tijdschrift

Na een tijdje van de radar te zijn verdwenen, verscheen vorige maand de vernieuwde Revisor. Een nieuwe redactie trad aan (romanciers Gustaaf Peek en Jan van Mersbergen, dichter Erik Lindner en recensent Daan Stoffelsen), een nieuwe verschijningsvorm introducerend. De Revisor zal tweemaal per jaar op papier verschijnen (en daarnaast op het web komen en toegang bieden tot het archief vanaf 1974).

Naar het eerste volwaardige papieren nummer keek ik uit. De Revisor was voor de reorganisatie al een interessant en verzorgd blad, wat zouden de nieuwe redacteuren eraan toevoegen? Afgetrapt wordt er met een deel uit het dagboek van Frans Kellendonk, hoewel de schrijver van onder meer Mystiek lichaam (1986) dit zelf niet tot zijn literaire oeuvre rekende. De dagboekpassages die De Revisor afdrukt, lijken te zijn geselecteerd op ‘literaire’ relevantie, wat inhoudt dat er weinig puur persoonlijke besognes in terug te vinden zijn. Gelukkig maar. De zinnen over de ontvangst van Mystiek lichaam, een ontmoeting met Reve (en diens buikje) en de uiterst felle, bijna neerbuigende opstelling van Kellendonk tegenover de mensen die dertig jaar terug zijn collega’s waren bij de toenmalige Revisor smaken naar meer.

Helemaal gefinetuned lijkt de nieuwe Revisor echter nog niet te zijn, want de onderwerpen liggen ver van elkaar, terwijl ook de toon nogal uiteenloopt. Voor een blad dat een revanche wil maken en zich opnieuw wil profileren, lijkt het stuk van Gustaaf Peek het meest geschikt. De schrijver van het vorig jaar verschenen Ik was Amerika las Max Havelaar voor het eerst en verwoordt originele kritiek. ‘Die zinnen, die stijl, die kon ik nog onderscheiden, maar in plaats van vragen ontdekte ik alleen verontwaardiging en pedanterie, overal staken de uitroeptekens als kwaad graan uit de grond.’

De Revisor, Querido, 2010-1, € 19,95