bloemlezing uit de wetenschapsjournalistiek

Ionica Smeets en Bas Haring Vallende kwartjes Een slimme selectie van leesbare wetenschap Nijgh & Van Ditmar ISBN 978-90-388-9385-3, 240 pagina’s, prijs 14,95 euro

In het Engels taalgebied verschijnen met enige regelmaat verzamelingen van artikelen waarin onderzoekers en wetenschapsjournalisten schrijven over de schoonheid van de (natuur)wetenschap. De Leidse hoogleraar ‘publiek begrip van wetenschap’ Bas Haring en wetenschapsjournaliste Ionica Smeets wilden ook zoiets, “…een verzameling bestaande teksten die er op een of andere manier in slagen iets [wetenschappelijks] kort en helder uit te leggen”. Ze hebben dat pragmatisch aangepakt, deden geen uitgebreide literatuurstudie, maar gingen af op hun eigen boekenkast en suggesties van vrienden en bekenden. Dat levert natuurlijk usual suspects op als Richard Feynman, Daniel Dennett, en Richard Dawkins, maar het siert de auteurs dat ze eerst en vooral in het Nederlandse taalgebied hebben gezocht. Daarnaast hebben ze geprobeerd om te achterhalen wat er in elk van die stukken voor zorgt dat ‘het kwartje valt’ bij een lezer. Zo identificeerden ze een aantal verschillende manieren om ingewikkelde wetenschap uit te leggen aan leken, en brachten die samen in categorieën als ‘Analogieën’, ‘Gedachte-experimenten’ en een restgroep met de mooie naam ‘Rafelrandjes’. Tenslotte kreeg elk stukje een korte inleiding om het beter te kunnen plaatsen.

Toegegeven, zo krijg je geen canon van de natuurwetenschap, en natuurlijk is de ordening wat terloops en arbitrair, maar desondanks heeft dit simpele procedé een sprankelend boekje opgeleverd. Want wetenschap is leuk als het goed wordt uitgelegd. Je kunt er blij van worden als je na het lezen van een kort stukje over het redden van een drenkeling opeens snapt waarom lichtstralen breken als ze door glas of water gaan. Of wanneer je door de ogen van Jim Watson plotseling inziet hoe de basen in de DNA-helix tegenover elkaar gerangschikt zitten. Of als er gewoon een leuk proefje met een kaars beschreven wordt waarmee je tijdens het kerstdiner je kinderen versteld kunt doen staan. En dan is het helemaal leuk om te weten dat Michael Faraday al in 1830 met datzelfde proefje aan kinderen liet zien hoe gaaf wetenschap kan zijn. Het staat er allemaal in. Maar het is ook goed dat Haring en Smeets af en toe laten zien hoe het niet moet. Zodat voorlichters, wetenschapsjournalisten en natuurlijk ook wetenschappers zelf daarvan kunnen leren en het voor hen makkelijker wordt om kwartjes te laten vallen.