Ober? Een flinke bel Château Lafite graag

Als zelfs de hedgefondsen het niet zo goed meer weten, dan is dat een teken dat een vooruitblik voor beleggers in 2011 extra lastig is. De fondsen deden het vorig jaar gemiddeld slechter dan de aandelenindex, en daar betalen hun investeerders de hoge vergoedingen niet voor. De hedgefondsbeheerders kunnen hun borst nat maken voor een minder prettig gesprek met hun klanten. Ook wij behoren daartoe, via onze pensioenfondsen. Tekenend is dat vooral de zogenoemde macrofondsen achterbleven. Dit soort fondsen baseert zich op een samenhangende mondiale economische strategie. Dat die in deze tijden nogal moeilijk te formuleren is, mag geen verweer zijn. De fondsen rekenen hun hoge tarieven omdat ze kennelijk genialer zijn dan de gemiddelde belegger.

Wat zijn de thema’s voor 2011? Er is de eurocrisis, die gisteren en vanmorgen weer acuter werd met de stijging van de rentevoeten van de zwakke eurolanden, en ditmaal zelfs ook van Frankrijk. En net als het einde van vorig jaar gaat de crisis gepaard met steeds betere economische cijfers. Dat is een knoop die moeilijk te ontwarren valt: redt een versnelling van de economische groei Europa uit de crisis, of zorgt die er alleen maar voor dat het verschil tussen een voorspoedig herstellend noorden en een kwakkelend zuiden groter wordt?

Een tweede vraagstuk ligt in de VS, waar de werkgelegenheid eindelijk lijkt aan te trekken en de economische groei opveert, maar de inflatie zo laag blijft dat de enorme monetaire stimulering door de centrale bank voorlopig doorgaat. Is dat een geniale strategie, of een levensgevaarlijk experiment? Wie belegt in Amerikaanse staatsschuld krijgt het moeilijk.

Dan is er het mondiale valutavraagstuk. Vorig jaar bleek de Amerikaanse monetaire versoepeling (dat wil zeggen: het creëren van nieuwe dollars om de economie vlot te trekken) het startschot voor een run op de munten van de opkomende landen, die de grootste moeite hebben om te voorkomen dat hun real, won of peso door het dak gaat. Als de vloed aan dollars binnen Amerika geen rendabele bestemming vindt, dan gaat zij de grens over. Of andersom: buitenlanders lenen goedkoop dollars om deze te beleggen in munten met een hogere rente. Deze zogenoemde carry trades zijn hoogst lucratief, maar ook een riskante bezigheid. Ze spatten met regelmaat uiteen.

En over uiteenspatten gesproken, zijn er al nieuwe zeepbellen gesignaleerd? Er zijn beleggers die zeggen dat de Amerikaanse markt voor staatsobligaties er een aan het worden is, of de Chinese markt voor onroerend goed, of grondstoffen die sterk in prijs stijgen. En de waardering van Facebook op 50 miljard dollar is eveneens al bestempeld als een mogelijke voorbode van een nieuwe dotcom-rage. Meer exotische bellen zijn er ook. De Australische huizenmarkt is als een van de weinige nog niet ingestort, en beleggingsreus Schroders kwam gisteren met een bijzondere suggestie: topwijnen. De vraag van de Chinese nouveaux riches naar wijn van hoge kwaliteit heeft de prijzen zodanig opgeschroefd dat nu ook mindere wijnen veel duurder aan het worden zijn, en het logisch zou zijn dat de markt straks wordt overspoeld met dergelijk aanbod. Een crash zou onder die omstandigheden een kwestie van tijd zijn. Hoe kun je short gaan in Lafite, d’Yquem of Mouton Rothschild? Een beetje hedgefonds zou dat moeten weten. Die hebben tenslotte nog iets goed te maken in 2011.

Maarten Schinkel