Spelen op safe beslecht overname Draka

Kabelproducent Draka komt niet in Chinese, maar in Italiaanse handen. Is dat een overwinning voor Europese kennis- en industriepolitiek?

Twee Zuid-Europese ondernemingen zetten de kersverse Noord-Europese politieke wijsheden weer op zijn kop.

Het kapitaal stroomt in Europa van noord naar zuid, is de conventionele wijsheid na de redding van Griekenland. Spaarzame landen zoals Duitsland en Nederland die hun begrotingen snel op orde brengen, zijn de steunpilaren die voorkomen dat zuidelijke landen onder hun schuld bezwijken.

En wie betaalt, bepaalt. Toch?

Zoals topambtenaar Chris Buijink van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie deze week betoogt in zijn nieuwjaarsartikel in vakblad ESB: als we meebetalen aan andermans reddingsacties, moeten we ook vooraf hun begrotingsplannen zien.

Maar in het Europese bedrijfsleven stroomt het kapitaal nu juist van zuid naar noord. Het Spaanse bouwbedrijf ACS is dicht bij een miljardenovername van zijn Duitse concurrent Hochtief. En in Nederland wint het Italiaanse Prysmian de biedingstrijd om kabelproducent Draka. Al staat het hoofdkantoor in Amsterdam, Draka (9.600 werknemers) is bij het grote publiek onbekend, maar wel expansief in het buitenland.

Draka was de inzet van een Franse, een Italiaanse én een Chinese overnamepoging toen duidelijk werd dat de grootste aandeelhouder, de familie Fentener van Vlissingen, haar belang wilde verkopen. Het Italiaanse Prysmian bood 870 miljoen euro en sloot een akkoord met de Draka-top en de familiebelegger. Het Chinese industriële conglomeraat Xinmao bood 1 miljard euro, maar trok zich gisteren terug. Xinmao heeft meer tijd nodig. Maar door snel schakelen pakte Prysmian het tijdsvoordeel. Draka’s familiebelegger neemt het geld dat er is, niet het extra geld dat misschien komt, maar zeker controverse oproept.

Nu wordt Draka een nieuwe naam in de serie Nederlandse ondernemingen in buitenlandse handen, van de HEMA tot Libelle en Margriet en Organon in Oss.

De overnamestrijd om Draka confronteerde minister Maxime Verhagen van het nieuwe, met Innovatie uitgebreide ‘superministerie’ van EZ met vragen als: kies ik voor de zekerheid van een partner in Europa? Of voor de groei van China? Of laat ik het aan de markt over? In Parijs, Rome en Brussel was de overname van Draka opeens een onderwerp van betekenis. Gaan de Chinezen met een Europese concurrent aan de haal?

De Franse bieder schreef een brief aan de Europese Commissie, de Italiaanse minister Romani pleitte voor een Europese oplossing en zijn landgenoot Tajani, EU-industriecommissaris, ging nog verder. „Voor een succesvolle industrie is bescherming van onze kennis en technologie van essentieel belang.” Hij wil een Europese Autoriteit om buitenlandse overnames te toetsen.

Angst voor overnames door bedrijven die gelieerd zijn aan buitenlandse staten zit diep in Europa en in de VS. Maar niet in Nederland. Minister Verhagen in antwoord op Kamervragen: Chinese bedrijven laten zich „in de praktijk vooral” leiden door bedrijfseconomische overwegingen. Kortom: niet anders dan Nederlandse ondernemingen.

Buitenlandse overnames zijn juist een teken van kracht van het vestigingsklimaat, betoogt Verhagen. En het weglekken van technologie dan? Bij alle overnames wil de koper kennis in huis krijgen, zegt Verhagen. Niks nieuws.

En het bevorderen van Europese industriepolitiek, hét argument in Brussel, Rome en Parijs? Dat blijkt nogal eens een fantasievol argument om nationale belangen wat extra kleur te geven. Ook in Nederland. Topambtenaar Buijink schrijft in ESB dat Europa zich „veel vaker als economisch blok van formaat moet opstellen”. Maar als het aankomt op de keuzes die gemaakt moeten worden, zijn dat voor Buijink ‘topgebieden’ en bedrijvenclusters. In Nederland.

Rode kapitalist gooit handdoek in de ring: pagina 13