Migratieproblemen zijn er, praat er gewoon over

Geert Mak suggereert dat de maatschappelijke uitsluiting van Joden in Nederland begon in de jaren dertig (opinie, 30 december). Toen werd ongetwijfeld kritisch over Joden gesproken, maar dat gebeurde ook over katholieken, socialisten en gereformeerden. Maks suggestie dat de buitensluiting van Joden eigenlijk is toe te schrijven aan Nederland, niet alleen aan de bloedige nazioverheersing, is misleidend en helpt de discussie over hedendaagse problemen niet vooruit.

De aanwas van de bevolking, binnen twee generaties, met een miljoen migranten uit de derde wereld heeft ons land voor omvangrijke problemen gesteld. Nederland getroost zich, met redelijk succes, grote inspanningen om migranten te helpen zich aan te passen aan de moderniteit. Je kunt dit beschouwen als naar binnen gehaald ontwikkelingswerk. In euro’s uitgedrukt kost dit 6 tot 12 miljard per jaar – afhankelijk van de bron.

Deze modernisering gaat aan beide zijden gepaard met wrijving. Die gaat over mensen die er niet bij willen horen en ergernis daarover. Dat is normaal. Het moet niet worden gedramatiseerd en moet worden meegenomen in verstandig beleid. Om dan te zeggen dat het land bezig is om een groep te stigmatiseren en problemen aan te wrijven als opmaat naar uitsluiting, zoals Mak doet, is bijziend, zo niet de omgekeerde wereld. Mak wil niet zien dat de grootschalige migratie oorzaak is van echte problemen. Het is juist het over de problemen heen praten wat heeft geleid tot het kabaal van Wilders c.s.

Taeke Kooy

Alkmaar