NPO gaat radio en tv op inhoud toetsen

Radio- en tv-programma’s van de publieke omroep zullen strenger getoetst gaan worden naar de mate waarin ze zich onderscheiden. Programma’s worden beoordeeld op hun publieke waarde en kwaliteit door de mening te peilen van het publiek. Omroepen wordt opgedragen vooraf nadrukkelijker aan te duiden wat de meerwaarde is van een programma.

De koepelorganisatie Nederlandse Publieke Omroep (NPO) ontwikkelt op dit moment een onderzoeksinstrument om permanent van elk programma te meten wat het publiek ervan vindt.

„We doen dit onderzoek al als geheel en voor onze zenders. We gaan dat nu dus ook per programma doen. We lopen daarin Europees voorop”, zei bestuursvoorzitter Henk Hagoort gisteren, tijdens de nieuwjaarsreceptie van de publieke omroep.

Tot nu toe bepaalden de omroepen zelf wat ze met een programma of website wilden bereiken. Hagoort: „Je kunt wel opschrijven of een programma innovatief is, progressief of educatief, maar we gaan voortaan toetsen of het publiek dat ook herkent.”

Het publieksonderzoek wordt op internet gepubliceerd. Hagoort verwacht dat de omroepen „hun verantwoordelijkheid nemen door programma’s die niet of onvoldoende waarmaken wat ze beloven, aan te passen of te schrappen. Het gaat tenslotte om legitimatie van het publieke bestel”.

De publieke omroep staat voor grote veranderingen. Er wordt de komende jaren 200 miljoen per jaar bezuinigd, bijna een kwart van het budget. Het aantal omroepen moet terug van 21 naar 8. Minister Van Bijsterveldt (Media, CDA) bereidt een onderzoek naar de kostenbesparing bij de publieke omroep voor. . Voor de zomer komt zij met een brief over de toekomst van het bestel en wetwijzigingen die voor eventuele stelselveranderingen nodig zijn.

Hagoort zette zich in zijn nieuwjaarstoespraak af tegen de in zijn ogen groeiende bemoeienis van de politiek met het programma-aanbod en de invulling van de bezuinigingen. „Dat is een zaak tussen de omroepen en het publiek. Het publiek heeft daarbij het laatste woord, niet de politiek. We zijn tenslotte geen politieke maar een publieke omroep.”