Milieu is eerder vooral een rechtse hobby

Over de column van Martin Bosma valt veel te zeggen (opinie, 5 januari). Een smeuïg stukje over de linkse milieuhobby was te verwachten, maar de directe relatie die Bosma weet te leggen tussen de klimaatproblematiek en de val van de Muur is opzienbarend. Hij fundeert zijn betoog grotendeels op twee misverstanden: milieubeleid is identiek aan klimaatbeleid en het klimaat is identiek aan het actuele weer.

Het eerste misverstand is de basis voor zijn chronologische verwarring. Het milieubeleid in Nederland begon begin jaren zeventig. De eerste milieuminister, de KVP’er Stuyt, trad in 1971 aan. Vervolgens kwam Vorrink (1973-1977, PvdA) en in de periode tot 1989 volgden, met een korte onderbreking van ’81 tot ’82, drie VVD-ministers, Ginjaar, Winsemius en Nijpels, die het nationale milieubeleid grotendeels op de rails zetten. De Verenigde Staten gingen ons met de aanpak van milieuverontreiniging op federaal niveau voor. In Oost-Europa werd vervuiling van het milieu, hoewel gigantisch, officieel ontkend. Dat was vooral iets van het kapitalistische Westen! Het klimaatprobleem is eind jaren tachtig wereldwijd onderkend, zoals blijkt uit oprichting van het IPPC in 1988. Met de val van de Muur in 1989 heeft de aandacht in Nederland voor – oeps – milieuproblemen dus weinig te maken. Als je de aanpak ervan op de keper beschouwt, zou je zelfs kunnen denken aan een rechtse hobby.

Op het tweede misverstand ga ik maar niet in. Ik neem aan dat Bosma het verschil best weet.

V.G.Keizer

Oud-coördinator verzuring bij VROM, Amersfoort