Buskruit

De kracht van een explosief wordt altijd onderschat. Dat zou de eerste wet van de jaarwisseling moeten zijn. Zonder vuurwerk gaat het niet. Iedere kleine jongen, iedere man (tot op zekere leeftijd) wil één keer per jaar een paar geweldige knallen veroorzaken. Zo’n knal geeft hem een gevoel van zelfbevestiging, triomf. Niet voor niets denken we dat het ontstaan van het Universum aan de Oerknal te danken is of daarmee gepaard is gegaan. Daar had je getuige van willen zijn. Rudy Kousbroek, een expert op het gebied van explosieven, was van mening dat iedere uitvinding van enige betekenis met een knal gepaard zou moeten gaan.

En nu, in de laatste nacht van het jaar mag je het zelf doen. Dit betekent dat duizenden mannen en jongens zoveel mogelijk rotjes, donderslagen en strijkers inslaan om er op de 31ste een lucifer bij te houden. Geen wonder dat de ziekenhuizen de drukste tijd van het jaar hebben. Deze keer hebben een jongen van dertien en een van zeventien het niet overleefd. Dat is van een onvatbare tragiek. Binnen een paar seconden van een opgetogen illusie de dood ingetuimeld.

Een vuurwerkverbod is niet uitvoerbaar. Met tonnen zouden de ongecontroleerde explosieven van overal worden gesmokkeld. Eigenlijk zouden de kinderen op school in december vuurwerkles moeten krijgen. Achter kogelvrij glas zouden ze bijvoorbeeld kunnen zien hoe door een rotje het kadaver van een muis aan verschroeide stukken werd gereten. De aanblik daarvan vergeet je niet. Vroeger had je kleine explosieven, klappertjes, geringe hoeveelheden buskruit, opgeborgen in een stukje roze papier. Dat was de munitie voor je klappertjespistool. Je kon er ook mee experimenteren. Bijvoorbeeld van luciferdoosjes een huis bouwen, daar een hoeveelheid klappertjes in lijmen, dan het geheel in brand steken en wachten tot de zaak ontplofte. Ook een triomf.

In de Eerste Wereldoorlog was mijn vader officier bij de marine en commandant van een eenheid die op het strand aangespoelde zeemijnen moest demonteren. Zo’n zeemijn is een grote metalen bol, gevuld met explosieven en voorzien van gevoelige uitsteeksels die het ontstekingsmechanisme in werking moeten stellen. Als een schip er tegenaan vaart, breekt er een buisje met pikrinezuur, en beng! dan is het gebeurd, zei hij. Die demontage was dus heel behoedzaam werk. Twee van zijn collega’s hadden het niet overleefd. Die kon je met een lepel van het strand schrapen, vertelde mijn moeder. Ik ben geboren in een huis waar in de tuin een zeemijn stond die door mijn vader was gedemonteerd. Het gevaarte diende als bloempot. Kralingse Kerklaan 35.

Toen ik een jaar of tien was, kreeg ik voor Sinterklaas een antiek duelleerpistool, merk Le Page à Paris. Ik had er verschrikkelijk om gezeurd, en nu was ik een gelukkige jongen. Het was een percussiepistool: je moest eerst een lading buskruit door de monding van de loop gieten, enigszins aanstampen en daar de kogel op. Het kruit werd tot ontploffing gebracht via een schoorsteentje waarop je een ‘percussiedopje’ moest plaatsen, een klein hoedje dat ook met een explosief was gevuld. Ik hoop dat u het nog kunt volgen.

In de oorlog werd het wapen onder de vloer verstopt en na de Bevrijding weer tevoorschijn gehaald. Toen kwam ik Rudy Kousbroek tegen. Heb je er ooit mee geschoten, vroeg hij. Nee, zei ik een beetje beschaamd. Ik heb geen buskruit, geen kogels, alleen het pistool. Rudy had alles. Hij verscheen met een blikje vol buskruit, een doosje percussiedopjes en een paar zelfgegoten kogels. We troffen alle voorbereidingen, het beslissende ogenblik naderde. Je weet niet in hoeverre de loop door roest is aangetast, zei hij. Dus laten we er een afstandsplof van maken. Ik had een werkbank met een bankschroef in de kelder. Daar hebben we het pistool in vastgezet, een touw aan de trekker gebonden, bij wijze van kogelvanger een oud telefoonboek op een paar meter afstand van de monding gezet en toen zijn we weer naar boven gegaan.

Ik mocht het eerst schieten. Gaf een ruk aan het touw. Er volgde een donderende explosie. We renden de trap af. De kelder stond blauw van de kruitdamp, in het telefoonboek zat een gapend gat, de kogel zat platgeslagen in de muur. Gelukt, zei Rudy. Maar misschien hebben we een iets te zware lading gebruikt. Bij dit experiment is het gebleven. Het kruit heb ik voor alle zekerheid door de gootsteen gespoeld zodat mijn twee zoontjes niet zouden gaan experimenteren, en het pistool aan een liefhebber gegeven. Met zo’n wapen probeerden in de negentiende eeuw aristocraten elkaar dood te schieten als de ene zich door de andere beledigd voelde.