Aapmensen hadden hulp van de groep nodig bij verzorging grote baby's

Mensenbaby’s zijn relatief groot. Maar ook onze vroege voorouders, de Australopitheci, hadden in vergelijking met hun postuur al grote, hulpeloze baby’s die voor een moeder alleen niet makkelijk te verzorgen waren. Gedeelde kinderzorg ontstond daarom mogelijk al bij deze heel vroege rechtop lopende hominiden. Ze leefden tussen vier en drie miljoen jaar geleden en leken met hun lange armen en kleine koppies nog sterk op apen. Het zou betekenen dat de hulp van anderen bij de opvoeding van heel jonge kinderen in onze afstamming geen uitvinding is van Homo. Dat is het menselijk geslacht dat een kleine twee miljoen jaar geleden is ontstaan uit primitievere voorlopers zoals Australopithecus (Proceedings of the National Academy of Sciences, 3 januari).

Paleoantropoloog Jeremy DeSilva (Universiteit van Boston) baseert deze conclusie op metingen aan enkel, dijbeen en heupbeenbotten van mensen en hun uitgestorven voorouders. Die geven een indicatie voor het gewicht. Hij gebruikte ook statistieken over de verhouding tussen het gewicht van volwassen primaten en hun baby’s.Het geboortegewicht van mensenbaby’s bedraagt gemiddeld 6 procent van het gewicht van hun moeders, chimpanseebaby’s zijn in vergelijking met hun moeder twee keer zo licht. Met 5 à 6 procent van het moedergewicht komen de gemiddeld 1,7 kilogram wegende Australopithecus-baby’s dicht in de buurt van de mens, ook al kwamen deze nog geen dertig kilogram zware moeders maar net tot aan de navel van een moderne vrouw. De sexe-verschillen waren bij Australopitheci veel groter dan bij de moderne mens.

Volgens DeSilva hadden de kleine aapmensen aan hun baby’s en peuters de handen meer dan vol. Chimpansees en andere primaten kunnen hun kleintjes meenemen in de boom. De baby’s zijn niet al te zwaar en houden zich vast aan hun moeders vacht. De zware, hulpeloze baby’s van Australopithecus waren volgens DeSilva niet zo makkelijk mee te nemen: “Gedurende het eerste levensjaar viel het voor een moeder waarschijnlijk niet mee om voldoende voedsel te vinden voor haarzelf en haar kind aan de borst, ze zou voordeel hebben gehad van een mannetje [of andere leden van een sociale groep] die haar als vaste partner bijstond.” Het gezamenlijk grootbrengen van kinderen is gunstig voor de overlevingskansen van een soort, legt DeSilva uit, onder meer omdat moeders dan korter op elkaar kunnen bevallen en dus meer kinderen grootbrengen.

DeSilva laat zien dat er onder primaten een lijnrecht verband bestaat tussen de grootte van het brein van baby’s en het brein van volwassenen. Mensen zijn daarop geen uitzondering. Het relatieve babygewicht kan hij schatten, omdat ook het percentage van het lichaamsgewicht dat de hersenen bij geboorte innemen niet al te sterk varieert (12 procent bij mensen, 10 procent bij chimps). Michiel van Nieuwstadt