Niemand ligt meer wakker van seriemoordenaars

Seriemoordenaar Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) in de film The Silence of the Lambs

Als seriemoordenaar moet je tegenwoordig nogal tekeer gaan voor eeuwige roem. Stephen Griffith, de criminologiestudent die zichzelf de kruisboogkannibaal noemt, heeft daarin jammerlijk gefaald. Geen headlines voor hem, slechts een tienregelig bericht in The New York Times vorige maand. We liggen niet meer wakker van iemand die drie prostituees heeft vermoord en opgegeten, concludeert tijdschrift The Slate.

Dat die angst inderdaad onnodig is, blijkt uit onderzoek van hoogleraar criminologie James Alan Fox. In zijn boek Extreme Killing: Understanding Serial and Mass Murder laat hij zien dat het aantal seriemoordenaars de afgelopen tien jaar drastisch is afgenomen: er speelden in de jaren nul maar 61 zaken in de VS. Ter vergelijking: in de jaren zeventig 119, in de jaren tachtig 200 en in de jaren negentig 141. Fox baseert zich niet op officiële tellingen (want die zijn er niet), maar op berichten in de media.

Journalist Christopher Beam zoekt in The Slate naar verklaringen. De hausse in de jaren tachtig heeft wellicht te maken met beter recherchewerk, waardoor de politie verbanden kon leggen tussen moorden. De daarop volgende media-aandacht zorgde mogelijk voor copycats: het seriemoordenaarschap beloofde een ‘korte weg naar beroemdheid’. Maar waarom dan de daling vanaf 1990? Zitten de meeste seriemoordenaars inmiddels achter de tralies? Zijn de seriemoordenaars uit de jaren nul nog niet gepakt? Lopen seriemoordenaars-in-de-dop vaker bij hun eerste moord tegen de lamp?

Beam is voorzichtig met het trekken van conclusies. Maar hij stelt wel vast dat iedere generatie zijn eigen boemannen kent. En die boemannen worden pas boemannen als hun misdaden appelleren aan een controversiële maatschappelijke ontwikkeling. Sekteleider Charles Manson, die zijn leden in de jaren zestig tot moord aanzette, zou zich door rockmuziek hebben laten inspireren en het duivelse boegbeeld van de seksuele revolutie zijn. En voor het bloedblad op Columbine High School in 1999 werd de games- en filmindustrie verantwoordelijk gehouden. Stephen Griffith, de kruisboogkannibaal, mag dan vreselijke dingen gedaan hebben, maar de roem die zijn voorgangers kregen (Ted Bundy, John Wayne Gacy, Jeffrey Dahmer) gaat aan hem voorbij.

Griffith had zich beter in een winkelcentrum kunnen opblazen. Dan had hij de voorpagina’s gehaald. Want na ‘9/11’ vrezen we de terrorist. In de jaren zeventig en tachtig deden de media het publiek geloven dat er 5.000 slachtoffers van seriemoordenaars per jaar zijn. Nu overheerst de perceptie dat overal een terroristische aanslag op de loer ligt. De seriemoordenaar heeft daarom plaats moeten maken voor de ‘Times Square Bomber‘, besluit The Slate.