Oh, Oh, hersenloos: het succes van de tv-hufter

‘Bende nie zo blij, en zitte in de put, dan kunde gij de groeten uit Brabant krijgen, kut,’ zingen de vijf besnorde aso’s van New Kids in hun carnavalshit Groeten uit Brabant. Premier Rutte wil „de samenleving terugveroveren op de hufters,” maar als je kijkt naar de grote tv-successen van 2010, geven die hufters zich niet zo makkelijk over.

Met 728.000 bezoekers werd New Kids Turbo – gebaseerd op een comedyreeks over Brabantse hufters – de best bezochte Nederlandse film van 2010. Ook Oh Oh Cherso – een realitysoap over een groepje Haagse aso’s op vakantie – werd een onverwachte kijkcijferhit.

New Kids gaat over vijf asociale jongeren uit het dorp Maaskantje, die Schültenbier drinken, frikadellen en ‘broodjes Bakpao’ eten, en vasthouden aan volksmodes uit de jaren negentig: snor, matje en happy hardcore, botte, snelle dansmuziek. Ze zijn brutti, sporchi, cattivi en ook nog heel erg dom. En ze gaan zeker niet wekelijks bij hun oude moeder eten, zoals premier Rutte. De Haagse jongeren in Oh Oh Cherso zijn niet gewelddadig, meer gericht op een pino met een woknok, en het programma gaat meer over hun domheid dan over hun slechtheid. Ze zijn wel even drankzuchtig als de Brabantse neefjes. De Cherso-gangers zitten momenteel in de bergen om een aprés ski-vervolg te maken: Oh Oh Tirol. Nog een overeenkomst: de grote populariteit van Oh Oh Cherso en New Kids gaat gepaard met onbegrip en afgrijzen van de culturele elite.

Geef het volk bier en tieten. Wijst het succes van de tv-hufter op de verhuftering waar Rutte zo bezorgd over is? Rutte’s kabinet drijft deels op de gedoogsteun van de befaamde brievenbusplasser en van een paar andere veroordeelden die hun succes danken aan beledigen en gewelddadige beeldspraak. Hij is wel de laatste die de oorlog tegen de hufters kan leiden. Maar los daarvan wijzen de hoge kijkcijfers van hufters op tv niet per se op de toename van de soort.

Zijn de mensen die van Oh oh Cherso en New Kids genieten zelf hufters? Natuurlijk niet. De kijkers identificeren zich niet met Sterretje, Barbie, Barrie Butsers of Richard Batsbak. Zij lachen juist om het extreme en exotische van de aso’s. Oh oh, hersenloos! Oh oh, lelijk en slecht! Oh oh, wat een grappig accent! Dát is het genot. Hoogstens dient het kijken een louterend doel: zo erg zijn wij nog niet. Nieuw is het niet. Vroeger hadden we Flodder, de Tokkies, Door het lint, Probleemwijken, Ciske de Rat, en nog vroeger de aso-romans van Zola, Gorki en Dostojevski.

Ja maar, denkt u nu, ik zie toch echt steeds meer van die types op tv en in het parlement. Hoe zit dat dan? De elite heeft altijd al moeite gehad om de arbeider te onderscheiden van de aso. Wat je wél steeds vaker op tv ziet, is de gewóne man. Er is een verschil tussen de gemoedelijke Brabo Ruud uit Big Brother en zijn gevaarlijke neefjes van New Kids. De jongeren van Oh oh Cherso zijn eigenlijk ook geen aso’s: niet zo slim, maar ze veroorzaken geen overlast.

Wellicht is de opmars van de gewone man een nawee van de cultuurrevolutie van de jaren zeventig, toen de elite plat ging praten en werkkleding van arbeiders ging dragen. Misschien is het een teken van de nivellering die hoort bij democratie. De Tocqueville schreef daar al over in 1840, met een mengeling van spijt en berusting.