Rintje Enge droom

De vakantie is afgelopen. Rintje, Tobias en Henriette lopen samen naar school. Tobias loopt heel langzaam en schiet maar niet op. ‘Je hebt zeker geen zin om weer naar school te gaan,’ zegt Henriette. ‘Dat begrijp ik heel goed. Ik zou ook wel willen dat de vakantie nog veel langer duurde!’ ‘Maar je ziet er ook heel slaperig uit, Tobias,’ zegt Rintje. ‘Ben je nog niet helemaal wakker?’

‘Ik heb best zin om weer naar school te gaan,’ zegt Tobias. ‘Het is leuk om alle andere honden weer te zien, en juf Wijskop. Maar ik heb vannacht heel slecht geslapen. Ik had een enge droom.’

‘Dat heet een nachtmerrie,’ zegt Henriette. ‘Die heb ik ook wel eens! Dan zit er een groot monster onder mijn bed bijvoorbeeld, of mijn hele vacht is uitgevallen en al mijn mooie krullen zijn weg!’

‘Ja,’ zegt Rintje. ‘En ik heb laatst gedroomd dat ik van school naar huis liep, maar dat alle straten anders geworden waren en mijn huis nergens te vinden was. Ik bleef maar zoeken! Gelukkig maakte mama mij toen wakker. Waar ging jouw nare droom over, Tobias?’

‘Ik droomde dat ik op straat liep en dat iedereen naar mij keek en heel hard moest lachen!’ zegt Tobias.

‘Dat is wel gek, maar ik vind het nog niet echt een nachtmerrie,’ zegt Henriette.

‘Wacht maar,’ zegt Tobias. ‘Het leek of iedereen naar iets wees wat achter mij was, dus ik keek over mijn schouder. En toen zag ik dat mijn rug opeens heel erg lang was!’

‘Maar je hebt toch ook een lange rug,’ zegt Henriette. ‘Dat hoort bij teckels! Ik vind het nog steeds geen enge droom hoor.’

‘Maar mijn rug was zo lang dat ik het einde niet meer kon zien!’ zei Tobias. ‘Aan het eind van de straat ging hij door, de hoek om, naar de andere straat!’

‘Oei,’ zegt Rintje, ‘was je een soort slang geworden?’

“Nee, zegt Tobias, ‘ik had er ook allemaal pootjes bij gekregen! En overal hoorde ik natuurlijk weer dat rotwoord: WORST. Worst op pootjes! riepen sommige honden. Daar loopt de langste worst van de wereld!’

‘En toen?’ vraagt Henriette.

‘Ik wilde wegrennen naar een plek waar niemand me kon zien. Maar hoe harder ik rende, hoe langer mijn lijf werd! Ik had al wel duizend poten!’

‘Moest je ook huilen?’ vraagt Henriette.

‘Nee, maar ik vond het wel heel erg dat alle honden op straat steeds harder gingen lachen. Het klonk zo hard dat ik ervan wakker schrok. Toen zag ik dat mijn moeder naast mijn mand zat. Ze streek met haar poot over mijn kop.’

‘Gelukkig was het maar een droom,’zegt Rintje. ‘Nou,’ zegt Henriette, ‘ik weet het niet hoor. Moet je eens achter je kijken Tobias, naar je rug!’ Even schrikt Tobias en hij kijkt snel achterom.

‘Grapje!’ lacht Henriette.

‘Kom,’ zegt Rintje, ‘we moeten doorlopen. Anders komen we te laat op school!’