Alles wat nu gezegd wordt, is verkiezingspraat

Het reces is bijna voorbij, de politiek maakt zich op voor de Statenverkiezingen. Alles staat vanaf nu in dienst daarvan. Inzet? De macht van het kabinet.

Den Haag, 8 jan. - Op papier gaan de verkiezingen over twee maanden over Arnhem en Assen. Over Lelystad en Leeuwarden. Maastricht en Middelburg. Over de Provinciale Staten.

Maar eigenlijk gaat het vooral over het kabinet: kan de coalitie van VVD, CDA en PVV zo daadkrachtig zijn als zij graag wil? Of moet zij de komende jaren bij elk omstreden besluit vrezen voor een vijandige Eerste Kamer? De Provinciale Statenleden die in maart worden gekozen, bepalen of de coalitie ook in de Eerste Kamer een meerderheid krijgt. Zo niet, dan wordt het lastig – volgens sommigen kansloos – voor het kabinet zijn plannen uit te voeren.

Dat maakt het politieke bedrijf de komende weken vrij overzichtelijk: elke keer als een politicus zijn mond opent, elk debat dat gevoerd wordt, elk proefballonnetje dat door een minister wordt opgelaten of elke sneer van een oppositielid – steeds zitten de verkiezingen in het achterhoofd. Met de macht van het kabinet als inzet.

Hoe de oppositie dit samenvat?

„De verkiezingen zijn belangrijk, omdat we zo de slechte kant van het beleid via de Eerste Kamer kunnen verminderen.” (Luuk Versluis, campagneleider D66)

„We gebruiken deze verkiezingen om te protesteren tegen dit kabinet.” (Tiny Kox, fractievoorzitter Eerste Kamer, SP)

„Halen VVD, CDA en PVV wel of geen meerderheid in de Eerste Kamer? Daar draait het om op 2 maart. Dit kabinet moet wat mij betreft zo snel mogelijk naar huis. Die kans wordt groter als de coalitie geen meerderheid haalt in de Eerste Kamer.” (Jolande Sap, GroenLinks-leider)

„Deze coalitie heeft nu geen meerderheid in de senaat. Dat willen wij zo houden. Ik geef ze er graag een kopzorg bij.” (Lilianne Ploumen, partijvoorzitter PvdA)

Er is geen officieel startpunt van de campagnes. Voor het CDA begint het volgende week zaterdag, voor D66 – „onder voorbehoud” – op 12 februari en voor de SP in de dierentuin in Arnhem een dag later. Bij de PVV presenteert Geert Wilders al weken de verschillende provinciale kandidaten.

Hoe serieus de inzet volgens de partijen ook is, de organisatie van de campagnes is nog in opbouw – of doet amateuristisch aan. Bij de SP „ben ik pas vorige week uitverkoren tot deze taak”, zegt Tiny Kox, „en nu dus dingen op een rij aan het zetten”. Michael Sijbom van het CDA-partijbureau laat tegelijkertijd weten dat hij op veel vragen „nog geen antwoord kan geven”, omdat de besluiten nog genomen moeten worden. Dat terwijl er voor het leiderloze en verdeelde CDA zoveel op het spel staat.

Nog een voorbeeld: D66 zegt in grote mate te vertrouwen op partijvrijwilligers in het land. Vele honderden zouden dat er zijn. Maar wie precies wie is, of wat hun e-mailadressen zijn, dat weet de partij niet. Er is geen systeem voor. Als het partijbureau in Den Haag een boodschap aan al die vrijwilligers en politici wil doorgeven – „vandaag graag bij de kiezers en lokale media benadrukken dat wíj vinden dat...” – kan dat dus simpelweg niet.

Elke boodschap moet vanuit Den Haag aan de landelijke vrijwilligers doorgegeven worden, die dat dan weer overbrengen aan regionale vrijwilligers, waarop het zou moeten doorsijpelen naar de braderie waar lokale partijaanhangers kiezers aanspreken.

Dat het om meer gaat dan Provinciale Staten blijkt eveneens uit welke politici de partijen inzetten. Bij de PvdA zijn dat partijleider Job Cohen „en andere Tweede Kamerleden”, zegt Ploumen. En de provinciale kandidaten? „Die natuurlijk ook.” En alle PvdA’ers gaan de straat op, canvassen.

Bij D66 net zoiets, volgens campagneleider Luuk Versluis: daar doet partijleider Alexander Pechtold de grootste debatten. Maar er is meer. Gemeenteraadsleden. Provinciale lijsttrekkers. Roger – „ik bedoel meneer Van Boxtel”. En de andere kandidaten voor de Eerste Kamer.

Premier Mark Rutte gaat zelf intensief campagne voeren „als boegbeeld van dit kabinet”. In Elsevier legde hij uit waarom. „Ik wil geen grote woorden gebruiken, want het is gewoon heel plat. Wij hebben een meerderheid in de Eerste Kamer nodig en via de Provinciale Staten moeten we die zien te bereiken.” En zijn stemadvies? „Maakt niet uit wat u stemt. Als het maar CDA, PVV of VVD is.”

Duidelijk. Maar verwacht vanaf het begin van de campagnes tegenover deze scherpte van Rutte eerder behoedzaamheid of zelfs „politieke inertie” aan regeringszijde, voorspelt SP-senator Tiny Kox. „Regeringsvoorstellen die slecht vallen, leveren immers weinig anders op dan politieke malheur.”

De SP gaat met een dubbele boodschap de verkiezingen in. Eén: „De provincies hebben er niet bepaald veel soeps van gemaakt. Dat is ook makkelijk te zeggen voor ons, we zitten overal in de oppositie.” Boodschap twee: „We willen duidelijk maken dat de regering in de problemen zit.”

De PvdA wil laten zien dat Rutte cum suis verkeerde keuzes maken: „Bij dit kabinet betaalt de miljonair niks”, zegt Ploumen, „terwijl de politieagent en leraar er op achteruit gaan.”

D66-campagneleider Luuk Versluis maakt zich niet al te veel illusies. Natuurlijk, officieel is het doel aan de kiezer over te brengen „dat er in provincies natuurlijk wel heel veel besloten wordt”, dat „provincies een leidende rol kunnen hebben in het duurzamer maken van het land”, dat het „beter” moet, „goedkoper” ook. Maar zal dat massa’s kiezers enthousiasmeren? Hij twijfelt. „Dat is de grote vraag, natuurlijk.”