Ode aan een straat

Toine Horvers (1947) werkt als kunstenaar in diverse disciplines. Zang, beeldhouwkunst, poëzie, performances, geluidswerken en handgeschreven boeken maken deel uit van zijn oeuvre.

‘Ruim achttien jaar al woon ik aan de Dordtselaan, een lange straat met een heel multiculturele bevolking in Rotterdam-Zuid. Wanneer ik uit mijn raam kijk, zie ik al die kleurrijke types voorbijlopen. Bij sommigen heb ik het gevoel dat ik ze heel goed ken, omdat ze al jarenlang langs mijn huis lopen. Twee jaar geleden besloot ik portretten te maken van de bewoners van de Dordtselaan. Niet door ze te tekenen of te fotograferen, maar door ze in woorden te beschrijven.

„Ik was uitgenodigd om mee te doen aan het project Business op Zuid, waarbij kunstenaars gevraagd werd in de winkels en bedrijven van de Dordtselaan te exposeren. Ik heb toen mijn portretten voorgelezen in Verhage Fast Food, een friettent die er al zit zolang ik hier woon. Gedurende zes weken was ik zes dagen per week om precies zes uur ’s avonds in de snackbar en droeg ik een beschrijving voor, of er nu publiek was of niet.

„De portretten, 36 in totaal, duren ieder maar een paar minuten. Ze gaan over voorbijgangers die toevallig mijn aandacht trokken, en die ik van een afstandje stiekem bestudeerd heb. Een jongen die in een portiek een jointje zit te draaien, een winkelier die buiten een sigaretje staat te roken, of een moeder die heel druk in de weer is met haar kind. Maar er zitten ook mensen tussen die ik al langer in het vizier had en wier portret ik altijd al had willen maken. Mooie mensen. Dan stapte ik op ze af en vroeg ze of ik van dichtbij hun portret mocht beschrijven.

„Hoewel de portretten onderling zeer verschillen, zit er wel een systeem in. Ik begin steeds met de stand van het hoofd ten opzichte van het lichaam. Daarna vul ik de details in. Wat dat betreft verschilt een geschreven portret niet veel van een getekend portret: eerst zet je de grote lijnen op, de houding en de gestalte, vervolgens begin je aan de ogen en oren.

„Mijn portretten zijn eigenlijk heel academische oefeningen in kijken: waar valt het licht, hoe wappert het haar? Ondertussen, al pratend, verandert het gezicht steeds. Mensen kijken om zich heen, leunen op een ander been. Er vallen weer nieuwe dingen op. Ik heb geprobeerd de beschrijvingen zo objectief mogelijk te maken en heel precies te kijken naar formele begrippen als kleur, licht en beweging.

„Wat mij verbaasde was hoe dichtbij ik bij mijn onderwerpen kon komen. Soms stond ik op nog geen twee meter afstand iemand te beschrijven zonder dat die persoon het doorhad. Nooit problemen gehad, niemand kwam boos naar me toe. Waarschijnlijk is iedereen, door de komst van de mobiele telefoon, intussen gewend geraakt aan hardop pratende mensen op straat.

„Nu, in Galerie Phoebus, laat ik de portretten via twaalf luidsprekers door de projectruimte klinken. Het is een kleine zaal, dus het is een heel akoestisch werk geworden: de portretten klinken er soms door elkaar heen. Het geroezemoes past wel bij die drukke, kleurrijke Dordtselaan. Ik heb het gevoel dat ik zo een mooie ode aan mijn straat heb kunnen brengen.”

Toine Horvers: Dordtselaanportretten. T/m 6 febr in Galerie Phoebus, Eendrachtsweg 61, Rotterdam. Inl: www.phoebus.nl