Wat mis is, is niet per se gevaarlijk

Chemiebedrijven krijgen een vergunning van gemeente of provincie. Die controleren op hun beurt of de vergunning wordt nageleefd. En dan gaat het vaak mis.

Een inspectie van een chemisch bedrijf met een omvang als Chemie-Pack duurt soms wel twee à drie dagen. De brandweer, de arbeidsinspectie en controleurs van de provincie komen de boeken controleren, spreken met mensen op de werkvloer. „Bedrijven vinden dit heel intensief”, zegt een ambtenaar van de afdeling handhaving van de provincie Noord-Holland, waar bijvoorbeeld in de Zaanstreek veel (chemische) industrie staat.

Zo’n inspectie vindt één à twee keer per jaar plaats, zegt ze. „Dat is natuurlijk tijdrovend, maar onze belangen liggen echt niet zo ver uit elkaar. Bedrijven zijn er niet op uit om hun medewerkers aan gevaar bloot te stellen.”

Bij de laatste inspectie door de gemeente Moerdijk leek alles in orde bij Chemie-Pack. Toch brandde het tot de grond toe af. Wat kunnen inspecties doen om zulke ongelukken te voorkomen?

Bij Chemie-Pack controleerde de gemeente het bedrijf. Elders doen de provincies dit vaak. „Kleinere gemeenten hebben vaak niet de expertise in huis, dus pakken wij dat als provincie op”, aldus de toezichthouder in Noord-Holland, waar zes inspecteurs werken voor bedrijven met een verhoogd veiligheidsrisico. Dat zijn er in Noord-Holland ongeveer dertig.

De bedrijven weten wanneer de inspectie langskomt. Onaangekondigde controles vinden niet plaats. Als er iets niet in de haak blijkt, bijvoorbeeld als vergunningen niet kloppen, kunnen er dwangsommen worden opgelegd.

Maar de controles zijn lang niet altijd toereikend, blijkt uit een twee maanden geleden verschenen rapport van de VROM-inspectie. Dat deed onderzoek naar de naleving van de regels door gemeenten en provincies voor brandveiligheid bij 340 grote bedrijven die met chemische stoffen werken. Bij 58 procent van de bedrijven bleek de brandveiligheid „onvoldoende geborgd”.

In veel gevallen bleek er iets niet te kloppen met de vergunningen. Maar grootste struikelblok is volgens de VROM-inspectie de controle op de naleving van de vergunningen. Elf gemeenten hadden hun zaken niet op orde. Moerdijk zat daar niet tussen, zegt een woordvoerder van de VROM-inspectie. Ook bij Chemie-Pack was volgens de woordvoerder niets aan de hand met de vergunningen.

De inspectiedienst in Noord-Holland kent het rapport, maar zegt dat de conclusies niet willen zeggen dat er in 58 procent van de bedrijven sprake is van een gevaarlijke situatie. „Er wordt niet gerotzooid. Vaker blijkt dat er een of ander papiertje niet kan worden overgelegd. Over het algemeen hebben de bedrijven in Noord-Holland hun zaken wel op orde.”

De vraag is of het vergunningenbeleid wel werkt. De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen heeft daar twijfels over. Handhaven, zeggen zij, is meer dan alleen een vergunning opstellen en controleren. „Vergunningen worden verleend als de rekensommen een bepaalde uitkomst opleveren in plaats van te controleren of er echt nagedacht is over de veiligheid. Laat staan dat wordt gecheckt of de nieuwste inzichten en kennis zijn gebruikt”, staat in een onlangs verschenen advies van de raad. De vergunningen waren bij Chemo-Pack in orde, maar of het bedrijf ook veilig genoeg was, is weer iets anders.