Alzheimer en andere ziekten zijn detecteerbaar met synthetische eiwitjes

Peptoïden, kleine synthetische eiwitachtige moleculen, staan aan de basis van een nieuwe techniek om ziekten in een vroeg stadium te diagnosticeren. Ze sporen de antilichamen op die het immuunsysteem aanmaakt tegen afwijkende eiwitten die tijdens het ziekteproces ontstaan. De methode is ontwikkeld in het Scripps Research Institute in Florida en ondermeer getest bij Alzheimerpatiënten. De onderzoekers verwachten dat met de techniek op den duur niet alleen Alzheimer vroeg kan worden opgespoord, maar ook veel andere aandoeningen zijn op te sporen (Cell, 7 januari).

Bij vrijwel elk ziekteproces ontstaan abnormale eiwitten. Het immuunsysteem maakt daar specifieke antilichamen tegen die in het bloedplasma terug te vinden zijn. Die antilichamen verraden dus de aanwezigheid van een ziekte. Het probleem is alleen dat meestal onduidelijk is welke afwijkende eiwitten ontstaan en dus ook naar welke antilichamen men moet zoeken.

De nieuwe techniek omzeilt dit probleem door te bepalen of er antilichamen in het bloed zijn die bij patiënten met een bepaalde aandoening wel en bij gezonde personen niet voorkomen. De precieze aard van de antilichamen doet er niet toe.

Antilichamen hebben voor de herkenning van afwijkende eiwitten genoeg aan een klein stukje met een specifieke aminozuurvolgorde. Daar speelt de techniek op in. Hij maakt gebruik van zogeheten peptoïden: kleine moleculen die net als eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren, maar chemisch een iets andere structuur hebben. In de natuur komen ze niet voor. Chemici kunnen, door steeds andere aminozuren in te bouwen, met gemak duizenden verschillende synthetiseren. Als een willekeurig peptoïde ook maar enigszins op een stukje van een afwijkend ziekte-eiwit lijkt zullen in het bloed circulerende antilichamen eraan hechten.

De test vindt plaats met behulp van een microarray: een glazen chip met honderden putjes. In elk putje zit een andere peptoïde. Aan de putjes wordt bloedplasma van de te testen persoon toegevoegd. De vraag is dan in welke putjes een antilichaam aan het peptoïde bindt. Bij een zich ontwikkelende ziekte gebeurt dat in een putje waar bij gezonde mensen niks gebeurt.

Om te bewijzen dat deze methode werkt, hebben de onderzoekers deze eerst getest bij muizen met een op MS lijkende ziekte. Daarna bij zes Alzheimerpatiënten en zes even oude gezonde personen. In beide gevallen onderscheidde een klein aantal peptoïden tussen ziek en gezond. Voordat de methode in de praktijk toegepast kan worden, zal zij nog uitgebreid gevalideerd moeten worden en in een voor ziekenhuizen handzame vorm worden gegoten. Het huidige onderzoek moet vooral als proof of principle beschouwd worden. Huup Dassen