De doorsneebelegger wordt de verliezer bij Facebook

De waarde van Facebook wordt opgeblazen tot 50 miljard dollar. Alleen de aanbiedende bank Goldman Sachs strijkt de winst op.

Medewerker van het Amerikaanse tijdschrift ‘Fortune’. Voormalig speurjournalist. Werkte zeventien jaar op Wall Street en was directeur bij de bank JPMorgan Chase. Schrijver van ‘House of Cards: a tale of hubris and wretched excess on Wall Street’ (2009) en ‘The last tycoons: the secret history of Lazard Frères & Co’.

Kan zakenbank Goldman Sachs, de winst zoekende raket van de financiële wereld, werkelijk geld verdienen aan een belegging van 450 miljoen dollar in Facebook, tegen een duizelingwekkende koers, die de sociale netwerksite een impliciete waarde toekent van 50 miljard dollar?

Op het eerste gezicht lijkt het antwoord nee te zijn. In mei 2009 werd het bedrijf immers nog gewaardeerd op 10 miljard dollar. In augustus vorig jaar was Facebook 27 miljard dollar waard. Nu dus 50 miljard dollar, voor een bedrijf met een omzet van – naar verluidt – 2 miljard dollar en een verwaarloosbare winst. Als General Electric, met een omzet in 2010 van ongeveer 150 miljard dollar, met eenzelfde verveelvoudiging zou worden verhandeld, zou het een waarde van 3,75 biljoen dollar vertegenwoordigen, in plaats van de 200 miljard dollar die het bedrijf werkelijk waard is.

Facebook wordt nu verondersteld meer waard te zijn dan mediaconcern Time Warner, chemiereus DuPont en Morgan Stanley – Goldmans grootste concurrent. Vorige week zouden de aandelen van Facebook op een particuliere beurs nog zijn verhandeld op een niveau van 42,4 miljard dollar. Dankzij Goldmans stempel van goedkeuring is de waarde van Facebook binnen een mum van tijd met 20 procent gestegen. Kan Goldman werkelijk verwachten nog meer water uit deze steen te kunnen persen?

Jammer genoeg wel.

Om te begrijpen waarom dat zo is, moeten we proberen door te dringen tot de kern van de vele problemen met de manier waarop het Wall Street-kartel zaken doet, ondanks de beloofde hervormingen. Door Goldmans belegging in Facebook kunnen we goed zien hoe Wall Street financiële zeepbellen creëert en opblaast.

Deze aanval van hysterie draait niet alleen om Facebook, maar ook om andere internetbedrijven, zoals Twitter, de spelletjessite Zynga, de gezamenlijke inkoopsite Groupon en de sociale netwerksite LinkedIn. De waardering van deze bedrijven is de afgelopen twee jaar de pan uitgerezen, waardoor sommigen bang zijn dat Wall Street louter door de Amerikaanse belastingbetaler is gered om ons te kunnen trakteren op een nieuwe versie van de internetzeepbel van 1999.

Ondanks de hoge kosten van zijn belegging ziet Goldman in Facebook een goudmijn, die de zakenbank grote kansen biedt. Om te beginnen zijn de kapitaalkosten van Goldman bijna nul. Als bankholding kan Goldman tegen een verwaarloosbare rente geld lenen van de Amerikaanse centrale bank, zodat iedere kapitaalwinst op de belegging in Facebook pure winst zal zijn. In de tweede plaats heeft Goldman vrijwel zeker de hoofdrol voor zich veiliggesteld bij de onvermijdelijke beursgang van Facebook.

De vergoedingen voor het waarborgen van beursintroducties bedragen doorgaans 7 procent van de waarde van de verkochte aandelen. Facebook zou gemakkelijk aandelen kunnen verkopen voor 2 miljard dollar of meer, waardoor Goldman en de andere banken die waarborg staan minstens 140 miljoen dollar zouden kunnen opstrijken aan vergoedingen. Het andere voordeel voor Goldman van een leidende rol bij de beursgang is dat de firma al haar invloed kan aanwenden om de waarde van Facebook op het moment van de aandelenverkoop de waardering van 50 miljard dollar zal overtreffen.

Goldman heeft van Facebook tevens het recht gekregen om aan zijn vermogende klanten aandelen te verkopen, voor nog eens 1,5 miljard dollar. Volgens The Times zal Goldman daartoe een beleggingsvehikel in het leven roepen en zijn klanten vervolgens een initiële vergoeding in rekening brengen van 4 procent, plus 5 procent van de winst. Hoewel het erop lijkt dat deze klanten wel gek zouden zijn als ze tegen zo’n hoog waarderingsniveau in Facebook zouden beleggen, zullen ze vrijwel zeker een grotere loyaliteit jegens Goldman voelen, doordat de bank hun deze exclusieve kans biedt. Daarbovenop is het waarschijnlijk dat Goldman een mooi deel zal mogen beheren van het fortuin van 12 miljard dollar van Facebook-oprichter Mark Zuckerberg.

Als Goldman al deze rollen tegelijkertijd zal vervullen – die van belegger, verkoper, vermogensbeheerder en waarborger van de beursgang – zou dat zeker leiden tot vermoedens van belangenverstrengeling, maar waarschijnlijk niet in de ogen van Goldman-managers, die zich er altijd op hebben laten voorstaan dat ze zich in zulke situaties heel goed kunnen ‘redden’. (De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er vermoedelijk geen zakenbank op de planeet is die niet graag de plaats van Goldman zou innemen, als zij de kans zou krijgen.)

Ook al heeft Facebook naar verluidt weinig behoefte aan Goldmans geld, de sanctionering door Goldman van de exponentiële waardestijging van Facebook verleent Marc Zuckerberg de ultieme geloofwaardigheid in Silicon Valley, veel meer dan hij heeft gekregen door Hollywood een film over hem te laten maken of door de jongste miljardair te worden van de planeet.

Wie zullen, met zo veel winnaars, de verliezers zijn? De doorsneebelegger uiteraard, die met de gebakken peren zal blijven zitten als Wall Street zich op een kwade dag realiseert dat de financiële prestaties van de firma de opgeklopte waardering niet kunnen waarmaken.

© The New York Times