Scheuren op het orgel

Dankzij hippe bands als DeWolff en Shaking Godspeed beleeft het orgel een comeback. Zelfs de tweedehands markt bloeit op. „Zodra er een bejaarde doodgaat, moet je erbij zijn.”

Deze week op Marktplaats: „Te koop aangeboden. Orgel, Philips Philicorda. Helemaal compleet inclusief kruk. Er is al een lange tijd niet op gespeeld, maar heeft het altijd goed gedaan. Ophalen in Nieuw-Buinen, Drenthe.”

Bij zulke advertenties gaat het alarm af in Aalten, de geboortegrond van het psychedelische rock ’n’ roll-trio Shaking Godspeed, dat volgend weekend optreedt op Noorderslag. In hun oefenschuur The Magic Barn zitten Wout Kemkens (gitaar), Maarten Rischen (drums) en Paul Diersen (orgel, soms bas) om hun laatste exemplaar. De Philicorda blijkt een houten kastje te zijn dat op gammele stalen pootjes staat. Er komt een gezellig ouderwets, piepend geluid uit.

„Echt iets voor in de huiskamer”, zegt Diersen. „Philips heeft ze tot het begin van de jaren tachtig gemaakt”, zegt Rischen terwijl zijn vingers over de toetsen glijden. „Van oorsprong waren het christelijke orgeltjes voor wie thuis psalmen wilde zingen.” Hij laat een paar zedige, kerkelijke akkoorden horen. „Maar als je dit door een effectpedaal en een versterker ragt, klinkt het opeens best wel cool.”

En Shaking Godspeed is niet de enige band die dat doet. Want het orgel herleeft niet alleen op hun bejubelde plaat Awe, door de site musicfrom.nl gekroond tot ‘beste plaat van 2010’. Het instrument beleeft ook onder andere jonge rockers een bescheiden comeback, vaak zelfs als vervanger van de basgitaar.

Rischen: „Een trio met alleen snaren, dat is te voor de hand liggend.” Kemkens: „Met een orgel kun je klanktapijten neerleggen, die alles mooi afdekken. Het is een soort saus die alle ingrediënten samenbindt. Maar in tegenstelling tot een basgitaar is de klank lyrisch. Je krijgt meer drama omdat je behalve baspartijen ook zang- en gitaarmelodieën kunt meespelen. Met zijn drieën maak je dan toch een wall of sound.”

En daar hoef je niet eens goed voor te zijn, zegt Diersen. „Ik kan niet eens Altijd is Kortjakje ziek spelen.” Hij is de derde Godspeed-organist, na Rischen (die liever wilde drummen) en André Dodde (die zijn eigen garageband Green Hornet liet voorgaan). „Ik ben eigenlijk gitarist, maar volgens Wout ging het om ‘basale orgelpartijen’. Dat viel toch wat tegen. „Ik heb uren alleen in deze schuur zitten meespelen met de plaat. Net zolang tot het ging.”

Eenmaal op het podium is de kruk taboe. Daar speelt Diersen altijd staand, waardoor het lijkt alsof hij zijn tenen probeert aan te raken. En daar blijkt ook dat orgels in de huiskamer langer meegaan. In het begin van het nummer ‘Lately’ tilt hij het orgel op om het daarna op de grond te laten stuiteren. „Daar gaat de galmveer namelijk schitterend van ronken.” Oud-organist Risschen kent de gevolgen: „Ik heb thuis heel wat karkassen liggen. Maar orgels zijn net als oldtimers: erin rijden is leuk, maar eraan sleutelen is nog veel leuker.”

Diersen: „Toch komt er een moment dat ze opraken, alleen al door de manier waarop ze worden behandeld.” Vandaar ook de waakzaamheid voor verse orgels. Verhuizingen waarbij zolders worden opgeruimd kunnen uitkomst bieden, sterfgevallen ook. Rischen: „Zodra er ergens een bejaarde doodgaat, moet je erbij zijn.”

Want met dank aan collega-orgelbands als zZz, Daily Bread en (het net gestopte) The Madd is het ‘in één keer hip om zo’n ding te hebben’. En daardoor is de prijs omhoog geschoten. „Drie jaar geleden kostten ze vijftig euro, nu is dat al gauw zo’n honderdvijftig tot tweehonderd. Al die bandjes roven de bejaardenhuizen leeg.” „Wat betreft de regio zitten we hier goed”, weet Kemkens. „Van de Amsterdamse band Check 1-2, ook altijd op zoek naar Philicorda’s, hoorde ik dat ze vooral hier in de Achterhoek te koop staan.”

Wie voorlopig zonder marktplaats kan, is Robin Piso (20). Hij is organist en nestor van de Limburgse retrorocksensatie DeWolff. Samen met de gebroeders Van de Poel – Pablo (19, gitaar en zang) en Luka (16, drums) – wekt hij verloren gewaande, gruizige orgelrock à la Deep Purple wederom tot leven. Hun zegetocht startte in 2009 met het album Strange Fruits And Undiscovered Plants. Voorlopig hoogtepunt: vorig jaar Pinkpop. Na afloop van een ererondje, waarbij Pablo solerend door het publiek stuiterde, smeet hij zijn gitaar in de uitzinnige menigte.

Hoeveel orgels heeft Piso? Na een lachsalvo en een paar minuten tellen komt hij tot tien, of eigenlijk elf, als je zijn Farfisa-orgel meetelt. „Maar daar kan ik niet meer op spelen. Ik heb hem leeggehaald en gebruik hem nu als kleding- en schoenenkast.”

De overige tien kent hij allemaal als zijn broekzak. „Ik haal elk instrument uit elkaar. Toen ik nog bij mijn ouders woonde moest ik altijd van tevoren een week uitkiezen waarin ik een orgel ging ontleden. Dan lag het hele huis bezaaid met onderdelen.”

Die technische kennis komt van pas bij de aanschaf. Piso kocht voor een prikkie een Philicorda, omdat de verkoper dacht dat het orgel ‘vals’ was. „Maar ik wist dan je hem binnenin met schroefjes kon stemmen.” De schoonheid van de klank zit ook in de magie van het mechaniek, benadrukt hij. „Het zit van binnen helemaal vol met minuscule buisjes. Ik heb ze geteld: 71. Toen heb ik alle lichten in mijn kamer uitgedaan en het orgel aangezet. Als al die lampjes gaan flikkeren, is dat schitterend. Dan is het voor mij echt kerstmis.”

Voor DeWolff zweert hij bij het Hammond-orgel. „Het is geen perfect orgel waar een strakke toon uitkomt met zoveel karakter: warm en rauw tegelijk.” Bij die ‘lekker gesmeerde Hammond-sound’ hoort een Leslie-speaker die het geluid letterlijk wegslingert als een sirene. „Dat geeft een heel vet chorus-effect en een soort grommende overdrive.”

Ook voor de handel in Hammonds geldt: „Het is wat de gek er voor geeft.” Van de grootste hoefde hij alleen de verhuiskosten te betalen, zo graag wilde de eigenaar van het bakbeest af. Alleen: dat maakt ermee optreden ook niet erg praktisch. „Bovendien is hij supergevoelig. Op kleinere festivals waar generatoren vaak onregelmatige wisselstroom opwekken, wordt hij supervals.”

Ziedaar de nadelen van een voorliefde voor analoge apparaten, verzucht hij. Op de nieuwe DeWolff-plaat, Orchards/Lupine, die volgende week uitkomt, speelt hij ook mellotron. „Dat instrument is superzeldzaam en zó fragiel dat je het alleen in een studio kunt gebruiken. Het kan niet eens tegen de warmte van de lampen op een podium. Degene van wie ik hem mocht lenen, is er ook de hele tijd bijgebleven om te kijken of er toch niets kapotging.”

Maar ook zijn favoriete orgel, de Hammond, laat het wel eens afweten. „Als organist blijft je wel een beetje de pechvogel van de band. Toen we in Tilburg speelden, kwam er opeens rook uit de toetsen. Even later knalde de aardlekschakelaar van de 013 eruit. Toen heeft Luka een drumsolo van een kwartier gegeven. Maar op zo’n moment denk ik toch ook stiekem: Yes! Ik kan hem weer gaan openschroeven!”

Nog een voordeel: „Ik was altijd jaloers op Pablo die na afloop zijn gitaarplectrums in het publiek gooide. Nu smijt ik er soms losgeschoten toetsen achteraan.”

Awe van Shaking Godspeed is verschenen bij Quadrofoon/Suburban. Orchards /Lupine van DeWolff verschijnt bij REMusic. Beide bands staan volgende week op het festival Eurosonic (Groningen). DeWolff is ook te zien op Noorderslag. Voor optredens zie shakinggodspeed.com en dewolff.nu