'Verlegen zijn is heel handig'

Op Noorderslag, het festival voor Nederlandse popmuziek in Groningen, probeert Thijs Kuijken van de Utrechtse band I Am Oak nieuwe instrumenten. Bij bands als DeWolff en Shaking Godspeed beleeft het orgel een comeback. Zelfs de tweedehands markt bloeit op. „Zodra er een bejaarde doodgaat, moet je erbij zijn.”

Verlegen, schuchter, introvert – dat zijn woorden waarmee Thijs Kuijken vaak wordt omschreven. Al zijn hele leven. Oké, Kuijken mag dan zacht praten, en vaak zingen van achter zijn haarlok, maar om te kunnen optreden zoals hij doet, gewoon tussen het publiek staand, met soms slechts een akoestische gitaar als begeleiding en niet eens een microfoon – dat vergt een bravoure die de gemiddelde verlegen mens niet in zich heeft. Voor Kuijken is verlegenheid een schild waarachter hij zich naar believen kan verbergen. Maar tegenwoordig komt hij ook wel eens luidruchtig uit de hoek. En die haarlok is inmiddels afgeknipt.

Thijs Kuijken (24) is voorman en oprichter van de band I Am Oak, uit Utrecht. I Am Oak viel het afgelopen jaar op met de prachtige cd On Claws, die, na eerdere, nagenoeg onopgemerkte cd’s van Kuijken, een golf aan publiciteit en waardering teweeg bracht. De nummers van On Claws zijn een fluisterend genoegen. Kuijken zingt hoog, verlokkend als een duif en gedragen als een gospelkoor, terwijl de instrumenten zich naar hem voegen: de fladderende banjo-noten, de ritmische akkoorden op de akoestische gitaar, de onnadrukkelijke drumtikken.

De banjo is onlangs in de ban gedaan. Bij live-optredens en op de volgende I Am Oak-cd zullen de karakteristieke klanken geen rol meer spelen. Reden is dat het instrument een te nadrukkelijk handelsmerk dreigde worden, waar het publiek, als de banjo eens was thuis gelaten, steeds om vroeg. „Het is tijd voor iets nieuws”, zegt Kuijken. Daarbij denkt hij aan een van de bijzondere snaarinstrumenten van gitaarbouwer Yuri Landman, die hij voor opnamen mag lenen: de Moodswinger en de Twister Guitar. „Het is leuk om met iets ongewoons te experimenteren. Dan komt er vaak iets anders uit dan met een instrument dat je door en door kent.”

Tijdens ons gesprek is Kuijken nog in Utrecht, maar een paar dagen later vertrekt hij naar Finland waar hij, met zijn vier muzikanten, in twee weken een nieuwe cd van I Am Oak zal opnemen. Volgende week is hij terug in Nederland, om op 15 januari op te treden tijdens het Noorderslag-festival in Groningen.

Thijs Kuijkens muziek past in de wereldwijde trend van folk, met akoestische en intieme instrumentaties. Maar Kuijken is geen purist. Voor eerdere opnamen, vóór On Claws, verknipte hij samples van filmmuziek tot nieuwe composities en een andere keer gebruikte hij uitsluitend een Casio-synthesizer. Kuijken maakt sinds zes jaar liedjes; de afgelopen drie jaar onder de naam I Am Oak. Hij studeert daarnaast ook fotografie aan de HKU in Utrecht, maar heeft de studie nu gestaakt om zich volledig aan de muziek te wijden. Zijn kamer is een typische studentenkamer – boekenkast, bankje, computer, kleren en tassen over de vloer gestrooid – aangevuld met instrumenten: keyboard, trommels, twee akoestische gitaren, een elektrische gitaar en opnameapparatuur (microfoon, mengpaneel, computer). „Sinds ik niet meer studeer heb ik mezelf opgedragen iedere dag iets muzikaals te doen. Dat varieert van een heel nieuw nummer componeren tot oude opnamen terugluisteren en bedenken wat ik ermee zal doen.” Hij wijst naar een wit keyboard. „Bij On Claws ben ik voor de muziek uitgegaan van een akoestische gitaar, maar daar heb ik genoeg van. Nu neem ik dit keyboard als basis, een Yamaha PS 10, uit de jaren tachtig. Er zitten maar twee geluiden op die te gebruiken zijn.” Hij schakelt het apparaat aan en laat de twee mogelijkheden horen: een schor kerkorgel en een zweverige vibrafoonklank. „Ik probeer bewust voor iedere nieuwe cd weer een nieuw geluid te vinden.”

Verandert ook zijn manier van zingen, per cd? „Ik denk het wel. Gewoon, omdat ik steeds een beetje beter wordt. Ik word zelfverzekerder. Als ik oude opnamen terughoor, dan klink ik heel voorzichtig, fluisterend bijna. Ik word nu krachtiger en uitgesprokener. Dat komt door veel zingen en vooral door het live spelen. Vroeger was ik verlegener.” Van oudsher was Kuijken verlegen. Hij omschrijft dat zelf als ‘rustig’. „Dat ben ik altijd geweest, ik hoef niet zo nodig op de voorgrond staan. Behalve als het om muziek gaat.” Wat is het verschil? „Muziek is anders dan het échte leven. Muziek is iets waarachter je kunt verschuilen en waarin je jezelf op een veilige manier bloot kunt geven.

„Bovendien, als je ergens hard aan gewerkt hebt en je weet van jezelf dat je het goed vindt, dan geeft dat zelfvertrouwen om daar te staan. Dan gaat het makkelijk. Niet dat het meteen makkelijk was, in het begin was ik heel zenuwachtig en timide bij optredens. Ik heb het moeten leren.” Voelt zich op het podium nu vrijer dan op een verjaardagsfeestje? „Soms vind ik het prima in gezelschap maar vaak heb ik er niet zo’n zin in.” Is verlegenheid dan een manier voor hem om zich te verschuilen? „Ja, het is handig. Mensen verwachten niet meer van je dat je meedoet.”

Aan de muur van zijn kamer hangt een door Kuijken gemaakte tekening van een gordeldier. De symboliek is makkelijk te doorgronden: een dier met een pantser, dat zich kan oprollen om de wereld buiten te sluiten. Dieren en hun symboliek spelen een prominente rol in zijn liedjes. In de nummers op On Claws zingt Kuijken over klauwen, tanden, nagels en voelsprieten, over ossen, paarden en tijgers. „Iedereen krijgt een bepaald gevoel bij dieren, net als bij het weer, of bij de natuur. Daarom kun je dieren goed gebruiken voor metaforen. De raaf voor iets duisters, wolven voor dreiging; ossen voor onverzettelijkheid – het dier dat de ploeg trekt, net als het werkpaard, dat ook in het liedje, ‘On Oxen’, voorkomt. Het is vreemd dat het niet vaker gebeurt, bij andere liedjesschrijvers. Mijn liedjes zijn als sprookjes, ook daarin vervullen dieren allerlei rollen.” Naast het gordeldier hangt een door Kuijken gemaakte foto van een tak met vijf blaadjes er aan. Ook bomen, golven en gras komen voor in zijn liedjes. Zo heeft midden in Utrecht de natuur een vrijplaats gevonden.