten en schubben uit en er komt een vage, zoetige geur vanaf. “Dit noemen wij een spraint”, zegt Niewold. “Met zulke geurvlaggen markeren otters hun leefgebied. Een otter eet ongeveer een kilo vis per dag. In de wintermaanden, vanaf november laat hij kriskras door zijn hele territorium deze signalen achter als boodschap voor concurrenten: Wegwezen, hier ben ik de baas.”

Iets verderop ligt alweer een spraint, minder vers en door de regen uit elkaar gespoeld tot een grijze, flatserige pannenkoek vol schubben en graatjes. Onder diverse bruggetjes zien we voetsporen met scherpe klauwen, waar de dieren tegen het talud op klauteren. “En zie je die kuil”, wijst Niewold. “Daarin liggen ze te rollen en hun vacht te schuieren. Zowel mannetjes als vrouwtjes krabben soms ook in het zand en plassen daar dan overheen. Vooral mannetjes vechten. Soms zitten ze vol wonden en littekens.”

Vier leden van een boommarterwerkgroep van Landschap Noord-Holland zijn vandaag mee op pad; zij willen ottersporen leren herkennen. Begin dit jaar hadden ze bij Loosdrecht een nieuwe trailcamera opgesteld, zo’n camera die automatisch op beweging reageert, vertellen Koos Borsje en Caroline Hoff van de werkgroep. In juni kregen ze tot hun stomme verbazing drie haarscherpe opnames van een otter binnen.

Als je er eenmaal oog voor hebt, ga je steeds meer sporen zien. Otters hebben zo hun vaste gewoontes. Ze maken kleine paadjes in het riet met smalle, ronde tunnels waar ze dan ongezien doorheen sprinten. Ze zoeken graag dekking in riet of struikgewas en steken over tussen twee leefgebieden via vaste ‘wissels’.

“Eerst hebben we vooral in het wild gevangen otters uit Oost-Europa losgelaten”, vertelt Freek Niewold “Later werd de Oost-Europese natuurwetgeving aangescherpt en kozen we vaker otters uit fokprogramma’s van dierentuinen of opvangcentra. Oorspronkelijk wilden we liever wilde otters, maar die blijken soms last te hebben van ‘imprinting’, waardoor ze op zoek gaan naar hun geboortegrond en verongelukken. Gefokte otters mogen vooral niet te tam zijn en moeten goed kunnen jagen. Uiteindelijk hebben wilde en gekweekte dieren het ongeveer even goed gedaan.” Men heeft de uitgezette otters goed kunnen volgen, want elk dier droeg een operatief ingebrachte zender in de buikholte die soms wel een jaar actief bleef.

DUITS MANNETJE

De eerste otters hebben al op eigen kracht het IJsseldal bereikt. Recent onderzoek toont aan dat het hele rivierengebied van Rijn en Maas weer geschikt is als leefgebied voor de otter. Toen Freek Niewold onlangs naar Doesburg verhuisde, bleek ook daar al jarenlang stilletjes een otterfamilie te wonen. “Het viel pas op toen er eentje werd doodgereden. Vrouwtjes afkomstig uit het herintroductieproject paarden hier met een van origine Duits mannetje dat op eigen kracht de grens overgestoken was. Hij werd doodgereden, net als zijn eveneens uit Duitsland afkomstige opvolger.”

De Weerribben zelf zijn zo langzamerhand ‘vol’. Acht of negen volwassen vrouwtjes hebben er elk een eigen territorium. Als er een vrouwtje sterft, wordt haar plek door een opvolgster ingenomen, maar er komen geen nieuwe territoria meer bij. De acht ottervrouwtjes leven in een soort harem met één dominant mannetje, dat het hele gebied regeert. “Die rent zich rot”, grinnikt Niewold. “Dat maakt hem kwetsbaar. Hij houdt dat meestal maar één of twee seizoenen vol en wordt daarna door een rivaal verdrongen.”

De meeste jonge mannetjes maken geen kans op een eigen plek in de Weerribben. Eenmaal volwassen worden zij door hun vader weggejaagd, met alle risico’s van dien. Niewold: “Op die kleine onbewoonde eilandjes midden in het kerngebied, waar de vrouwtjes hun jongen krijgen, zijn de otters redelijk safe, maar de wissels over drukke verkeerswegen zijn nogal gevaarlijk.” Naast de Weerribben zijn ook de wat zuidelijker gelegen Wieden inmiddels gekoloniseerd. Niewold schat dat hier acht tot tien vrouwtjes een eigen territorium bezitten. Ook in omliggende gebieden – de Rottige Meenthe, de Lindevallei, Tjonger en de Deelen hebben zich otters gevestigd.

Behalve via de zenders hebben biologen de comeback van de otter ook via veldsporen gevolgd. Sinds 2002 is elke winter otterpoep verzameld. Die verse spraints gaan in potjes met alcohol naar Alterra in Wageningen. Uit ongeveer de helft van de spraints valt bruikbaar DNA te isoleren. Analyse levert een gedetailleerde stamboom van de otterfamilies op. “Vind je dat niet prachtig”, zegt Niewold vrolijk: “Ik zie nooit een otter in het veld, maar we kennen ze allemaal. We weten exact waar ze zitten en wie familie van wie is. Overigens maak je middenin de zomer, als de nachten kort zijn, wel eens kans om in de schemering een glimp van deze schuwe nachtdieren op te vangen.”

Genetische analyse wijst uit dat inteelt een serieuze bedreiging voor de jonge populatie vormt. Dankzij hun verschillende herkomst vormden de nieuwe otters oorspronkelijk een rijkgeschakeerde genetische mix. Maar in 2006 en 2007 heeft één jongvolwasssen mannetje met Djengis Khan-achtige ambities lang zo ongeveer alle vruchtbare wijfjes in Weerribben én Wieden bevrucht. Zo ontstond één grote familie. Door inteelt is de helft van de oorspronkelijke genetische variatie verloren gegaan en doordat de nakomelingen van ‘Djengis’ nu zelf volwassen en seksueel actief zijn neemt de inteelt snel verder toe.